Reizigers in 2012

Week 40

De kogel is door de (linkse) kerk. Naar alle waarschijnlijkheid krijgen we een rechts populistisch kabinet. De eerste klap wordt uitgedeeld aan de cultuur. Meer dan 20% wil het nieuwe kabinet daarop bezuinigen. Het Muziekcentrum van de Omroep, waar o.a. het Radio Filharmonisch Orkest en het Metropole Orkest toe behoren, wordt met sluiting bedreigd. En daar zal het niet bij blijven. De enige partij die Nederland cultureel van de ondergang had kunnen redden, het CDA, heeft zijn afkomst verloochend. Bizar genoeg heeft Leonard Cohen al in 1984 de begrafenismuziek voor die partij gecomponeerd:

 

Leonard Cohen

Afscheidsmuziek

 

I’ve heard there was a secret chord,
That David played, and it pleased the Lord.
But you don’t really care for music, do ya?
It goes like this:
The fourth, the fifth,
The minor fall and the major lift,
The baffled king composing Hallelujah

Hallelujah, Hallelujah.

Het lied Hallelujah van Leonard Cohen staat al jaren hoog genoteerd in de Nederlandse Uitvaart Top 10. Cohen moet een voorspellende blik hebben gehad toen hij in 1984 de tekst schreef. Het nummer blijkt namelijk ook uitermate geschikt om afscheid te nemen van de normen en waarden van het CDA, nu die partij de populistische PVV van Wilders in de arm sluit.

Cohen begint met de introductie van Koning David, een beroemd personage uit het Oude Testament en tekstdichter van de meeste psalmen. Een muzikaal man dus. Volgens 1 Samuel 14:16-23 werd David gevraagd om voor Saul op zijn lier te spelen om kwade geesten bij hem te verjagen. Maar Cohen heeft dan al weinig vertrouwen in de Bijbelvastheid van de CDA-leden. ‘Je geeft eigenlijk niet veel om muziek, of wel?’ vraagt hij zich af.

Muziek is echter nog zoveel méér dan alleen de psalmen. Het leidt ons ook door alle bestuursvormen. De westerse muziek, ontstaan uit kerktoonladders, is de enige muzieksoort ter wereld die zich ontwikkeld heeft met meerstemmige zang. Van een alleenheerser verplaatsen we ons dus langzaam naar een democratie. Aanvankelijk gebruiken we alleen de reine kwart (the fourth) en kwint (the fifth), later komen daar tertsen en sexten bij. Door de dansmuziek, maar vooral onder invloed van de Jazz, neemt het gebruik van dissonante intervallen toe. De septieme en zelfs de none worden gemeengoed. Er onstaan oppositiepartijen. Schönberg probeert met zijn twaalftoonsmuziek op communistische wijze elke noot even belangrijk te maken. Minimal music wil terug naar de eenvoud en vanaf de jaren zestig is in de muziek werkelijk alles toegestaan. Anarchie troef. Zelfs de overmatige kwart, de duivel in de muziek, steekt de kop op. Om terug te gaan naar mooie klanken, worden allerlei neo-stijlen geïntroduceerd. Vaak wel met buitenlandse invloeden. Theo Loevendie gebruikt Turkse ritmes en jazz-patronen in zijn muziek, Theo Verbey verwerkt Japanse Gagaku in zijn klarinetconcert. De Nederlandse regering volgt de muziek op de voet en komt pas in gevaar als er iemand haat begint te zaaien jegens de buitenlandse invloeden. Deze persoon wil terug naar oerhollandse muziek van eigen bodem en liefst zo populair en simpel mogelijk. De Christelijke normen en waarden, de psalmen van Koning David, worden op de proef gesteld. Cohen had dat heel goed door:

Your faith was strong, but you needed proof,
You saw her bathing on the roof,
Her beauty and the moonlight overthrew ya.
She tied you to a kitchen chair,
She broke your throne, and she cut your hair,
And from your lips she drew the Hallelujah.

Hallelujah, Hallelujah.

 

Heel bijzonder is hierin natuurlijk de verwijzing naar de kapsalon. Ongetwijfeld wordt hier het kapsel van Geert Wilders bedoeld, want de rest van de tekst gaat nog steeds over Koning David en over zijn haardracht staat niets in de Bijbel. David kan zich ondanks zijn rotsvaste geloof niet beheersen en laat zich verleiden door de getrouwde Batseba. Het lijkt me niet nodig hier verder uit te wijden over de overeenkomst met het CDA.

De reactie van Maxime Verhagen wist Cohen ook al in 1984 vast te leggen in het derde couplet:

You say I took the name in vain,
I don’t even know the name,
But if I did, well really, what’s it to you?
There’s a blaze of light in every word,
It doesn’t matter which you heard,
The holy or the broken Hallelujah.

Hallelujah, Hallelujah.

 

Maxime Verhagen

Wat er de komende jaren met onze muziek, en dus ons bestuur, gaat gebeuren, wordt nu langzaam duidelijk. Met een rechts-populistisch kabinet gaan we eeuwen terug in de tijd. Het cultureel muzikale centrum van Nederland gaat van Amsterdam naar Volendam en alle buitenlandse invloeden worden zoveel mogelijk verwijderd. Orkesten die zich niet willen conformeren, worden opgeheven.

Maybe there’s a God above,
As for me, all I’ve ever seemed to learn from love,
Is how to shoot at someone who outdrew you.
But it’s not a complaint that you hear tonight,
It’s not the laughter of someone,
Who claims to have seen the Light,
No it’s a cold and it’s a very lonely Hallelujah.

Hallelujah, Hallelujah.

Voor mij en alle componisten en muzikanten die de komende tijd verstoken moeten blijven van een levende vorm van progressieve, hedendaagse muziek, sluit Leonard Cohen zijn meesterwerk af met een bitterzoet couplet:

I did my best, it wasn’t much,
I couldn’t feel, so I tried to touch,
I’ve told the truth,
I didn’t come to fool you.
And even though it all went wrong,
I’ll stand before the Lord of Song,
With nothing on my tongue but Hallelujah.

Hallelujah, Hallelujah.

Hallelujah!

Het fragment dat je hoort is de versie van Jeff Buckley. Reageren kan hier.

 

 

Timo en de Meester

 

Op de zevende verjaardag van mijn neefje vroeg een vriendje van hem aan mij of zijn oudere broer een keer met mij mee mocht. Die was namelijk dol op treinen. Ik vroeg hem hoe oud zijn broer dan was. ‘Negen,’ was het antwoord. Ach, als ik iemand voor de prijs van een railrunner gelukkig kan maken.

Dus togen we op een zondagmorgen naar Utrecht. Daar is namelijk het meest verschillende materieel te vinden en er is bovendien meestal voldoende tijd om ook een kijkje in de cabine te nemen. De heenweg verliep echter niet helemaal zoals ik me had voorgesteld.
‘We zitten in de 9586,’ constateerde Timo correct. ‘Is dat een nieuw stel of een gereviseerd viertje?’ Ik stond al direct met mijn mond vol tanden en moest hem het antwoord schuldig blijven. Hij zocht het nummer op in een schriftje maar kwam tot de conclusie dat hij deze trein nog niet eerder gezien had. Ook van de treinen die passeerden probeerde hij de nummers te lezen. ‘De 841, wanneer gaat die mat ‘64 er nou uit?’
‘Dat is nog niet precies bekend,’ antwoordde ik enigszins onzeker. ‘Dat kan pas als er voldoende SLT’s rijden.’
‘Wat zijn de nummers van de SLT’s die nu in Nederland zijn?’ Opnieuw een vraag waar ik geen antwoord op wist. Gelukkig kreeg ik even uitstel van executie doordat we een ICE tegen kwamen. ‘Weet je daar de nummers dan van?’
‘Nee,’ zei ik. ‘Dat zijn Duitse treinen. Daar mag ik helemaal niet in rijden.’ Met dat antwoord leek hij genoegen te nemen tot we in de buurt van Utrecht een ICM zagen rijden.
‘Mooie trein,’ knikte Timo goedkeurend. ‘De nummers zul je wel niet kennen,’ zei de spotter spottend. ‘Maar hoeveel PK heeft dat ding eigenlijk?’ Hij keek me met gefronste wenkbrauwen en samengeknepen ogen aan. ‘Je weet toch wel wat een PK is zeker?’
‘Natuurlijk,’ reageerde ik iets bitser dan mijn bedoeling was. ‘De schillenboer had er één!’ Waarbij ik wel direct wil aantekenen dat de kar van deze ambachtsman ook ver voor mijn tijd zijn laatste rit heeft gereden.
‘Jij weet niet echt veel van treinen hè?’ Teleurgesteld richtte hij zijn blik naar buiten. Ik nam me voor mijn jonge metgezel in Utrecht op te sluiten op het toilet van de intercity naar Groningen en zelf terug te keren naar Eindhoven.

‘Ach,’ zei ik tenslotte, ‘wat jij vraagt is meer het werk van storingsmonteurs en onderhoudsmensen van Nedtrain. Ik weet niets van treinnummers. Ik geef hoogstens af en toe de BAB-nummers door.’
‘Kebab-nummers?’ Timo vloog overeind.
‘Nee, BAB-nummers. Weet je niet wat dat zijn?’ Hij schudde zijn hoofd. ‘De A staat voor een eersteklas rijtuig, de B voor tweedeklas. Een BABje, zoals we dat noemen, is dus een serie van drie ruituigen. Twee tweedeklas bakken met één eersteklas rijtuig ertussenin. Een complete trein bestaat dan bijvoorbeeld uit drie of vier BABjes.’
‘En hebben die drie rijtuigen van een BABje hetzelfde nummer?’ Ik knikte. Timo begon driftig in zijn schriftje te bladeren. ‘Hier heb ik een nummer dat op meer rijtuigen stond,’ glunderde hij terwijl hij me zijn schrift liet zien.
‘5624. Ja daar heb je een BAB te pakken,’ vertelde ik hem.
‘Weer wat geleerd,’ schreeuwde hij uit. Zijn lach van oor tot oor was zo innemend dat ik mijn Groningen-plan weer opzij schoof. ‘Denk je dat we nog meer BABjes zien in Utrecht?’
‘Dat verwacht ik niet, maar we kunnen wel via Den Haag terug gaan. Daar hebben ze er veel meer.’

We hadden geluk want de trein richting Venlo bestond inderdaad uit getrokken mat. Terwijl Timo de nummers in zijn schrift noteerde, liep er een Haagse rangeermachinist voorbij. ‘Zo jongens, aan het spotten?’
Nog voor ik kon reageren riep Timo: ‘Mijn vriend hier is zelf machinist en vandaag leert hij me alles over treinen!’
Nu was het mijn beurt om een paar centimeter te groeien. De vraag wie meer wist over treinen laat ik hier even in het midden. Maar één ding had hij goed in de gaten: hij wist precies wie de leerling was en wie de meester. En dat laatste wordt binnen de NS nogal eens over het hoofd gezien…

P.s. 'Meester' is de aanspreektitel voor een machinist. Stamt nog uit de tijd van de schillenboer.

Reageren op dit verhaal kan hier.

 

Sterren & Strepen

 

Dinsdag 28 september ben ik voor het eerst van mijn leven naar een dansvoorstelling geweest. Dat is trouwens niet helemaal waar. Jaren geleden heb ik het Scapinoballet gezien in samenwerking met het Willem Breuker Kollektief. De dit jaar veel te jong overleden Willem Breuker danste toen echter zelf mee, net als de rest van zijn Kollektief. Gelet op het postuur van Willem Breuker voerden humor en muziek toen dus de boventoon.

Nu is dans niet echt een discipline voor een Houten Klaas als ik, maar ik ben echt onder de indruk geraakt van de kwaliteiten van Introdans. Het eerste werk, Compositie, was een strak geregisseerd werk rondom twee tafels met stoelen op prachtige muziek van John Adams (Eros Piano) en Morton Feldman (Madam Press died last week at ninety.) Een bizar toeval dat deze stoelendans van Hans van Manen net werd uitgevoerd op het moment dat PVV, CDA en VVD overeenstemming bereikten over een nieuwe regering die naar alle waarschijnlijkheid zo’n 20% gaat bezuinigen op kunst en cultuur. Dat is geen stoelendans meer te noemen, maar dat wordt een ware veldslag onder culturele instellingen.

 

Het tweede werk was simpelweg Dance getiteld, naar Dance No. 1 van Philip Glass. Muziek die, als ik me niet vergis, onderdeel uitmaakt van de opera Einstein on the Beach. Doorrazende minimal music die vraagt om snelle dansbewegingen. Het werd een samenspel tussen de dansers van Introdans en gefilmde figuren die op een soort doorzichtig doek vóór het podium werden geprojecteerd. Een overdonderend geheel in de choreografie van Lucinda Childs en de muziek is gedurende de hele pauze in mijn hoofd door blijven klinken.

Daarna een moderne versie van de stervende zwaan op muziek van Camille Saint-Saëns. Eigenlijk klinkt Le Cygne uit Het carnaval der dieren veel te lief om op te sterven, en solodanser Zachary Chant leek met zijn gespierde souplesse en zelfverzekerde bewegingen dan ook meer op een jonge zwaan die de wereld aan het ontdekken was, dan op een oud en verzwakt exemplaar. Op het eind kroop hij weer lekker warm terug onder de veren van zijn moeder. Aardig van choreograaf Mauro del Candia. Maar La morte del Cigno bekt natuurlijk wel lekker.

Ten slotte een wereldpremière van choreografe Gisela Rocha. Walk of fame, met muziek van Michael Sauter, was alles wat de titel deed vermoeden. Glitter & Glamour, jaloezie en haat, macht en eenzaamheid. Een indrukwekkende collage. Als we over enkele jaren onder een nieuw kabinet alleen nog kunnen kijken naar het zoveelste slappe aftreksel van So you think you can dance, en een jonge kandidaat heft vragend zijn hoofd op naar de jury, zal ik zeggen: ‘Forget it, you can’t dance at all. En ik kan het weten, want ik heb Introdans nog in de schouwburg gezien.’

Natuurlijk hoop ik dat de verschraling van de cultuursector eerder een halt zal worden toegeroepen, maar ik kan het politieke tij niet in mijn eentje keren. Wel kan ik Introdans steunen en aangezien ik - na het afhaken van Muziekgebouw Frits Philips - toch nog een plaats over had, heb ik me aangemeld als vriend. Dat kan al voor 15 euro, dus kom op linkse elite, laat wat van je horen!

Een reactie plaatsen kan hier.

 

 

Treurige cijfertjes:

Trefkans HC

 

Blijkbaar had ik haar vertrouwen gewonnen, want na het ombouwen van de trein op het keerpunt, kwam ze even in de cabine staan. Nog net niet in tranen, maar met krakende stem vertelde deze Hoofdconductrice dat ze net weer was begonnen na drie maanden thuis te hebben gezeten nadat een agressieve passagier haar keel had dichtgeknepen. De eerste trein die ze gereden had, had ze samen met een collega gecontroleerd en geknipt. Dat was niet iedereen opgevallen, want het eerste dat ze van een onopvallend meereizende teammanager te horen kreeg was niet ‘Hoe gaat het nu?’ of ‘Welkom terug,’ maar verwijtend: ‘HC, u bent niet door de trein geweest!’

Commentaar lijkt me hier overbodig.

Laat hier een reactie achter.

 

Naderen Abcoude

 

Verdacht!

 

Bij het opruimen van mijn kledingkast, kwam ik verdacht veel zogenaamde hooded sweaters tegen. In een aantal gemeentes mogen deze niet meer gedragen worden omdat criminelen (vooral A’s en M’s natuurlijk,) deze tijdens hun misdadige activiteiten gebruiken om hun hoofd te verbergen. Met andere woorden: mijn kledingkast is verdacht.

Wil ik met het vliegtuig gaan reizen, dan mag ik niet naast een alleenreizende minderjarige gaan zitten. Als alleenstaande man word ik bij voorbaat al verdacht van allerlei onzedelijke handelingen met kinderen. Ik weet op een vliegveld al bijna niet meer waar ik kijken moet. Verdacht!

Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik ben katholiek. Weliswaar niet echt praktiserend, maar toch… Verdacht!

En vanavond ga ik naar een dansvoorstelling in het Parktheater. Kunst en Cultuur! De linkse kerk! Verdacht, verdacht, verdacht!

Misschien moet ik me maar vast gaan aangeven bij dat nieuwe ministerie van Veiligheid, dat er onder een nieuw rechts kabinet waarschijnlijk komt. Want iemand die zich zo verdacht gedraagt…

Klik hier om aangifte te doen.

  

Spiegelbeeld

Op de psychologiekalender van 30 september wordt de vraag beantwoord of je je lichaam traint door enkel naar sport te kijken. Het antwoord is vreemd genoeg: ja!

Oefen je je lijf door alleen naar sport te kijken?

In zekere zin wel. Wanneer wij anderen zien bewegen, reageren bepaalde cellen in onze hersenen (’spiegelneuronen’) hierop. Zij geven ons lichaam signalen om dezelfde beweging te maken.

Ik heb het altijd wel geweten. Ik ben helemaal geen stijve hark, ik heb gewoon te weinig spiegelneuronen! 

 

Spread your wings

 

“Het hebben van en autistische zoon is een baksteen op je rug. En dan blijkt ineens, na vele jaren, dat die baksteen vleugels zijn geworden.”

Een prachtige uitspraak die dirigent Jaap van Zweden in 2009 deed in het programma Zomergasten. Helaas hoeft hij van het nieuwe kabinet geen 'gedoogsteun' te verwachten. Integendeel, hij kan zijn biezen pakken!

Lees hier hoe treurig het nieuwe Nederland kan zijn...

 

 

 


< Terug naar week 39       Verder naar week 41 >

 

 

Machinistlog.nl | info@machinistlog.nl