Woensdag 1 augustus 2011. Wordt dit dan de eerste dag van de zomer? Om half vijf ’s morgens is het nog akelig koud. Dat is maar goed ook, want het geeft me de kans wakker te worden. Klokslag 12:00 uur, heb ik ruim 56 uur gereden in een zesdaagse werkweek. Onverantwoord veel voor een functie waarin je elke seconde scherp moet zijn, maar met een trucje kunnen roostermakers de dag een paar uur korter maken. Als je dat een week lang consequent volhoudt, kun je acht dagen in één week stoppen. CAO-technisch is het mogelijk en zolang ik een geel reflecterend vestje draag, is het nog veilig ook. Slopend is het wel.
Op 23 augustus 2011 was in Eindhoven de zwartste nacht te aanschouwen die ik in mijn hele leven heb gezien. En dat even na elf uur 's morgens. De totale duisternis duurde niet veel langer dan een kwartier, maar het was een indrukwekkend schouwspel. Tientallen mensen liepen de trein uit om foto's te maken. Als dominee Camping vandaag de Apocalyps had voorspeld, zouden velen hem vijftien minuten geloven, om vervolgens letterlijk van een koude douche thuis te komen. Geheel volgens de wetten der natuur, volgde op deze black-out een prachtige zonsopgang.
Het koffertje van de conducteur
De conducteur heeft direct na een aanrijding de meest ondankbare taak die je kunt bedenken. Een taak waarvoor hij een speciaal koffertje tot zijn beschikking heeft, dat op een verborgen plek in de trein hangt. Weggestopt omdat geen enkele conducteur met dit voorwerp geconfronteerd wil worden als het niet strikt noodzakelijk is. Dit koffertje bevat namelijk afdekfolie en een paar handschoenen. Met die folie mag de conducteur het lijk, of wat daarvan over is, afschermen van nieuwsgierige ogen van de buitenwereld. Vooral het woord handschoenen maakt van het koffertje met inhoud een klinisch geheel. Geen enkele conducteur zal met zijn blote handen aan een zwaar verminkt lichaam zitten, logisch dat het koffertje handschoenen bevat. Maar moet dat op de buitenkant vermeld worden? Is dat om aan alle protocollen en regelgeving te voldoen, of is het bedoeld om het meest emotioneel beladen voorwerp in de trein een neutraler karakter te geven?
Een suïcidale duif tussen trein en zelfmoordtrap?!
Eendengekwaak tijdens Orgelnacht
In Troisième choral in a van César Franck dook een bekende vogel op. Of het bewust zo geschreven is, of dat er foute registers zijn opengetrokken weet ik niet, maar gedurende enkele maten herkende ik duidelijk het stemgeluid van Donald Duck. En hoewel een deel van het publiek erom moest lachen, bedoel ik het respectvol en zeker niet minachtend of met leedvermaak. Ik had de eend leren kennen op twee- of driejarige leeftijd, ergens in Italië. Voor mij heette hij in die tijd Dolleke Duuk. Als je hem een centje voerde, nam hij je mee op een vlucht boven de camping, met een landing in het meer. Gelukkig waren er veel ooms en tantes aanwezig, want ik zeurde voortdurend om een centje voor Dolleke Duuk. Maar zoals dat gaat met vakantieliefdes, we stuurden elkaar na het afscheid nog één kaart en alle contact werd verbroken. Wel landde er kort daarna een eend in onze tuin waar ik uren mee kon praten. Een centje hoefde ik er niet in te stoppen en ik mocht ook niet op zijn rug klimmen, maar voor een stukje brood of een visje was hij mijn beste vriend. Totdat we verhuisden. Nog één kaart…
‘Ik ben het zat, ik pik het niet meer. Ik heb er zelf iets aan gedaan. Zij 10 kilometer harder, ik 10 kilometer harder. Heb ik gelijk of niet? Gelijke monniken, gelijke kappen, toch? Ik heb als eerste NS-medewerker mijn ATB opgeschroefd naar 150 km/uur. Kijk maar eens voor je. Volgende keer als zo’n arrogante directeur in zijn glimmende Mercedes nog net voor mij over denkt te steken, geef ik een peut tractie en snijd ik hem ram doormidden.’
Ik zag in gedachte de ravage die overblijft na de botsing tussen trein en auto al voor me. Het zou het schrikeffect bij overwegen sterk kunnen vergroten. En dat is hard nodig, want het gezag van gesloten spoorbomen is tanende.
The ogre men are still inside The two way mirror mountain You gotta keep down Right out of sight You can’t see in but they can see out Keep a look out
(Freddy Mercury - Ogre battle)
Tijdens het slotapplaus, de geregisseerd spontane staande ovatie van de musical We Will Rock You, maakte ik voor mijn weblog een paar foto's. Met een paar lange figuren in de rijen vóór mij, kon ik dat niet onzichtbaar doen. Het werd een ongelijke strijd tegen de massaal aanwezige ordetroepen van Joop van den Ende. Maar waren dit domme krachten, of zat er een rebelse Bohemian achter de bevelhebber verscholen?
De dreiging is zelfs op de 'gewiste' foto's aanwezig.
Voor de rit uit het filmpje hierboven, moest ik de helft van de dienst achter mijn eigen trein aan rennen. Dat werd zo geregeld door een nogal in sluiers gehulde organisatie binnen de NS die Bijsturing heet.
Zelfmoordkandidaten die, op zoek naar verlossing, via de ene trap de dood tegemoet klimmen, dalen, tot hun verbijstering, via de andere trap weer levend terug naar de aarde. Voor velen van hen is één wedergeboorte voldoende, anderen hebben vier of vijf reïncarnaties nodig om hun ongeloof opzij te zetten. Als ik de trap nu nader, lijkt dit ritueel wel een volkssport geworden te zijn. In kleine groepjes laat een coach zijn volgelingen de spirituele overtocht maken. Ondanks deze positieve draai, ben ik blij dat ik met mijn hele trein de trap voorbij ben, op het moment dat de ‘zoekenden’ het hoogtepunt bereiken.
Lees hier het hele verhaal, waarin ook het antwoord op de vraag: 'Kunt u mij de weg naar Hamelen vertellen, mijheer?' wordt gegeven.
Tuinkabouter
In het Eindhovens Dagblad verscheen zaterdag 27 april een stukje over kabouters op station Eindhoven Beukenlaan. Het ED laat in het midden of het om een studentengrap - het is introductietijd - gaat, diefstal of een andere ludieke actie. Het zou natuurlijk ook kunnen dat de kabouters dit hoge niveau opzoeken omdat ze hun afwerkplek kwijt zijn. Dat verklaart ook de houding waarin de meesten worden aangetroffen. Toevallig had ik vrijdag zelf een ontmoeting met een tuinkabouter.