Ik heb geen kinderen. Ik ben niet eens getrouwd. Ik woon niet samen, heb zelfs geen vaste relatie. Jongen, je weet niet wat je mist, wordt me wel eens verteld. Nee, denk ik dan, ik weet niet wat ik mis.
Soms moet ik naar de verjaardag van een familielid. Eerst nog een paar keer diep ademhalen en dan druk ik op de bel. Zodra er wordt opengedaan komt de herrie me al tegemoet. Ik probeer de jarige te feliciteren maar dat lukt me maar half. Ik kom niet uit boven het geluidsvolume van de enorme kinderschare om me heen. Een stuk of vijftien zijn het er uit vijf of zes gezinnen. De jongste is nog geen één, de oudste veertien of vijftien jaar. Het lijkt wel of ze het zo afgesproken hebben. Leuk om een keer een familieopvoering van de Sound of Music te doen. In alle leeftijden voorzien met hier en daar wat reserves. Je weet immers maar nooit met enge ziektes en niet goed uitkijken bij het oversteken. Jongen, je weet niet wat je mist, merkt iemand nog een keer op, als hij me naar de troep ziet staren. Nee, denk ik. Ik weet niet wat ik mis. De gesprekken gaan voornamelijk over kinderziektes. De opa’s en oma’s hebben het over hun ouderdomskwaaltjes. Mijn aandoeningen vallen buiten beide categorieën. Het komt me wel goed uit want ik heb er een hekel aan te moeten schreeuwen om me verstaanbaar te maken.
Na vijftien keer binnen één uur tijd op mijn horloge te hebben gekeken, besluit ik dat het tijd wordt om weer eens op te stappen.
‘Ga je nu al? Ik wilde net broodjes gaan maken.’
‘Hoe lang gaat dat dan nog duren denk je? Ik moet straks nog gaan werken,’ lieg ik.
‘Een half uurtje, zoiets. Jij moet ook op de vreemdste tijden beginnen.’
‘Ja, dat is het leven van een machinist.’ Dat ik op dit moment maar wat graag een trein zou rijden, zeg ik er niet bij. Ik blijf nog even zitten maar dat halve uurtje wordt al snel meer dan een heel uur. Als ik eindelijk buiten sta, kan ik weer wat vrijer ademhalen. Er verdwijnt een druk van mijn borst. Wat voor weer het ook is, de zon breekt door en ik hoor vogeltjes fluiten. Jongen, je weet niet wat je mist, echoot het nog na in mijn oor. Nee, denk ik, ik weet niet wat ik mis.
Op het perron zie ik soms van die gezellig grote gezinnen op de trein wachten. Of families die met zijn allen een uitstapje gaan maken. Ik weet niet wat ik mis, denk ik als ik de cabine binnenstap. Dan sluit ik de deur en is de hele wereld voor mij.
De muziek is van De Berini's. Het is het nummer Zo'n jaar of acht geleden uit hun programma Groeten uit Rotterdam. Tekst, muziek en uitvoering: Marjolein Meijers.