In het kader het project Luisteris bezoeken machinisten en conducteurs van de NS lagere en middelbare scholen. Twee musici van Het Brabants Orkest, Han Noten en Machiel Swillens, willen dat de leerlingen méér dan alleen luisteren. Daarom hebben ze de methode Componeren in de klas ontwikkeld. Via improvisaties worden scholieren uitgedaagd tot een eigen compositie te komen. Leerlingen van de Muziekstroom klas 1, 2 en 3 van het Tilburgse Koning Willem II College hebben zich laten inspireren door De Schilderijen van een tentoonstellingvan Modest Moessorgski. Tegelijk hebben scholieren uit de disciplines dans, beeldende kunst en drama zich gestort op de Ossenkar, de discussie tussen Samuel Goldenberg en Schmuÿle en de spelende kinderen in de Tuileriën, drie delen uit dit werk.
Het geheel leverde een stuk totaaltheater op dat op 26 en 28 maart 2010, voorafgaande aan het concert van Het Brabants Orkest, in Muziekcentrum Frits Philips op de planken werd gebracht. Twee suppoosten verzorgden een voorstelling binnen een voorstelling. Ze leken even te moeten wennen aan hun rol, maar vervulden die daarna met verve. De aankondiging van de Ossenkar was een hoogtepunt van de voorstelling. Met een zich voortdurend herhalende dialoog, minimal music in de dichtkunst:
Ik ben een arme en oude os. Wie maakt me los, wie maakt me los. Door de modder en de klei. Heb medelij, heb medelij.
Ondertussen beeldden de dansers niet alleen de schilderijen uit, maar ook de tijd waarin ze ontstaan waren en het milieu waarin de kunstenaars zich bevonden. Dit alles tegen de achtergrond van zes nieuwe schilderijen die gebaseerd waren op het oorspronkelijke werk van Viktor Hartmann, op wie Moessorgski op zijn beurt zijn compositie weer had gebaseerd. Ook nog een hele kunst, want naar mijn beste weten zijn de originele werken van Hartmann van genoemde delen verloren gegaan.
De twee leden van Het Brabants Orkest dirigeerden ondertussen het leerlingenorkest. Een bonte verzameling aan muziekinstrumenten. Blokfluit, gitaar, harp, trompet, cello en diverse soorten slagwerk, om er maar een paar te noemen. Eén van de delen deed mij sterk denken aan de Montagues en Capulets uit Romeo & Julia van Sergei Prokofjev. Waren ze al improviserend van de ene rus naar de andere gegaan, of was het een vorm van jeugdige rebellie? Opvallend was de solo van Vincent Klep op de sopraansaxofoon. Enerzijds omdat die met lef gespeeld werd, anderzijds omdat Ravel in zijn orkestratie van De Schilderijententoonstelling – en andere werken – de saxofoon een prominente plaats in het orkest heeft gegeven.
Veel te vroeg werden we door de suppoosten de zaal weer uitgeleid om de schilderijententoonstelling te bezichtigen. De kunstwerken die eerst als decor gediend hadden, vormden nu het hoofdwerk. Ik werd vooral getroffen door La Guerre, een schilderij van Marit van Gijsel. Een zwart-witte voorstelling met een hart van vuur, gebaseerd op de discussie tussen Goldenberg en Schmuÿle. Ik zou er zo een bedrag van vijf cijfers voor neertellen. (Machinistenbudget, dus de cijfers achter de komma meegerekend, maar toch.)
Het was een zeer geslaagde voorstelling, die ik niet voor niets twee keer bezocht heb. Muzikaal bevatte de Schilderijententoonstelling van het Willem II College minstens zulke pakkende melodietjes als het werk van Moessorgski. Zoal iemand van Het Brabants Orkest in het programmaboekje schrijft: Elke gerenommeerd orkest heeft Moessorgski’s Schilderijententoonstelling in zijn repertoire opgenomen. Dat kan niet gezegd worden van de versie van het Willem II College. Die kan dus met recht als uniek omschreven worden. Bovendien vond ik het gedicht over de Ossenkar beter dan de versie die Willem Wilmink ooit gemaakt heeft en die presentatrice Marleen de Bruin later op de avond voorlas tijdens het concert van Het Brabants Orkest. Het was misschien wel tekenend dat ze dit tijdens de matinee op zondag achterwege liet.
Als het om moderne kunst gaat, kan weer eens geconcludeerd worden dat er volop jong talent staat te popelen totdat het een kans krijgt. Dat is onder andere te zien aan het grote aantal jonge componisten bij het Nederlands Blazers Ensemble en de resultaten van dit project van Het Brabants Orkest. Maar ik heb dit seizoen ook vele jonge dirigenten en solisten op het podium gezien. Het is alleen vervelend dat de gemiddelde leeftijd van het publiek zo hoog blijft. De jeugd staat wel op het podium, maar komt zelf niet als toeschouwer naar het Muziekcentrum. En dat is jammer, want dan heb je straks een hele generatie kunstenaars zonder publiek.
Over het publiek bij deze bijzondere uitvoering valt overigens ook nog wel wat te zeggen. Ondanks de duidelijke waarschuwing van het Muziekcentrum dat het koopavond was, kwam een hele grote groep toch veel te laat en op een storende manier binnen. Op zondag hadden veel bezoekers er blijkbaar te laat aan gedacht de klok naar zomertijd te verzetten. Bovendien ging er tijdens de voorstelling ook een telefoon over. Allemaal 50-plussers. Respectloos.
Alle meewerkende artiesten aan dit project die graag hun naam vermeld willen zien of die anderszins opmerkingen willen maken bij dit artikel, kunnen hier contact opnemen.
De muziek die bij het openen van deze pagina klinkt, is een fragment uit Bydlo, de Ossenkar, uit De Schilderijententoonstelling van Modest Moessorgski in de orkestratie van Sergei P. Gortchakov.