Simulatorcentrum
Op 30 juni 1559, kreeg Koning Hendrik II van Frankrijk tijdens een toernooi een splinter van de lans van zijn tegenstander via zijn rechteroog in zijn hersenen. De koning wist op zijn paard te blijven zitten, maar aan zijn bewegingen was te zien dat hij snel hulp nodig had. Onmiddellijk werden meester-chirurg Paré en de vermaarde anatoom Vesalius te hulp geroepen, maar hun kennis van de hersenen was nog te beperkt om aan opereren te denken. Koningin Catharina de Medici nam geen halve maatregelen en liet vier ‘vrijwilligers’ uit de gevangenis halen. Deze kregen uiterst nauwkeurig, onder precies dezelfde hoek, een stuk hout de hersenen in geslagen, nadat ze bij wijze van verdoving eerst onthoofd waren. De chirurg en anatoom hadden nu voldoende oefenmateriaal. Hoewel de koning het nog maar elf dagen heeft uitgehouden, zou je kunnen zeggen dat Catharina als één van de eersten een simulatorcentrum heeft opgericht.
De koning kreeg
Een splinter in zijn oog.
De dood die dreigde.
Koningin Moeder probeerde
Een lans te breken.
Gevangenen vonden de dood.
Opgediend als proefkonijn,
Opdat de operatie slaagde.
Van hersenchirurgie naar het spoor is slechts een kleine stap. Ook hier gebeuren dingen die te zeldzaam zijn om goed te kunnen oefenen. Ik denk bijvoorbeeld aan de trein die in brand stond op de IJsselbrug. Hij stond stil op een uiterst moeilijk te bereiken plaats waardoor de schade uiteindelijk veel groter was dan noodzakelijk. Bij dat oude materieel kon de machinist overigens niet ingrijpen, bij modern materieel kan de wel. Een machinist kan een noodremming overnemen om de trein voorbij een brug of buiten een tunnel tot stilstand te brengen. Iedereen leert dat tijdens zijn opleiding weliswaar uit het handboek, maar in de praktijk komt deze situatie zo weinig voor dat het maar de vraag is of iedereen als de nood aan de man is op tijd dat stoffige deel van de hersenen (daar zijn ze weer) weet te raadplegen en de juiste actie onderneemt. In de middeleeuwen zou men om te oefenen vier treinen in brand steken. Ik heb weliswaar een geschikte materieelsoort in gedachten, maar het lijkt me uit milieutechnisch oogpunt niet echt aan te raden.
Gelukkig beschikken wij nu over een moderner soort simulator. Zelfs de meest onmogelijke situaties kunnen daarmee eindeloos geoefend worden zonder echte schade aan te richten. Het apparaat maakt hoogstens een keer een irritant geluidje met de mededeling ‘Game over’ en je begint gewoon weer met drie nieuwe levens. Behalve als fantastisch hulpmiddel voor aankomende machinisten, zie ik het centrum dus tevens als unieke mogelijkheid om niet-alledaagse situaties na te bootsen. Het zal er zeker toe bijdragen dat machinisten met meer zelfvertrouwen het drukst bereden netwerk ter wereld op gaan. Misschien kunnen we zelfs in de toekomst gevaarlijke situaties al in de simulator op het spoor komen, nog vóór ze in de praktijk hebben plaatsgevonden. Het hoeft maar één keer te gebeuren om het nut van deze machine aan te tonen.
SIMULATOR
Rookwolken boven het spoor.
“Toch niets aan de hand?”
Nee, hoor,
De simulanten zijn weer bezig.
Dit keer om het echie.
Heeft u het door?
Gedichten ©Ivar Wakker.
Meer nieuws van deze week:
TOP
Treinworkshops
< Terug naar week 17 Verder naar week 20 >