Reizigers in 2012

 

Koyangi

 

‘Schiet nou op Elisabeth, we zijn al laat en ik moet het eten ook nog klaarmaken.’
   Elsje wist dat haar moeder het meende als ze haar naam voluit begon te zeggen, maar ze had iets zien liggen dat ze beslist moest hebben. Ze viel op haar knieën in het dunne laagje sneeuw en greep onder de struik. Hebbes! Ze hield een onooglijk speelgoedhondje in haar hand en rende terug naar haar moeder die bij de auto stond te mopperen. ‘Kijk mama, een hondje.’
   ‘Gooi weg, dat vieze beest. Misschien hebben andere hondjes er wel overheen geplast.’ Elsje trok haar zieligste huilgezichtje. ‘Nou goed, dan gooien we het thuis wel weg.’ Nicolien zette Elsje in het kinderzitje en maakte de gordel vast. Door gestaag vallende nattigheid reden ze naar huis. Thuis was ze het hele diertje vergeten.
   Elsje echter niet. Toen die de volgende morgen in alle vroegte bij haar moeder in de slaapkamer stond was het eerste dat ze zei: ‘Janki heeft lekker geslapen mama.’
   ‘Wie heeft lekker geslapen?’ vroeg Nicolien geeuwend.
   ‘Janki mama, zo heet hij.’ Ze hield het speelgoedbeestje boven haar moeders gezicht.
   ‘Heb je dat smerige ding nu nog? Wie weet wat er allemaal voor viezigheid opzit. En dat heb jij vannacht in je bed en waarschijnlijk ook in je mond gehad.’
   ‘Janki is niet vies,’ pruilde Els.
   ‘Hoe kom je nou aan zo’n rare naam?’
   ‘Zo heet hij, dat heeft hij zelf gezegd.’
   Nicolien haalde haar schouders een keer op. Het diertje zag er eigenlijk redelijk schoon uit en het rook aangenaam fris, alsof het nieuw was of pas gewassen. Els kroop bij Nicolien in bed. ‘Nog maar tien minuutjes hoor. Dan breng ik je naar school en gaat mama werken.’
   ‘Het is vakantie.’
   ‘Dan breng ik je naar oma.’

Nicolien was doodmoe toen ze die avond al vóór tien uur naar bed ging, maar ze was klaarwakker toen ze langs de kamer van haar dochter liep. Ze hoorde water stromen achter de deur. Waar kon dat vandaan komen? Er was helemaal geen kraan op die kamer. Voorzichtig deed ze de deur open en keek naar Elsje. Die lag vredig te slapen, duim in haar mond en het speelgoedhondje stevig in haar vuistje geklemd. Het geluid van water was weg, maar er hing een soort bromtoon in de ruimte, alsof iemand met een lage stem heel langzaam woorden fluisterde. Het moest haar vermoeidheid zijn. Ze bukte en gaf haar dochter een kusje op haar voorhoofd. Met haar neus er zo dichtbij, rook ze weer die merkwaardig frisse geur van het stukje speelgoed. Een geur die er op de een of andere manier niet goed bij paste. Toen stond ze op, sloot de deur en ging naar haar eigen kamer.

   Ruim voor zeven uur werd ze de volgende morgen door haar dochter gewekt. Elsje had in haar bed geplast, iets dat ze normaal al lang niet meer deed.
   ‘Er was zoveel water mama. Overal water en toen kon ik het niet meer ophouden.’
   ‘Het geeft niet schatje, een ongelukje,’ zei Nicolien terwijl ze dacht aan wat ze die avond in de kamer van haar dochter gehoord had. Ze had iets meegekregen van de droom van haar dochter en dat gaf haar, ondanks het bedplassen, een goed gevoel over de sterke band die ze samen hadden.
   ‘Janki liet me zien waar hij woont en daar was al dat water.’
   Het goede gevoel was meteen verdwenen. ‘Janki? Hoe kom je ook alweer aan die naam Janki?’
   ‘Zo heet hij, dat heeft hij zelf gezegd. En dat hij graag naar huis wil.’
   ‘Als je er enge dromen van krijgt, lijkt het mij maar het beste dat we Janki voorlopig niet meer mee naar bed laten gaan.’ Elsje knikte zuinig maar hield het diertje stevig vast.
   Nicolien had Elsje en Janki de volgende avond al willen scheiden, maar haar dochtertje keek haar zo zielig aan, dat ze zich liet vertederen na duidelijk de afspraak gemaakt te hebben dat het hondje na één nachtmerrie alleen verder zou slapen.

Maar Janki liet Els niet met rust. Nicolien had pas een paar uur geslapen toen haar dochter huilend naast haar stond. ‘Janki wil naar huis mama, Janki wil zo graag naar huis.’ Ze zei nog meer maar dat was door haar snikken heen niet te verstaan.
   Nicolien sloeg de dekens open. ‘Kom vannacht maar bij mama liggen, maar morgen gaan we iets aan Janki doen, want zo kan het natuurlijk niet langer.’
   Elsje kroop in bed en het duurde niet lang voor ze weer in slaap viel. Bij Nicolien duurde dat wat langer. Die hoorde weer die lage bromtoon die ze eerder op de kamer van haar dochter had gehoord. ‘Janki,’ leek die stem te zeggen, maar dan lang uitgerekt en met iets ervoor. ‘Yàààngiii. Koooyàààngiii.’

Ze wilde opstaan om het beestje uit haar bed te halen toen ze plotseling water zag stromen. Droomde ze nou? Ze zag een sluis en de huizen van een klein dorp. Er hing mist over het water. Het was koud en er was nog niemand op straat. Het moest ’s morgens heel vroeg zijn. Haar aandacht werd getrokken door een huis iets verderop. De muren leken er warmte uit te stralen. Nicolien liep er naartoe en zag door het raam een klein jongetje doodstil aan een tafel zitten. Op de grond stond een lege mand. Ze schrok toen ze een stem plotseling duidelijk Koyangi hoorde zeggen. Ze besefte dat ze nog niet genoeg wist. Ze begon te rennen naar de rand van het dorp. Ze moest één van de invalswegen zien te vinden en ze wist niet hoeveel tijd ze nog had.

Ze werd wakker doordat Elsje aan haar stond te schudden. ‘Janki wil naar huis mama, we moeten Janki naar huis brengen.’ De paniek was van haar gezichtje te lezen.
   ‘Ik weet het schat,’ zei haar moeder, ‘en we gáán hem naar huis brengen. Ik neem vandaag een dag vrij en dan gaan we eerst eens opzoeken waar hij woont.’
   Nog net voor haar dochter haar wakker maakte was het haar gelukt de naam van het dorp waar ze die nacht was te lezen. Nu zocht ze het op op de kaart. De afstand kon bijna niet groter zijn. Kommerzijl lag helemaal in Groningen, een flink stukje rijden vanuit Eindhoven. Maar voor het geluk van haar dochter was niets teveel en de afstand tot een speelgoedbeestje dat hen beide hetzelfde liet dromen, kon voor Nicolien niet groot genoeg zijn. Vervelend dat ze geen straatnaam of persoonsnaam had om eerst te bellen. Nu moesten ze op goed geluk gaan zoeken, maar Nicolien was ervan overtuigd dat ze het huis terug kon vinden.

Net na de middag reden ze Kommerzijl binnen. Een klein dorp dus de sluis was snel gevonden. En van daaruit het huis dat Nicolien in haar droom gezien had. Eng hoe precies alles overeen kwam. Zonder erbij na te denken belde ze aan. Het was nu toch te laat om nog een logisch klinkend verhaal te bedenken.
   Toen er open werd gedaan zei ze: ‘Hallo, ik ben Nicolien en dit is mijn dochter Elisabeth. Wij hebben Koyangi gevonden en als ik goed ben ingelicht hoort hij hier thuis.’ Alles of niets, als ze fout zat, zou ze het direct horen.
   Maar de vrouw aan de deur stak een hand uit en zei: ‘Mijn naam is Gerda en dat is het beste nieuws dat ik in weken gehoord heb. Koyangi was van Tommy, dat is mijn zoontje. Tommy is autistisch en maakt heel moeilijk contact. Dat beestje scheen hem te begrijpen. Sinds ze weg is, wil Tommy niet meer eten. Ik maakte me echt zorgen maar komt u toch binnen. Zo te horen komt u niet uit de omgeving.’
   Nicolien en Els stapten binnen in de oude maar zeer ruime woning. Aan een tafel aan de andere kant van de ruimte zat een jongen van vier of vijf jaar bewegingsloos naar beneden te staren. Dat moest Tom zijn.
  
‘Hebt u haar in de auto?’ De vrouw sloot de deur achter hen.
   ‘Els heeft het hondje bij zich,’ zei Nicolien aarzelend.
   ‘Maar Koyangi is een poes,’ zei Gerda verbaasd. Koyangi betekent kat in het Koreaans en dat vonden we een mooie naam.
   Nicolien voelde het bloed naar haar hoofd stijgen. Hoe moest ze nu uitleggen dat zij en haar dochter helemaal vanuit het zuiden naar dit dorp gereden waren om een speelgoedbeestje terug te brengen dat hen had laten dromen dat het naar huis wilde?

Elsje stond inmiddels vlak voor Tom. Autisme zei haar nog niet zoveel en het zou nog jaren duren voor ze erachter was wat het betekende dat mensen geen contact met elkaar konden maken. Ze stak haar handje, waarin ze Janki hield, naar hem uit en zei: ‘Pak hem maar. Hij wilde zo graag naar huis.’
   Tom keek naar het diertje en er verscheen een glimlach op zijn gezicht. Hij hield het even in de kom van zijn handen en drukte het toen tegen zich aan, daarbij zachtjes voor- en achterover wiegend met zijn bovenlichaam. Gerda keek erna alsof er zich een wonder voltrok. Met knipperende ogenleden en trillende lippen liep Elsje terug naar Nicolien. Ze hield zich groot tot ze zich veilig in haar armen bevond. ‘Janki is weer thuis mama,’ fluisterde ze. Toen barstte ze in tranen uit.

Gerda liep naar Tom toe. Ze streek hem door zijn haren toen ze zich door haar knieën liet zakken. Ze rook aan zijn handen. ‘Kattenkruid,’ zei ze. Ze liep langzaam terug en legde aan Nicolien uit dat in verre, oosterse landen kattenspeeltjes gemaakt worden van de huid van hun speciaal daarvoor gedode soortgenoten. Die worden dan gevuld met een heerlijk ruikend kruid waar katten veel van houden: kattenkruid.
    ‘Maar Koyangi is toch in Nederland verdwenen?’ reageerde Nicolien verbaasd.
   ‘Jawel.’ Gerda keek peinzend naar Tom. ‘Maar ze had een Koreaanse naam. Misschien is ze hier verongelukt en in Korea opnieuw geboren. Katten hebben negen levens, weet je wel.’ Ze keek Nicolien hierbij zo indringend en serieus aan dat deze er niet om durfde te lachen. ‘Ik denk dat het diertje toen haar leven heeft opgeofferd om Tom te redden. Ze wist dat hij zonder haar doodongelukkig zou zijn. Ze heeft zich laten vangen en haar huid tot speelgoed laten verknippen. De enige manier voor haar om weer in contact te komen met Tom.’
   Nicolien keek Gerda met grote ogen aan. ‘Maar wat een toeval dat zo’n speeltje dan net in Nederland aankomt, door iemand verloren wordt en dat mijn dochter het dan moet vinden.’
   ‘Toeval? Nee, dat is geen toeval. Het is een wonder. Sinds ik Tom heb geloof ik niet meer in toeval. Op de één of andere manier zijn we allemaal met elkaar verbonden. Koyangi met Tom en Tom nu ook met je dochter. Ik weet zeker dat dit verhaal in de toekomst nog een vervolg krijgt. Koyangi heeft vast ook iets met jullie voor, anders had ze deze omweg niet gemaakt.’ Gerda sprak de woorden zo vriendelijk en rustgevend uit, dat Nicolien nu ook tranen in haar ogen kreeg.

 

Einde

 

 

 



 

Machinistlog.nl | info@machinistlog.nl