Alle katten hebben Asperger, aldus het gelijknamige boekje van Kathy Hoopmann. Aan de hand van foto’s van kittens, vertelt de schrijfster over het gevoelsleven van vooral kinderen met het Syndroom van Asperger, een milde vorm van autisme. Bij de afbeeldingen staan korte zinnetjes als: Kinderen met Asperger bekijken de wereld op hun eigen, unieke manier en Hun denkwijze is vaak anders dan die van hun leeftijdgenoten. Soms kijken ze degene die tegen hen praat niet aan. Vaak gaan ze maar door over een en hetzelfde onderwerp en hebben niet door dat anderen hierdoor verveeld kunnen raken. En dan kunnen ze opeens met een onverwachte opmerking uit de hoek komen waardoor iedereen zich verwondert over hun pienterheid en intelligentie. Als ze wat ouder worden, voel ze vaak wel dat ze anders zijn, alsof ze op een andere planeet leven, waarvandaan ze naar een wereld kijken, die ze nooit helemaal begrijpen. Maar met hun unieke kijk op het leven, hun oog voor detail, en hun vasthoudendheid, kunnen mensen met Asperger in vele vakgebieden de top bereiken.
In zijn Hulpgids Asperger-syndroom schrijft Tony Attwood: Kinderen met het Asperger-syndroom zijn vaak minder bedreven in onderhandelen en compromissen sluiten en weten niet altijd wanneer het tijd wordt om toe te geven en verontschuldigingen aan te bieden. Ze weigeren schoolregels die ze onlogisch vinden, te accepteren, en zijn erg principieel in het halen van hun gelijk. Dit kan leiden tot veelvuldige, hoogoplopende conflicten met docenten en de schoolleiding.
Eigenlijk hoef je in het betoog van beide schrijvers alleen het woordje kinderen te vervangen door machinist en ze geven een perfecte beschrijving van het leven bij de Nederlandse Spoorwegen. Als je machinisten dus met een diersoort wilt vergelijken, zijn het katten. Beiden hebben een grote liefde voor het openbaar vervoer. Een verhaal dat helemaal klopt als je kijkt naar de Engelse kater Casper, die vier jaar lang trouw in de rij voor de bus stond te wachten om zijn dagelijkse ritje met lijn 3 te maken. Ik schreef er al eerder een column over. Waarom ik daar nu op terugkom?
Kathy Hoopmann heeft ook het volgende zinnetje in haar boek opgenomen: Ze kunnen erg ondernemend zijn, zonder gevaren te zien, en het lijkt soms of ze de spreekwoordelijke negen levens veel te snel gebruiken. Zelf ben ik vooralsnog steeds gehavend maar levend van de EHBO vertrokken, maar voor Casper is het te laat. De Engelse buskat heeft zijn laatste leven verbruikt. Hij zag een aanstormende taxi over het hoofd. Een transportmiddel waar zowel katten als machinisten een hekel aan hebben. Zijn dood heeft wereldwijd de pers gehaald en geleid tot honderden condoleanceberichten.
Ik kan Casper vanaf deze plaats alleen een rustige Journey to the Heaviside Layer wensen, zoals Andrew Lloyd Webber de teksten van T.S. Eliot in de musical Cats op muziek zette.
Privacy
Iedereen die hier regelmatig langskomt, weet dat ik graag in het Muziekcentrum vertoef. Phantom of the Opera zou een fantastisch beroep voor mij zijn. Ook deze week stonden er weer twee bezoeken op stapel: woensdag James Kennedy uit de serie Scherpdenkers, met muziek van Reich, Muhly en Adams en het Finse vioolfenomeen Pekka Kuusisto, en zaterdag het Rotterdams Filharmonisch Orkest, gedirigeerd door Jaap van Zweden, met een uitvoering van de zesde van Mahler. De man met de hamer. Op beide concerten had ik me enorm verheugd.
Tot mijn verbijstering dreigde de dienstindeling echter roet in het eten te gooien. In plaats van twee vroege diensten, stond er voor woensdag en donderdag plotseling cursus op het programma. Twee dagen van acht tot vijf in het simulatorcentrum in Amersfoort. Daar komt de reis in eigen tijd nog bovenop. Een ramp, aangezien ik voor woensdag ook nog iemand voor een diner had gevraagd en het restaurant al gereserveerd was. Met een mengeling van ontzetting en woede, ben ik gaan bellen.
Aan het begin van maandagavond kreeg ik een onthutsend telefoontje van mijn teammanager. Deze staat op het standpunt dat je nu eenmaal in dienst bent van een volcontinubedrijf en daardoor altijd rekening moet houden met veranderende diensttijden. Daarover hoef je niet op voorhand ingelicht te worden. Hij had van mij immers geen lijst ontvangen met data waarop ik naar het muziekcentrum zou gaan.
Maar ben ik dan verplicht hem die informatie te verschaffen? Volgens rooster zou ik vroege dienst hebben. Heb ik in dat geval geen recht zelf te bepalen wat ik met mijn avond ga doen? Moet ik hem echt wekelijks op de hoogte gaan houden hoe de invulling van mijn privétijd eruit ziet? En als ik naar het Concertgebouw in Amsterdam ga en daar bij vrienden blijf slapen? Aangezien ik geen auto heb en van de trein afhankelijk ben, kan ik in dat geval de volgende dag niet de vroegste diensten draaien. Ben ik ook daarvan verplicht mijn manager vooraf op de hoogte te stellen?
Het is droef gesteld met de privacy in Nederland. De OV-chipkaart is hier een voorbeeld van. Maar zo zout heb ik het nog nooit gegeten. Volcontinu betekent dat werkelijk ook volcontinu beschikbaar zijn? Hier is het laatste woord nog niet over gezegd. Want ik kan vooralsnog goed met mijn baas door één deur, maar zijn geest die mij achtervolgt tot in het Muziekcentrum, dat gaat me toch echt te ver.
Prisonbreak
Vrijdag 29 januari. Ik loop in Den Bosch naar de trein om naar Eindhoven te passagieren als een opgewonden man met kortgeknipt, bruin haar mij aanspreekt: ‘Meneer, waar vertrekt de trein naar Weert?’ ‘Nou hier,’ vertel ik hem. ‘Van spoor 6.’ ‘Bedankt,’ zegt hij gehaast met wijd opengesperde ogen, en rent vervolgens terug de stationshal in.
Tussen Boxtel en Best zie ik hem opnieuw als hij door de trein naar voren in mijn richting loopt. Nu vraagt hij niet naar Weert, maar naar Helmond en hoelang het duurt voor hij daar aankomt. ‘Ik ga nu al maanden elk weekend op verlof uit de gevangenis maar ze geven me steeds de verkeerde kaartjes,’ zegt hij droogjes en hij toont me het kaartje naar Weert dat in zijn portemonnee zit. Bij het horen van het woord gevangenis grijp ik onwillekeurig naar mijn tas. Stereotiep gedrag hoewel de man niets dreigends heeft. Hij neemt eerder een onderdanige houding aan. Ook heeft hij teveel kaartjes voor de treintaxi gekregen, maar daar heeft hij er al twee van verkocht. Hij zegt het droogjes, niet om op te scheppen of de gevangenisdirectie als dom in de hoek te zetten. Maar waarom vroeg hij in eerste instantie naar de trein naar Weert en wist hij niet dat er nauwelijks reistijd tussen Eindhoven en Helmond ligt als hij die trip al maandenlang wekelijks maakt? Als hij vervolgens vertelt dat hij wel degelijk naar Weert moet, maar eerst naar Helmond in verband met een begeleid wonen-project, maakt dat de zaak er niet duidelijker op.
Dan begint hij ontroerd te vertellen over de jonge papegaai die hij thuis heeft. ‘Hij kruipt onder het dekbed uit en begint dan zachtjes langs mijn keel te kriebelen.’ Met zijn hand streelt hij zachtjes langs zijn nek, terwijl hij zijn hoofd een beetje schuin houdt. Ik krijg er het beeld bij van een kind met een agapornis. De man heeft ook wel iets kinderlijks over zich. Hoewel hij een blik bier met een hoog percentage in zijn hand heeft, lijkt hij me niet onder de invloed van alcohol of drugs. Ik zou hem eerder beschrijven als geestelijk niet helemaal in orde.
Zou dat de oorzaak zijn geweest dat hij in de gevangenis beland is? Hij moet een behoorlijke straf uitgezeten hebben, anders ga je niet maandenlang met proefverlof. En zo’n straf krijg je niet voor het uit de trein meppen van een conducteur. Of is hij in de gevangenis gehersenspoeld? Is zijn geestelijke gesteldheid een gevolg van jarenlange intimidatie en eigenlijk niet meer dan een overlevingstechniek. Een vorm van Stockholmsyndroom hoewel het feitelijk niet om een ontvoering gaat. Misschien heeft hij sympathie gekregen voor het gezag en zocht hij mij daarom opnieuw op in de trein. Tenminste iemand die het gezag van de machinist respecteert. Hoe zou dat zijn in een trein vol bajesklanten..?
De man met de hamer
Op zaterdag 30 januari genoot ik in Muziekcentrum Frits Philips van de zesde symfonie van Gustav Mahler zoals die werd uitgevoerd door het Radio Filharmonisch Orkest o.l.v. Jaap van Zweden. Terwijl de laatste klanken nog wegstierven zei een man achter mij: 'uit.' Wat dacht hij? Dat de rest van het publiek dat niet in de gaten zou hebben? Of wilde hij demonstreren hoe goed hij met het werk van deze componist op de hoogte was? Nou ja, alles beter dan dat irritante Bravo! Al had hij die indianengeluiden tijdens het applaus van mij ook weg mogen laten. Ja, ik kan me gruwelijk ergeren aan het overige publiek. Toch was het concert alleszins de moeite waard. Klik hier voor een volledig verslag.
Impossible things
A poet has said: “The loveliest music is the one that cannot be played.” And I, I daresay that by far the best life is the one that cannot be lived.
Dit is een gedeelte uit een gedicht van de Griekse dichter Konstantinos Kavafis. Een aantal van zijn werken is op sublieme wijze door de jonge componist Nico Muhly op muziek gezet. Klik hier voor een verslag van één van de mooiste avonden in Muziekcentrum Frits Philips ooit.
Als de dichter het leven van een kat bedoelde, is de cirkel deze week weer rond. Helemaal als het om Koyangi gaat, de kat die na zijn dood een nieuw leven begon om een kleine jongen te redden.