Reizigers in 2012

 

 

Biologieles

 

In de zomer van 2006 – de datum weet ik niet meer precies maar dat is niet zo belangrijk – reed ik de laatste trein van Maastricht naar Eindhoven. Wegens werkzaamheden was op een deel van het traject slechts één spoor beschikbaar. Het was daarom zo gepland dat ik in de buurt van Haelen (tussen Roermond en Weert) naar één van de beschikbare goederensporen gerangeerd zou worden. Daar moest ik wachten tot de trein in tegengestelde richting me gepasseerd was. Helaas had die tegentrein nogal wat vertraging en moest ik de reizigers ongeveer twintig minuten zien te vermaken. Ik besloot ze te wijzen op een bijzondere diersoort die enkel in die omgeving voorkomt. Ik sprak de woorden langzaam uit om steeds na te kunnen denken hoe ik verder zou gaan:

‘Goedenavond dames en heren. Nu we hier toch staan, raad ik u aan eens goed naar buiten te kijken. Op deze plaats in Limburg leeft namelijk een heel bijzondere hertensoort. Een soort die verder alleen wordt gevonden in een klein gebied net over de grens in Duitsland.
Het is namelijk de kleinste hertensoort ter wereld. De soortnaam schiet me nu even niet te binnen maar ik zag er net één rechts van de trein en omdat ze in groepen leven lopen er waarschijnlijk meer rond. Misschien kan de hoofdconducteur de verlichting even uit doen zodat het gemakkelijker wordt in het donker te kijken.
Een ander opvallend kenmerk aan deze soort is dat ze erg grote oren hebben. Die vallen natuurlijk nog eens extra op omdat het dier zelf zo klein is. Bovendien leven deze herten, anders dan de meeste van hun soortgenoten, in holen onder de grond.
Richard Adams heeft er een boek over geschreven dat later ook nog verfilmd is. Een tekenfilm met dat prachtige liedje Bright Eyes, gezongen door Art Garfunkel maar geschreven door Mike Batt. Dat betekent dan weer Michel Vleermuis maar die diersoort heeft helemaal niets met het verhaal te maken.’

Terwijl mijn verhaal een absurde richting opging werd er hard op de deur geklopt. Een mannenstem riep quasi-kwaad: ‘Konijnen sukkel!’
‘O, ja,’ zei ik over de omroep. ‘Konijnen, zo heet die soort. Ik kon zo gauw niet op de naam komen.’

Er ging een geroezemoes en gelach door de trein van mensen die de humor er wel van inzagen of die beschaamd moesten bekennen dat ze tot op het laatst hoopvol naar buiten hadden gestaard. Tot mijn opluchting zag ik op dat moment ook de tegentrein naderen. Ik loste de remmen en de conducteur deed de treinverlichting weer aan.
Voor de laatste maal die avond greep ik de omroep: ‘Als er niemand meer wil kijken, dan stel ik voor dat we maar weer gaan rijden.’

Ik heb later nooit meer zo weinig klachten gehoord over een vertraging van twintig minuten. Maar ik weet ook niet of ik nog eens zo durf te improviseren. Zo perfect als het die avond liep, dat lukt me beslist geen tweede keer. Hoewel, er leven vast nog meer onbekende diersoorten langs het spoor.

 

< Terug naar het vorige verhaal        Verder naar Meisje van 13 >



Machinistlog.nl | info@machinistlog.nl