Reizigers in 2012

Week 9

 

Artistieke impressie van een tripelklep op jonge leeftijd.

Mijn jonge ik

Jong zijn en opgroeien. Het centrale thema van de Boekenweek 2010. In een speciale jubileumuitgave schrijven 75 auteurs een brief aan hun jonge ik. Ik ben benieuwd hoe vaak het spoor daarin voor komt. Vooral jongens dromen immers van een baan als machinist.

Wat zou ik zelf als machinist aan mijn jonge ik schrijven? ‘Jongen, vergeet die ruimtevaart nou maar, je blijft met beide benen op de grond. Maar haal dat schriftje met verhaaltjes snel uit de vuilnisbak en verkoop je elektrische treintjes nog even niet.’

Na het thema ouderdom van twee jaar geleden, kan jong natuurlijk ook worden gelezen als verjonging. Het uiterlijk van de NS zal het komend jaar ingrijpend veranderen. De oude, vertrouwde treinen van het type Mat ‘64 worden vervangen door splinternieuwe Sprinters. Dat oogt niet alleen moderner, ook de kleur van het spoor verandert erdoor: van geel naar maagdelijk wit. De kleur van reinheid en zuiverheid. Ook het treinverkeer wordt weer even jong.

Toch zal menigeen met een gevoel van weemoed kijken naar het materieel dat ons ruim 45 jaar trouwe dienst heeft bewezen. Ongetwijfeld houden we het in ere in het Spoorwegmuseum. Als we daar over vele jaren met het Boekenweekgeschenk gratis naartoe reizen, zal de jongste generatie vol ontzag vragen: ‘Durfden mensen daar vroeger in te reizen?’ En hun vader zal antwoorden: ‘Ja jongen, jouw betovergrootvader heeft daar nog in gereden. En een verhalen dat hij daarover kon vertellen…’
 

Bovenstaande column had ik ook naar de Koppeling gestuurd. De redactie had hetzelfde idee wat betreft een brief sturen aan je jongere ik, maar de column zelf is niet geplaatst. Dat heeft allereerst een praktische reden: de vernieuwde Koppeling plaatst namelijk helemaal geen columns meer. Maar daarnaast zijn er nog wat andere kleine puntjes.
De instroom van de SLT gaat niet helemaal zoals gepland. Deze nieuwe Sprinter had vorig jaar al volop moeten rijden, en als het dit jaar al gaat lukken, dient hij net zo snel weer uit de dienst genomen te worden. In april 2009 is namelijk door de Tweede Kamer besloten dat uiterlijk in 2030 alle treinen geheel toegankelijk moeten zijn voor mensen met een beperking en bovendien een toilet moeten hebben. Dit betekent dat de SLT, die geen toilet heeft maar in 2030 nog wel rijdt, aangepast moet worden. Als de directie naar het eigen rijdend personeel en de cg-raad had geluisterd, had het direct een wc in laten bouwen en de NS zo een miljoenenstrop bespaard.
Nog pijnlijker is het dat de NS zich nog slechts tot en met 2011 aan het CPNB verbindt. Het gratis reizen met het Boekenweekgeschenk naar het Spoorwegmuseum, waarmee ik mijn column eindig, is voor toekomstige generaties dus niet weggelegd. Neemt niet weg dat er altijd vele verhalen over het spoor te vertellen zullen zijn.

Verhalen die een mening bevatten, zullen in de Koppeling echter niet meer te lezen zijn. Niet alleen de column is verdwenen, ook ingezonden brieven worden niet langer gepubliceerd. Reageren kan nog slechts via intranet of in één van de regionale bladen. De deadline van die bladen ligt echter al vóór het verschijnen van de Koppeling, zodat een schriftelijke reactie op een artikel op z'n vroegst zes weken later pas gepubliceerd kan worden. Ergens toch wel een enge gedachte, dat de directie op deze manier alle controle over publicaties op papier in handen krijgt.

 

Een gedicht van Ivar Wakker:

Het gebaar van opgeheven vinger
Komt op de arbeidsvloer terecht
Als de knechten
Er slechts naar luisteren kunnen
Omdat het spoor hen
Geen keuze laat
Dan slaan zij de handen ten hemel
Wanhopig kunnen zij
Niet voldoen aan de gestelde eis
Dan leggen de terechtwijzingen
Een vinger op de zere plek
En kunnen ze allen slechts
De wonden likken

 

 

De muziek is van Harrie Jekkers: Mijn ikken.


Opnieuw werd Nederland opgeschrikt door een verdacht pakketje in de trein. Was het dit keer een echte bom? Nee, in Zwolle betrof het slechts de vergeten tas van een kapper. Maar evengoed had het een knipterrorist kunnen zijn!
Ik had deze week daarentegen wel een lijk in de trein. En daar is geen woord van gelogen:

Dode man

In de Middeleeuwen werden soms mensen of dieren ingemetseld in gebouwen om kwade invloeden van buiten af te weren. Deze bouwoffers komen heden ten dage in Europa niet meer voor. Wordt er nu een in beton gestort lichaam gevonden, dan gaat het meestal om een afrekening in het criminele circuit. Toch is het gebruik nog niet helemaal verdwenen. In elke trein zit namelijk een dode man. Natuurlijk zit hij niet gewoon rechtop in een reizigerscompartiment, maar netjes verwerkt onder de vloer en in afgesloten kasten. Bovendien is hij zo geprepareerd dat de zaak niet gaat stinken. Deze dode man heeft een bijzondere taak. Hij moet twee werelden gescheiden houden.

Elke treinrit vindt er namelijk een niet aflatende strijd plaats tussen de machinist en de dode man. Manifesteert de dode man zich door middel van licht- of geluidssignalen, dan drukt de machinist hem resoluut de kop in. En andersom, dreigt de machinist het land der levenden te verlaten, dan neemt de dode man direct de besturing van de trein over door uit alle macht te remmen.

Blijft natuurlijk de vraag waar al die dode mannen vandaan komen. Dat zijn toch niet allemaal vrijwilligers? Het is dan ook geen wonder dat één van de grootste producenten van rollend materieel in Italië te vinden is. Zou het toeval zijn dat elke slag die de Camorra wordt toegebracht, zorgt voor vertraging in de levering van treinen?

 


 

Na een lezing van Nico ter Linden vergeleek ik een machinist eens met een herder. Toevallig kreeg ik een boek in handen waarin ik het volgende las:

Een herder is geen droombeeld in een lieflijk landschap, ook al kan zijn omgeving schilderachtig zijn en de koesterende warmte van de zon weldadig. De hardheid van het leven is zijn dagelijks kleed. Natuurmens is hij. Ook in de herfst, wanneer de slagregens over de heide trekken, en in de winter, wanneer hij urenlang stilstaat in de sneeuw, hoedt hij zijn kudde.
Het is de herder nooit om zichzelf te doen. Hij leidt zijn schapen naar grazige weiden, beschermt hen tegen gevaar en helpt de barende ooien bij de bevalling. De rammen houdt hij in toom.

Maar in zichzelf is de herder als een verstilde mysticus. Zwijgzaam verzamelt hij in zich de hele schepping. Hij roept eens tegen de schapen, praat wat met zijn hond en haalt het jongste lammetje bij zich. Wat hij weet, heeft hij gehoord van de sterren. Soms is het hemelsblauw het wijde kleed rond het stralende gezicht van God. In de vroege ochtend zingt het vogelkoor de lof van God. De stilte is vol leven.

Een tekst waarin ik me als machinist goed kan vinden. Dat geldt overigens niet voor de rest van het boek Drie Herders. Het complete verslag staat elders op deze site. Maar let op, het bevat seks met dieren!

 

Nooit gevraagd

‘Da hedde gij nog nooit gevraagd.
Da hedde gij nog nooit gevraagd. Nog nooit
Da hedde gij nog nooit gevraagd.’

Het klinkt huilerig. Hard. Dronken.

‘Da hedde gij nog nooit gevraagd.
Al twintig jaar nie. Nog nooit gevraagd.
Da hedde gij nog nooit gevraagd.’

‘Wat niet?’ klinkt een tweede mannenstem zacht en rustig.

‘Hoe gaat het met jou? Da hedde gij nog nooit gevraagd.
Al twintig jaar nie.
Nog nooit gevraagd.
Da hedde gij nog nooit gevraagd.’

‘Wat niet?’

‘Hoe gaat het met jou?’

Het wordt nu meer schreeuwen dan huilen.

‘Da hedde gij nog nooit gevraagd.
Da hedde gij nog nooit gevraagd.
Al twintig jaar nie. Nooit gevraagd.
Da hedde gij nog nooit gevraagd.’

‘Wat niet?’

‘Hoe gaat het met jou?
Nooit gevraagd. Nog nooit gevraagd.
Da hedde gij nog nooit gevraagd.
Nooit gevraagd.
Da hedde gij nog nooit gevraagd.’

Dan valt er een klap en beëindigt de - vanwege de voetbalwedstrijd PSV-HSV alom tegenwoordige - politie deze boeiende conversatie.

Het is in ieder geval heel wat meer dan alleen: ‘Boeruh!

 

 

 

 

En dan natuurlijk nog de muziek van deze week. Allereerst een verslag van een concert van Het Brabants Orkest onder leiding van dirigent Alan Buribayev waarin hij bewijst in alle genres heer en meester over het orkest te zijn.

En ten slotte in het kader van de aanstaande Boekenweek nog een video van een bijzondere zanger. Zou zanger Antony Hegarty in For today i am a boy zijn eigen persoonlijke brief aan zijn jongere ik bezingen? Dat het nummer van de cd I am a bird now komt, zegt waarschijnlijk al genoeg.

 






< Terug naar week 8       Verder naar week 10 >




 

Machinistlog.nl | info@machinistlog.nl