Machinistlog
Inspiraties onder hoogspanning

 

Koekoeksnest

Aanrijdingen met auto’s, bussen en vrachtwagens, zelfdodingen, spelende kinderen langs het spoor, op de rails gewaaide bomen, agressie, defecte seinen, wissels en materieel, politieonderzoek en vandalisme. Met het merendeel van deze zaken krijg je als machinist te maken. Dat wordt je ook duidelijk verteld voordat je aan de opleiding begint. Je moet dus wel een beetje gek zijn om machinist te willen worden. Niet gek op treinen – dan willen ze je juist niet – maar een steekje los helpt zeker om het tot je pensioen vol te houden. Dat wil echter niet zeggen dat een psychiatrisch verleden tot aanbeveling strekt. Dat deel van mijn verleden heb ik bij mijn sollicitatie dus maar verzwegen.

Ik heb namelijk een tijdje vastgezeten op de gesloten afdeling van Hornerheide. Een vreselijke periode in mijn leven, die ik nu voor het eerst openbaar maak.
Ik werkte in die tijd bij een groot koeriersbedrijf. De concurrentie binnen die tak van beroepsvervoer was moordend, dus moest je elke dag net iets harder lopen dan mogelijk was. Logisch dat iedere koerier permanent tegen overspannenheid aan zat.
Op een dag moest ik een pakje afgeven op het terrein van – toen nog Astmacentrum - Hornerheide. Ik ging naar de receptie van het hoofdgebouw en vroeg om een handtekening. De receptioniste wilde het echter niet in ontvangst nemen. Er stond een naam op het pakje vermeld en ze verwees me naar een gebouw een stukje verder op het terrein.
Dat gebouw zag er klinisch kil en afstandelijk wit uit. Ouderwets, vooroorlogs met lange tralies voor de ramen. De deur zat stevig op slot. Ernaast hing een luidspreker met camera. Ik drukte op de zoemer. Waarschijnlijk zag de receptioniste in het hoofdgebouw wie het was, want zonder iets te vragen werd de deur met een klik geopend.

Achter de deur stond een brancard van het type dat ik alleen uit horrorfilms kende. Roestig, afgebladderd metaal dat geschilderd was in een soort roomkleur. Waarschijnlijk was het eerder vergeeld wit. Het geheel kon aan één kant met behulp van handvatten opgetild worden, aan de andere kant zaten kleine rubberen wieltjes. Geen luchtbanden, zodat de vastgebonden patiënt elke oneffenheid in de vloer goed kon voelen.
Er liep een rilling over mijn rug toen ik verder liep. Ik moest langs een drietal vrouwelijke inwoners, die me nors aankeken. Allen gekleed in lange, vale kamerjassen en een netje over hun haren. Ik durfde hen niets te vragen en rende hen bijna voorbij.
Omdat er werkelijk helemaal niets op bordjes of muren was aangegeven, sloeg ik een willekeurige gang in. Eindelijk zag ik een verpleegster. Zij deed gelukkig niet moeilijk en tekende zonder verder naar het pakje te kijken, mijn lijst af.

Zo snel mogelijk holde ik terug naar de deur. De drie vrouwen die ik eerder was gepasseerd, hadden zich nu over de hele breedte van de gang verspreid. Ze keken kwaadaardig. Maar terugkeren was geen optie. Ik versnelde mijn pas nog meer en beukte tussen twee vrouwen door op weg naar de uitgang. Opgelucht haalde ik adem toen ik de deur bereikte, maar niet voor lang. De deur bleek afgesloten met een cijferslot. Welke code moest ik intypen? Er hing geen camera, geen luidspreker, zelfs geen drukknopje om iemand op te roepen. Het angstzweet brak me uit. Even dacht ik eraan op te geven en me als een zielig hoopje in een hoek bij de deur te laten zakken. De gedachte aan de drie, ongetwijfeld vol medicijnen gespoten vrouwen, deed me echter zo huiveren dat ik het opnieuw op een lopen zette.

Ik ging nu meteen achter de deur naar rechts. In ieder geval weg van de drie levende doden. Hemelsbreed gezien in de richting van de uitgang van het terrein, maar vanwege de tralies en stevig gesloten deuren gaf dat perspectief me niet echt een bemoedigend gevoel. De paniek moet nu echt in mijn ogen te lezen zijn geweest toen ik na een bocht bijna een andere verpleegster ondersteboven liep. Verschrikt vroeg ze me wat er aan de hand was. Struikelend over mijn woorden vertelde ik haar dat ik de uitgang zocht. Terwijl ze me voorging, keek ze een paar maal voorzichtig achterom. Misschien geloofde ze niet helemaal dat ik slechts een koerier was en niet een patiënt in vermomming.
Bij een deur aangekomen typte ze een korte code in en de frisse buitenlucht stroomde dit helse gebouw binnen. Zonder iets te zeggen wankelde ik naar buiten. Vastbesloten hier nooit meer terug te keren.

Tot nu toe is het me gelukt. Maar ik heb nog niet het hele rijtje waar ik mee begonnen ben meegemaakt…