Kijk om je heen. Neem de tijd. Zie wat is. Let op Wat samen gaat Of juist alleen. Verklaar De aanwezigheid Of het ontbreken. Ontdek het verband, De historie. Fantaseer Over hoe het zou... Kan iets of iemand De toekomst In zich hebben?
Traditiegetrouw is april de Maand van de Filosofie. Echte vrienden, echte ervaringen, echt gebeurd, echte verbondenheid, echte idealen, echte denkers, echte politiek, kortom; het thema dit jaar is Het Echte Leven. De dichter Ivar Wakker heeft daarover de volgende gedachte aan papier toevertrouwd:
Het echte leven
Leven begint vanaf geboorte Je wandelt over bochtig pad Vanuit de schaduw naar het licht toe En ook over berg en dal Af en toe gaat het wat minder Soms kom je ook ten val Dan krabbel je overeind Revalideren en relativeren De bloedsomloop is en blijft Een rode draad in ieders leven En als het genieten even niet meer lukt Leef je een spelletje virtueel
***
De bloedsomloop van de machinist is natuurlijk het spoor met zijn slagaders, hoofdaders en kleine vertakkingen. Welbeschouwd is Het Echte Leven ook een treinreis. Sommige mensen blijven het liefst dicht bij huis en reizen uitsluitend per stoptrein. Anderen leggen graag lange afstanden af, al dan niet met vooraf gecalculeerde eindbestemming. De één stapt elke ochtend in een spitstrein en laat zich met de massa meevoeren zonder ook maar een enkel ogenblik te bedenken of hij of zij wel uit vrije wil handelt, de ander wacht een rustig moment af en laat zich moederziel alleen vervoeren naar waar het lot hem brengt. Het kan jaren, zelfs een heel mensenleven duren voordat deze laatste persoon weer terugkeert naar het vertrekpunt.
Word je geboren in Emmen, dan heb je weinig keus en ligt je richting het eerste deel van de reis al vast. Maar kom je uit Amsterdam, dan heb je zo veel mogelijkheden dat een niet gering deel van de reizigers de weg al kwijt is voordat het een trein heeft kunnen kiezen. En degenen die wel ingestapt zijn zullen vervolgens eerst het lawaai en heen-en-weer geslinger van het rijden over vele wissels moeten trotseren, met steeds het gevaar dat de trein uit de rails loopt. Zelf ben ik maar één keer in mijn leven ontspoord. Maar toen werkte ik nog niet bij de NS.
Heb je het eerste deel van je reis zonder ongelukken overleefd, dan leun je tevreden achterover en geniet van het uitzicht. Onbewust van de gevaren die vóór de trein opdoemen en die alleen de machinist ziet. Personen die op het spoor lopen, uit een wei ontsnapte dieren, auto’s die vastzitten op een overweg, scholieren die bij overwegen onder de bomen doorklimmen, vandalen die containers of winkelwagentjes op de rails plaatsen of vanaf een viaduct stenen door de voorruit proberen te gooien. Elke minuut vertraging die daardoor wordt opgelopen maakt de passagiers kwader en agressiever. Slechts een enkeling ziet de mens in de machine en zou dolgraag bij de machinist in de cabine gaan kijken om te zien wat er aan de hand is, zonder zich van tevoren een oordeel te vormen over de kundigheid van het rijdend personeel.
Vroeg of laat bereiken we het eindpunt van onze reis en dat blijkt tot ieders verbazing altijd het vertrekstation te zijn. Velen doen dit nog bij leven, anderen pas ver na hun dood. Van mensen die plotseling, onverwacht aan hun eind zijn gekomen is bekend dat zij nog jaren rond het spoor kunnen zwerven op zoek naar hun bakermat. Diep in de nacht, als de maan de aarde in een blauw schijnsel hult, zie ik ze vaak lopen. Soms in groepjes, meestal alleen. Langzaam, slepend. Het hoofd gebogen. Nooit is er één bij mij ingestapt. In het felle schijnsel van de frontseinen verdwijnen ze als dauwdruppels in de zon.
Dat maakt voor mij als machinist het rijden van een rondje Nachtnet tot Het Echte Leven. Na middernacht zie ik op het perron voornamelijk jongeren in hun strijd om het bestaan. Vanuit het donker van mijn cabine kan ik ze observeren zonder zelf gezien te worden. De kunst van het verleiden en verleid worden, intimidatie van rivalen, liefde en lust. Het is een wereld die ik niet ken, beangstigend maar tegelijk fascinerend. Geluiden dringen niet tot mij door. De woorden moet ik er zelf bij verzinnen. Vlak voor vertrek verplaats het drankgelag zich naar binnen. En terwijl daar de ruzies en amoureuze escapades worden voortgezet, laat in me vangen in het web van de nacht.
Mijn hartslag daalt als ik wacht op de trance die nu vanzelf zal gaan komen. Uit de flarden waterdamp boven meren en rivieren, ontsnappen droombeelden, werkelijkheid geworden fantasieën. Tijd en ruimte gaan verschillende wegen en hoewel we onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn, heb ik niets meer met de trein die ik achter me aansleep te maken. Hier en daar lichten de ogen van roofdieren op. Overdag verliezen ze het van de mens, nu zijn ze gelijkwaardig aan de baanwerkers van ProRail of BAM en de sprookjesfiguren die vanuit mijn onderbewuste gestalte krijgen. Ik ervaar deze wereld als net zo echt als de krioelende massa in de ochtendspits, maar oneindig veel aantrekkelijker. Dit is Het Echte Leven. Het Echte Leven is een mengeling van realiteit en levende fantasie. Er zijn er die beweren dat ik daarmee in een droomwereld leef. Dat beschouw ik dan maar als een privilege van de machinist.
***
Filosofisch dichter Ivar Wakker wacht liever op de eerste zonnestralen alvorens conclusies over inhoud en vorm te trekken:
Bekijk het maar!
Ik bekijk een kwestie Van alle kanten De voorzijde nodigt uit Toch loop ik er aan voorbij De rechterzijde is iets verbleekt Krijgt de meeste zon Dus zal links Alle kleur nog hebben Omdat dat in de schaduw blijft De achterkant is onzichtbaar Want het voorwerp Leunt tegen de muur Ik trek het iets naar voren Moet wel onbeschadigd zijn De bodem, hoef ik niet te weten Stevig vast, want het staat een tijd De top voelt klam Het heeft geregend Dus is het niet stoffig meer Van binnenuit bezien… Dat lukt niet meer Te donker, want de zon ging onder Ik zie het morgen wel
***
Tijdens een ritje Nachtnet zou ik het dilemma van de dichter snel opgelost hebben. De buitenkant vervormt dan weliswaar en kleuren kan ik niet meer onderscheiden, maar de inhoud zal zich aan mij openbaren. Hoewel…
Zaterdagnacht reed ik weer een stukje op het Nachtnet en toen gebeurde er iets merkwaardigs. Ik reed ontspannen van Den Bosch naar Eindhoven, maar die prettige verdoving van waaruit een ander bewustzijn ontstaat, bleef uit. Dat kwam door de hoge temperatuur eerder op de dag. Tientallen insecten hadden zich tegen de voorruit te pletter gevlogen en verstoorden mijn signalen. Een schrikbeeld voor de komende zomer en vandaar mijn hunkering naar de herfst en winter. Maar zelfs lezers die - ten onrechte - weinig geloof hechten aan mijn verhaal, weten uit ervaring dat een muskiet in de nacht dodelijk is voor dromen.
Wie goed kijkt, ziet rechts van station Oisterwijk nog net twee halfdoorzichtige schimmen vlak langs de rails dolen.
Een heel ander beeld krijg je als je met laagstaande zon in een oude trein rijdt, waarvan bovendien de ramen vies en gedeeltelijk gecorrodeerd zijn:
Geef mij dan toch maar de Dark Side van Het Echte Leven!
Iemand die ook het nodige met treinreizen heeft, is schrijfster/cabaretière Paulien Cornelisse. In de Koppeling, het personeelsblad voor NS-medewerkers, zegt ze: ‘De trein is een inspiratiebron voor mij. Omdat er even niets anders gebeurt. Het landschap trekt aan me voorbij, ik krijg gedachten die ik elders niet krijg en ik vang gesprekken op.’ Ware inspiraties onder hoogspanning dus!
Toevallig zag ik haar, samen met strijkkwartet ETHEL, op vrijdag 1 april in Muziekgebouw Frits Philips Eindhoven:
Scherpdenkers: Paulien Cornelisse & ETHEL
Halverwege het World Minimal Music Festival was het tijd voor de lezing van cabaretière en schrijfster Paulien Cornelisse in de serie Scherpdenkers. Het thema van de lezing: De taal van de muziek en de muziek van de taal. Net als de muziek van ETHEL, sloot het optreden van Paulien Cornelisse - waarschijnlijk onbedoeld - wondermooi aan bij het wezen van minimal music: herhaling bleek een essentieel onderdeel.
Door haar gestuntel met overheadprojector en cd-speler hield de voordracht van Cornelisse het midden tussen een lezing, een cabaretvoorstelling, een gesproken column en een wetenschapsquiz. Er werd volop gelachen maar de nodige diepgang ontbrak beslist niet. Blij verrast was ik doordat ze The unanswered question van de Amerikaanse componist Charles Ives als voorbeeld van een muzikale uiting van taal gebruikte en bovendien deze prachtige muziek liet horen. ‘De trompet stelt een vraag en het hout kan daarop vervolgens geen antwoord geven,’ in de woorden van Cornelisse. Ives zelf beschreef het nog iets mooier als een “kosmisch landschap” waarin de strijkers stonden voor “de Druïden die niets weten, zien en horen”, de trompet vraagt om “de eeuwige vraag van het bestaan” en de houtblazers het antwoord zoeken op “de onzichtbare vraag” maar deze zoektocht stoppen in volle frustratie zodat uiteindelijk de vraag wordt beantwoord met “stiltes”. Een filosofische compositie dus.
Het meest bijzondere van de voordracht vond ik het punt waarop ze het onderzoek van Diana Deutsch, professor in de psychologie aan de UCSD aanhaalde. Daaruit blijkt de hunkering van onze hersenen ook gesproken taal in muziek om te zetten. Kijk maar eens naar onderstaande filmpje. Ongeveer zoals het kinderklasje, reageerde de zaal op Paulien Cornelisse. De kracht van de herhaling in minimal music blijkt ook in de gesproken taal te werken.
ETHEL
Na een leuke en leerzame lezing, was het de beurt aan het Amerikaanse strijkkwartet ETHEL. Een energiek viertal dat zich met elektronisch versterkte instrumenten vooral toelegt op zeer moderne muziek. Maar toen de techniek het even liet afweten, stortte het gezelschap zich ook vol overgave op een geïmproviseerde versie van hardrockklassieker Kashmir van Led Zeppelin, op briljante wijze geïntroduceerd door altviolist Ralph Farris, die opvallend veel weg heeft van acteur/muzikant Jack Black. Zowel in uiterlijk als in optreden.
Een componist die ik - ik schaam me diep - nog niet kende, was de Nederlander Jacob ter Veldhuis. Ik de VS beter bekend onder zijn artiestennaam JacobTV. Van hem werd als eerste het werk Take a wild guess gespeeld, waarbij op tape stemmen klonken van tot levenslang veroordeelde Amerikaanse gevangenen. Nog indrukwekkender vond ik Syracuse Blues, een melancholische, bijna requiem-achtige melodie onder de rauwe stemmen van Siciliaanse marktkooplui die in hun dialect, bestaande uit een mengeling van Grieks, Latijn en Arabische talen, hun vis aanprijzen.
Een ouder, maar minstens zo indrukwekkend werk, was van de eregast van het festival: Steve Reich, één van de grondleggers van de minimal music. Different trains voor tape en strijkkwartet is gebaseerd op jeugdherinneringen van de componist, waarin hij met zijn kindermeisje op en neer treinde tussen zijn gescheiden vader en moeder in Los Angeles en New York. Dat vond plaats tussen 1939 en 1942. Pas later realiseerde hij zich dat als hij als Jood op hetzelfde moment in Europa had geleefd, hij mogelijk in heel andere treinen - Different trains - terecht was gekomen.
En zo kreeg deze eerste avond van april, onbedoeld maar geheel binnen thema en dubbel geschikt voor deze site, ook nog een filosofisch tintje.
Meer muziek en filosofie van het World Minimal Music Festival:
Bovenstaande opname werd live uitgezonden via Radio 4 op 31 maart vanuit het Amsterdamse Muziekgebouw aan 't IJ. Hetzelfde programma werd een dag eerder gespeeld - eveneens door ASKO|Schönberg - in Muziekgebouw Frits Philips Eindhoven.
Hoogtepunten uit Amsterdam vind je op de site van VPRO Dorst. Daar is ook een zeer uitgebreid live blog te vinden.
Mijn eigen verslag van de - veel bescheidener en aanzienlijk minder bezochte - Eindhovense versie lees je hier.
Mahler & Schnittke
Der Teufel tanzt es mit mir, Tod! Verkündiging!, Erbarmen! O Gott! O Gott!!! Warum hasst du mich verlassen? en Für dich leben! Für dich sterben! Almschi. Hartverscheurende kreten van verdriet, om zijn vrouw die hem bedrogen had, noteerde Mahler in de kantlijn van zijn tiende Symfonie, een werk dat hij vanwege zijn vroege dood in 1911 nooit zou voltooien. Alleen het Adagio werkte hij geheel zelf uit en dit deel is op tal van verzamel-cd’s met rustgevende of meditatieve muziek te beluisteren.
Op 7 april speelde Amsterdam Sinfonietta het in een bewerking van Hans Stadlmair in het Muziekgebouw aan ‘t IJ in Amsterdam als laatste werk in een avond rond Mahler en Schnittke. De zuchten van Mahler werden op een briljante manier hoorbaar gemaakt door Candida Thompson en haar gezelschap. Een onovertroffen prestatie voor een strijkorkest van zo’n omvang. Volgens het tekstboekje eist Thompson dan ook volledige overgave van haar musici, en dat is aan het resultaat te horen.
Als je een concert eindigt met het laatste werk van een componist, staat het natuurlijk netjes als je opent met zijn vroegste jeugdwerk. Van Mahler is echter niet veel bewaard gebleven omdat hij zelf al zijn vroege werken eigenhandig vernietigd heeft. Alleen het eerste deel plus enkele maten van het vervolg van zijn Pianokwartet in a uit 1876 kwamen dus in aanmerking. Dit deel klinkt als een romantisch eerbetoon aan Schubert, Schumann en Brahms. De Russische componist Alfred Schnittke heeft het werk later in zijn eigen muzikale idioom voltooid, waarbij hij eindigt met de laatste maten die Mahler zelf voor het werk genoteerd had. Een prima basis dus voor het begin van de avond.
Vervolgens stond het Andante uit Strijkkwartet nr. 3 op het programma. Persoonlijk vind ik dit één van de mooiste werken van Schnittke. Het begint met een motief uit het Stabat Mater van Orlando di Lasso en het hoofdthema uit Beethovens Grosse Fuge opus 133. Als eerbetoon aan zijn landgenoot Sjostakovitsj verwerkte Schnittke diens initialen DSCH in zijn compositie. De bewerking van die drie thema’s met behulp van vele glissando’s levert een meesterwerk dat niemand zo kippenvel veroorzakend mooi kan uitvoeren als Amsterdam Sinfonietta. Bijna magisch hoe een heel strijkorkest net zo zuiver kan klinken als een enkel strijkkwartet, maar dan met meer volume, intenser, doordringender, adembenemend mooi.
Met behulp van violiste Liza Ferschtman en pianist Inon Barnaton werd ten slotte het Concerto grosso nr. 6 voor piano, viool en strijkorkest van Schnittke uitgevoerd. Opnieuw vormde de muzikale handtekening van Sjostakovitsj de basis van het werk. De pianist kreeg eerst ruimschoots de gelegenheid alle thema’s te introduceren, waarna een intiem duet volgde met de vioolsoliste. De muzikale handtekening die Amsterdam Sinfonietta er vervolgens onder plaatste zorgde voor een staande ovatie en een perfecte muzikale avond met twee van mijn favoriete componisten. Gelukkig door Radio4 opgenomen en live uitgezonden in de Donderdagavond Serie.