Geachte directie van Muziekcentrum Frits Philips te Eindhoven,
Mijn naam is niet belangrijk, die van mijn betovergrootvader des te meer, hoewel u hem waarschijnlijk alleen kent vanuit zijn functie. Gaston Leroux beschreef zijn daden uitgebreid in het boek Le Fantôme de l'Opéra. Behalve begraven worden met de ring die hij zijn muze en protegee Christine Daaé had geschonken, had hij nog een grote wens: dat één van zijn nazaten hem zou volgen in zijn roeping.
Daar mijn gezicht op zestienjarige leeftijd bij een verkeersongeval ernstig verminkt is geraakt, zou ik een waardig opvolger kunnen zijn. Het Muziekcentrum was echter de afgelopen jaren – zeker na het verdwijnen van de serie Retrospectief – veel te veel gericht op muziek uit de tijd van mijn betovergrootvader. Met de komst van artistiek managers Frank Veenstra en Jan Zekveld is er echter een frisse wind door het complex gaan waaien. De composers in residence hebben fabelachtige prestaties geleverd en in kan me nu al verheugen op de komst van Nico Muhly en Pekka Kuusisto volgend seizoen.
Er was echter nog een veel groter bezwaar tegen het overnemen van de rol van mijn illustere voorvader: het Muziekcentrum is gevestigd op de eerste verdieping. Het gebouw kent geen catacomben. Je kunt van een zichzelf respecterend spook toch niet verwachten dat het langs de gevels gaat klimmen? Voor je het weet hangt hij naast Superman en verwart men hem met een gescheiden vader die om zijn kinderen treurt. Een ware Fantôme moet zich ongezien via verborgen gangen en ondergrondse ruimtes kunnen verplaatsen. De verbouwing van het Muziekcentrum lijkt me een uiterst geschikt moment hiervoor te zorgen. Ik stel voor – eventueel via de riolering – een doorbraak te maken naar de Dommel om de ondergrondse waterpartijen uit het boek van Leroux nieuw leven in te blazen.
Dan volgt de kwestie van de slachtoffers. Zoals u ongetwijfeld bekend is, voerde mijn betovergrootvader van tijd tot tijd een waar schrikbewind tegen zijn managers. Ik denk echter dat wij tot elkaar kunnen komen in het bestrijden van een gemeenschappelijke vijand. Ik ben niet van plan kroonluchters naar beneden te laten zingen, maar de eerste de beste bezoeker wiens telefoon in de concertzaal een ringtoon laat horen, gooi ik persoonlijk over het balkon. U zult zien hoe snel dit probleem tot het verleden behoort. Ik ben overigens bereid voor de ringtoon die gecomponeerd is door Theo Verbey een uitzondering te maken.
Een andere belangrijke zaak, waarvoor het nu helaas – ben ik bang – al te laat is, is de naamgeving van mijn muziektempel. Het Concertgebouw staat in Amsterdam, Het Muziekgebouw is het Muziekgebouw aan ’t IJ, ook in Amsterdam. Het Muziekcentrum, was Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven. Het is mij een raadsel waarom u - met akoestisch de beste zaal van het land, misschien zelfs van Europa - jaloers zou moeten zijn op het Amsterdamse Muziekgebouw. Reden te meer om mijn rechtmatige plaats als spook ten langen leste in te nemen. Voortaan zult u belangrijke zaken als naamsveranderingen en dergelijke eerst met mij moeten bespreken.
Dan zijn er nog wat kleinere en minder belangrijke zaken, zoals mijn persoonlijke loge en welke artist in residence de rol van Christine Daaé op zich gaat nemen, die wij moeten bespreken. Ik verwacht echter dat wij daarin zonder al te veel problemen tot elkaar kunnen komen. Ik weet zeker dat voor de muziekcultuur in Eindhoven een fantastische toekomst in het verschiet ligt en ik zie uw uitnodiging om mijn vertrekken te komen bezichtigen en de laatste hindernissen uit de weg te ruimen, dan ook met vertrouwen tegemoet.