Onlangs zijn we door het management van Hoofddorp Opstel nog eens geattendeerd op de icoonmodule ‘Veiligheid langs het spoor’ en dan vooral op het in- en uitstappen. Minimaal drie contactpunten met het materieel houden en het gezicht naar de trein. Nu wij ook nachtnet gaan rijden lijkt het me verstandig nog eens te benadrukken: Dit geldt niet in de nacht!!!
Velen fronsen nu hun wenkbrauwen. Maakt dat verschil dan? Slechts een enkeling veert op en slaat met zijn wijsvinger enkele malen hard op dit papier: ‘Goed dat dit eens gezegd wordt.’
De nacht is méér dan het verschil tussen licht en donker, het is het verschil tussen goed en kwaad. DE NACHT IS HET DOMEIN VAN KWADE GEESTEN. Vraag het maar eens aan de Surinamers onder ons. Zij zullen ’s nachts nooit hun huis binnengaan met hun gezicht naar voren maar altijd rugwaarts. Op deze manier kunnen kwade geesten hen niet volgen. Conducteurs hebben dat goed begrepen en sluiten de deuren met hun blik op de nacht gericht, maar hoe machinisten instappen, dat is de geesten verzoeken en menigeen kent het gevoel niet alleen in de cabine te zijn.
Misschien kan hier middels een zakkaartje eens aandacht aan besteed worden? Dat is tenslotte ook in het belang van de reiziger. Wie een machinist onhandig achterwaarts de cabine ziet beklimmen weet in ieder geval zeker dat de trein veilig gereden wordt. Tenzij hij zijn nek breekt bij het instappen natuurlijk.