Vanwege een verhuizing deze maand geen wekelijkse update. In september hoop ik weer helemaal terug te zijn.
Per Spoor
Ik sta niet bepaald bekend als een feestbeest. Toch probeer ik op mijn manier tijdens grote evenementen altijd de stemming er in te houden. Zo mag ik ter verhoging van de feestvreugde na een dansfestijn, graag een paar extra wisseltjes meepikken. Dit tot grote hilariteit van de dames op mijn balkons. Helaas bevindt zich altijd wel een heer in het gezelschap die te diep in zijn glaasje evenementenbier heeft gekeken en nu zijn ritueel geslacht schapenvlees met mij meent te moeten delen. Het liefst over een bank of in een gangpad. Of, nog erger, in de balg tussen twee ruituigen, zodat ik bij elke bocht die ik maak, de spijsverteringssappen dieper mijn ingewanden binnen voel dringen.
Ook tijdens Koninginnedag doe ik graag mijn ronde. Ik kan er alleen niet goed tegen als er iemand ten onrechte aan mijn noodrem trekt. En ik gruwel helemaal van personen die met hun vieze vingers aan de noodbediening van mijn deuren zitten. Heb toch eens respect voor andermans lichamelijke integriteit! Ik zit tijdens de rit toch ook niet aan jullie edele delen te wriemelen? Monteurs van Nedtrain zouden me voor straf schroefje na schroefje demonteren. En terecht.
Maar het leukste evenement vind ik toch wel de megaconcerten van Guus Meeuwis. Ik herinner me nog hoe ik hem als jong studentje naar college bracht. Ook toen al kon hij de prachtigste ballades aan mij opdragen, al liet zijn gitaarspel in die tijd nog wel wat te wensen over. Als ik nu na een optreden in het Philips-stadion de mensenmassa binnen voel stromen, sta ik van genot te schommelen op de rails. Als de ware fans dan ook nog een lied aanheffen, kan ik de aandrang niet onderdrukken hardop mee te brullen: ‘Ja, ja, ja, kilometers spoor schieten onder mij door. Kedeng, kedeng, oewoe!’ Dan voelt het even alsof ik er eindelijk zelf bij ben geweest.
***
Deze column is tevens gepubliceerd in oNS kent oNS van augustus 2010. De muziek is uiteraard van Guus Meeuwis zelf.
Wat zijn de vrouwen groot
Iedereen kent dat spelletje wel waarbij de eerste een zin doorfluistert aan de tweede persoon die het op zijn beurt weer doorgeeft aan de derde. Uiteindelijk is het resultaat altijd vrijwel onherkenbaar verbasterd. Een bijzondere variant van dit spel ontstond vrijdag 13 augustus op het spoor rond Helmond.
Ik reed met de stoptrein vanuit Deurne richting het station van Helmond, toen plotseling een groen sein op rood sprong, gevolgd door gepingel en gebel van de ATB. Normaal schrik je daar als machinist enorm van omdat de kans bestaat dat je voorbij een rood sein rijdt. Daar ik echter toch moest stoppen langs het perron, viel het in dit geval mee. Ik belde de treindienstleider om te vragen wat er aan de hand was. Deze vertelde mij dat hij het sein had teruggenomen omdat hij een alarmoproep van de KLPD had gehad. Even verderop zou een vrouw klem zitten onder een overweg. Hij had de machinist van de tegentrein gevraagd extra goed op te letten, maar deze had niets bijzonders gezien. Hij ging de KLPD terugbellen en zou mij daarna opnieuw inlichten.
Twee of drie minuten later kreeg ik de treindienstleider opnieuw aan de lijn. Het bleek uiteindelijk te gaan om een busje dat te dicht op de overwegbomen geparkeerd stond. Niets aan de hand dus ik kon mijn reis - nu met ongeveer vijf minuten vertraging - gewoon vervolgen.
Ik vraag me af hoeveel stappen ertussen gezeten hebben om van een busje een vrouw te maken. En wat zou de volgende stap geweest zijn? Een bus vol vrouwen klem op de overweg? Toch is het niet helemaal een uniek voorval; een bekende cabaretier keek ooit wel heel erg tegen vrouwen op. In Wat zijn de vrouwen groot zingt hij:
Wat zijn de vrouwen groot Wat zijn de vrouwen groot Laatst lag ik op het strand Ik denk: daar ligt een rondvaartboot Maar ’s avonds was de boot verbrand Het hele dek was rood Wat zijn de vrouwen groot Wat zijn de vrouwen allejezus groot