Wat mij het meest is bijgebleven van 2010? Achteruit bladerend door mijn geheugen ga ik van sneeuw in de winter, via blaadjes in de herfst, wateroverlast in de zomer en een hittegolf in de lente, naar het rondje Nachtnet op 1 januari 2010. Bij aankomst in Utrecht bleek er geen plaats meer te zijn in de herberg. Ik moest over een middenspoortje het station voorbij rijden om halverwege Den Haag terug te keren en naar het perron. Onbereikbaar Utrecht, hoe vaak zouden we dat in 2010 nog meemaken?
Gelukkig deed het de reizigers op dat moment niet zoveel. Die zaten nog vol goede voornemens. Voornemens die tegen de tijd dat we Rotterdam naderden al voor een groot deel over de banken of her en der verspreid in de gangpaden lagen. Het was afgelopen met de feestelijkheden. In Rotterdam eindigde het rondje Nachtnet voor het Eindhovens personeel dan ook abrupt en heb ik met twee hoofdconducteurs ruim een uur moeten wachten op een taxi. Ondanks contracten voelden de chauffeurs meer voor lucratievere ritjes. Herkenbaar?
Maar het meest bizarre van die eerste dienst was een konijntje dat bij nadering van mijn trein in blinde paniek tussen de rails op en neer sprong voordat ik het uit zijn lijden verloste. Helaas stond er net op dat moment een klein meisje bij een overweg te kijken. Ze sloeg haar hand voor haar mond en ik kon de tranen in haar ogen voelen branden. Eigenlijk had ik er direct melding van moeten maken. Maar hoe kon ik vermoeden dat dit zou leiden tot het grootste trauma van NS en ProRail in 2010? Nu weten we beter: met kleine meisjes en konijnen valt niet te spotten!
Op de column van week 4: Machinistenparadox, reageerde een slagwerker van het Radio Filharmonisch Orkest en frequent treinreiziger, terecht met kritiek op meerijdend NS-personeel in stiltecoupé's. Toevallig speelde een horrorverhaal in een stiltezone ook een hoofrol in de theatervoorstelling Mahagonny Songspiel & Het lied van de stad van Het Zuidelijk Toneel en het Willem Breuker Kollektief.
Een vrouw zit in een stiltecoupé van een almaar voortrazende trein. De trein stopt op geen enkel station en de vrouw raakt in paniek. Maar zodra ze haar angst wil uiten, wordt ze er door medereizigers vermanend op gewezen dat ze zich in een ruimte bevindt waar haar gejammer niet op prijs wordt gesteld.
Stroman en Trawanten
De Bedevaart is in mijn ogen het beste theaterprogramma dat ooit onder de noemer ‘cabaret’ is gemaakt. Ik heb het ooit van A tot Z uit mijn hoofd op kunnen zeggen en Het Schoolreisje is nog steeds mijn lijflied. Via deze show van Freek de Jonge kwam ik lang geleden in aanraking met de wonderlijke muziek van Willem Breuker. De eerste keer dat ik hem en zijn Kollektief live aan het werk heb gezien, moet zo’n twintig jaar geleden zijn geweest tijdens het North Sea Jazz Festival in Den Haag. Een propvolle maar enthousiaste zaal en een orkest dat de vreemdste capriolen uithaalde. Zo kwamen de muzikanten tijdens een Frans intermezzo allemaal in het zwart gekleed het podium op, alpinopet op het hoofd en een stokbrood onder de arm.
Een soortgelijke grap haalden ze, samen met Het Zuidelijk Toneel, op 27 januari in het Parktheater in Eindhoven opnieuw uit. Mahagonny Songspiel van schrijver Bertolt Brecht en componist Kurt Weill gaat over de lokroep van een grote stad in Alabama. Het leven lijkt er aanvankelijk alles te bieden wat je maar kunt wensen, maar uiteindelijk blijkt dat je in whiskybars en pokersaloons alleen jezelf maar kunt verliezen. De maan doet de inwoners verlangen naar de stad in de verte waar het allemaal beter is: Benares. Het Willem Breuker Kollektief is opnieuw geheel in het zwart gekleed, maar de alpino is vervangen door een bolhoed. Een perfect eerbetoon aan de tijd waarin het stuk is geschreven, 1927, maar het heeft tegelijk iets afstandelijks. De bewoners van Mahagonny lijken gelukkig, maar hun outfit en houding passen niet bij de goedkope leefstijl in bars en gokhallen.
De muziek van Weill lijkt haast speciaal voor het Willem Breuker Kollektief gecomponeerd. Niet zo verwonderlijk, want de term Entartete Kunst moet voor Willem Breuker een geuzennaam geweest zijn, al gebruikte hij zelf liever de term mensenmuziek. Een term die in retrospectief ook gebruikt kan worden voor de muziek van Weill als je denkt aan de populaire liedjes uit zijn Dreigroschenoper. Het geheel was dan ook een feest om naar te kijken en te luisteren. Niet in de laatste plaats door de medewerking van enkele (jonge) Eindhovenaren die in een ongelooflijk knappe timing met tekstborden in de weer waren als aanvulling op de gesproken en gezongen tekst.
Na deze briljante uitvoering volgde Het lied van de stad, Eindhoven in mijn geval. Letterlijk een carrousel van stadstafereeltjes trok onder begeleiding van de muziek van Willem Breuker aan het oog van de toeschouwer voorbij. Vaak met humor, soms pijnlijk, maar altijd herkenbaar. Sleutelvertelling in het geheel is een vrouw die op de bank bij een psychiater vertelt over haar nachtmerries: Ze zit in de stiltecoupé van een trein die alle stations voorbij rijdt. Als ze roept dat ze eruit wil, wordt ze door medereizigers vermanend tot zwijgen gebracht. De stad raast maar door en gunt niemand de tijd even op adem te komen.
Uiteindelijk draait alles om een politieman die de stad en zijn werk ziet veranderen. Hij kent de zwervende straatmuzikant nog bij naam, biedt zonder vooroordeel hulp aan een hypochondrische allochtoon en durft de confrontatie aan met ouders van een meisje dat hun kind onder het mom van ADHD en PDD-NOS rustig houden met een overdosis medicijnen. Steeds vaker komt hij in conflict met burgers die hun vrije mening uiten, collega’s die grenzen moeten stellen en superieuren die een harder beleid moeten verdedigen om eenheid binnen het korps uit te stralen. Als de politieman wanhopig uitroept: ‘Wat willen jullie nou? Iemand die zijn verstand gebruikt of befehl is befehl?’ wordt hij ontslagen. ’s Avonds zwerft hij vol ongeloof dronken door de stad.
En dan ontstaat er bij mij een sterk gevoel van déjà vu. Terwijl de repeterende muziek van het Kollektief aanzwelt, hoor ik Freek de Jonge zeggen: ‘Het orkest speelt Minimal Music, want je moet de president niet met ingewikkelde noten aan zijn kop zeuren.’ Een zinnetje uit Stroman en Trawanten, een programma van Freek de Jonge en Willem Breuker. Bijna dertig jaar oud, maar nog steeds actueel. Want hoe valt onze huidige regering beter samen te vatten dan met deze drie woorden: Stroman en Trawanten?
Helaas is Willem Breuker in 2010 veel te jong overleden. Het gevolg was dat hij geen originele muziek meer kon componeren voor deze fantastische voorstelling. De meer dan capabele leden van zijn Kollektief hadden zijn werk af kunnen maken, maar als eerbetoon is bestaande muziek van Breuker gebruikt. Of er bewust voor gekozen is weet ik niet, maar welke muziek was beter geschikt dan de muziek die hij componeerde bij de zwijgende film Faust van F.W. Murnau uit 1926? Iemand die zijn ziel verkoopt aan de duivel om te kunnen bezitten wat hij het liefst heeft. Nog een rake typering voor het huidige kabinet.
Al met al een prachtige avond in een overweldigende regie van Matthijs Rümke. Wel een heel erg linkse avond. Gelukkig onaantastbaar door staatssecretaris Halbe Zijlstra. Het Willem Breuker Kollektief heeft nooit erg diep in de subsidiepot mogen graaien, en als ik goed inschat aan wie de oprichter zijn ziel verkocht heeft, blijft Willem Breuker nog minimaal een eeuw of twee onsterfelijk.
De muziek die je bij deze pagina hoort is van Willem Breuker en komt uit het programma De Bedevaart van Freek de Jonge: De Ontembare.
Nachtburgemeester
Ik wil mezelf niet op de borst slaan, maar eindelijk is er iemand die mijn kwaliteiten erkent. Dinsdagavond 25 januari zou er een perskaart voor mij klaarliggen bij Muziekcentrum Frits Philips Eindhoven zodat ik mij vrij tussen de linkse elite kon bewegen en tevens foto’s kon maken tijdens het Storioni Festival. Met opgeheven hoofd meldde ik mij bij de balie.
‘Jazeker,’ zei de vriendelijke medewerkster achter de kassa, terwijl ze mij een envelop overhandigde. ‘Eén kaartje en een sticker voor Rob van Gijzel.’ Heel even wist ik niet goed wat ik moest doen, toen nam de envelop aan. Ik lijk helemaal niet op de burgemeester, maar zou ik het slechter doen dan de echte Rob van Gijzel?
Hierbij deel ik de wethouders en gemeenteraad van Eindhoven dus mede dat de burgemeester op 25 januari de volgende besluiten heeft genomen:
1.Alle bezuinigingen op cultuur en culturele instellingen worden teruggedraaid.
2.Er wordt niet bezuinigd op sportverenigingen voor de jeugd.
3.De kunstijsbaan blijft open en in handen van de gemeente.
4.Schoolzwemmen blijft verplicht op de basisschool.
5.Alle wijkfilialen van de bibliotheek blijven open op de huidige sterkte.
PS. Als iemand de echte Rob dinsdagavond heeft gemist, dan weet je nu wat er met zijn kaartje is gebeurd. At your service!
Zodra Nico Muhly achter de piano zit, begint hij te spelen. ‘Just a second,’ reageert Kuusisto lachend, terwijl hij de muziek op zijn lessenaar ordent. Het lijken twee vrienden die elkaar plagend in de maling nemen. Maar het zou evengoed het werkelijke begin van het muziekstuk kunnen zijn. Om de beurt spelen ze de melodie terwijl de ander lange tonen speelt of korte fragmenten herhaalt als begeleiding. Als jonge jongens dagen ze elkaar uit, pesten ze elkaar, ravotten, maken ruzie en leggen het razendsnel weer bij. Kuusisto laat de strijkstok over zijn snaren dansen terwijl Muhly hem bewonderend, bijna liefkozend aankijkt. Op sommige momenten hangt hij onder de piano alsof het allemaal slechts kinderspel is.
Helaas groeien ze veel te hard. Als tieners nemen ze afstand van elkaar. Ieder lijkt zijn eigen gang te gaan, hoewel hun wegen elkaar steeds kruisen. Waarschijnlijk zijn ze allebei verliefd op hetzelfde meisje. Af en toe is er een bittere klank te horen, maar ze laten elkaar niet helemaal los. Jaren later zijn hun ruzies bijgelegd, maar ze zijn volwassen geworden, minder spontaan. Alleen als ze zich in een restaurant tegoed doen aan de wijnkaart, komt die oude spiritualiteit weer boven. Lyrisch halen ze herinneringen op aan voorbije dagen.
En dan opeens is het uit. De muziek houdt gewoon op. Geen open einde, maar abrupt midden in een zin is het afgelopen. Alsof we in het heden zijn aanbeland en niemand weet hoe het nu verder zal gaan. Toch is een tipje van de sluier al opgelicht. Tijdens het Storioni Café voorafgaande aan het concert, zat Lavinia Meijer namelijk openlijk te flirten met Pekka Kuusisto. ‘If you’re in Finland, give me a call,’ zei deze, waarop Lavinia antwoordde met: ‘We have a date.’ Daarop stak Pekka beide handen juichend enkele malen in de lucht. Ik zag Nico Muhly vanuit zijn stoel wat jaloers toekijken naar het tweetal op de bank en het zou me niet verbazen als hij tijdens dat tochtje van Lavinia Meijer heel toevallig óók in Finland opduikt. Ik zal in 2012 in ieder geval zeer teleurgesteld zijn als er geen bijzonder trio van celesta, viool en harp op het programma staat!
Eerder schreef ik dat de gebroeders Vossen zo intens, meelijwekkend pijnlijk konden kijken. Dat moeten ze zich aangetrokken hebben, want vanavond stonden ze breed lachend in de regen. Op een met (Philips-) kaarsjes verlicht podium speelden ze Regendruppels, een heerlijk miniatuurtje uit de jeugd van Jean Sibelius. Ik ben nog nooit zo aangenaam van de regen in de drup beland.
Die humor hielden ze nog even vast toen het voltallige Storioni Trio, uitgebreid met klarinet, fagot en trompet, even later de Revue de cuisinevan Bohuslav Martinů inzette. Het verbaasde mij om in het programmaboekje te lezen dat de delen de volgende namen hadden:Prologue - Charleston - Tango - Allegro. Frans was niet mijn favoriete vak op de middelbare school, maar ik weet toch bijna zeker dat cuisinezoiets als keuken betekent. En zo zag ik ook een pollepel, een keukendoek en een slakom voorbij marcheren. Ongetwijfeld was er nog meer, maar mijn geheugen is soms net een…