Op een kalender las ik onlangs hoe mannen en vrouwen hun auto kiezen:
Bernique Tool ontdekte dat vrouwen bij het kopen van een auto het liefst kleine, ronde modellen aanschaffen. Rond en klein zou (onbewust) geassocieerd worden met een baby. Baby’s zijn onschuldig en ongevaarlijk en vrouwen hebben een drang in zich om te zorgen, zo wordt gedacht. Maar vrouwen die hoger op de maatschappelijke ladder staan, kopen vaker een ‘mannelijke’ auto. Ze denken dat ze dan eerder serieus genomen worden. Mannen zijn eerder competitief ingesteld en willen hun territorium vergroten, vandaar hun keuze voor een grote auto.
Voor mij geldt dit niet. Ik heb mijn auto op basis van hele andere criteria aangeschaft. In het appartement dat ik tot voor kort bewoonde, was het deze zomer namelijk zo warm dat ik ’s nachts niet meer kon slapen van de hitte. Ik ben toen naar een garage gegaan en heb gezegd: ‘Doet u mij maar de beste airco die u onder de 5000 euro hebt. Het kan me niet schelen welke auto er omheen zit.’ Stom toevallig bleek dat een Peugeot 406 Break te zijn, die van bumper tot trekhaak nauwelijks in een parkeervak past. Maar de keuze voor een grote auto heb ik dus niet bewust gemaakt!
Als vrouwen kiezen voor rond en veilig, snap ik niet goed waarom er zo weinig vrouwelijke machinisten zijn. Een moderne VIRM voldoet beslist aan die kwalificaties. Misschien schrikt de ‘mannelijke’ lengte van ten minste 100 meter nog veel vrouwen af. Maar daar gaat dan toch snel verandering in komen. De nieuwe SLT is in alle opzichten de baby-uitvoering van de VIRM. De bakken (rijtuigen) zijn een derde kleiner en met zijn opvallend witte kleur ziet hij er opmerkelijk onschuldig uit. Je zou de SLT de ‘Smart’ onder de treinen kunnen noemen. Of smart in dit geval ook iets met intelligentie te maken heeft, zal hij na 27 softwarewijzigingen nog wel even moeten bewijzen…
De muziek is van Queen, een fragment uit I'm in love with my car. Reageren op deze column kan hier.
We will rock you
We will rock you, een rockmusical over en door Queen, een groep waarvan ik al sinds de lagere school fan van ben. Omdat niemand Freddie Mercury kan evenaren, had ik niet veel zin er naartoe te gaan, maar mijn moeder had al een paar maal laten vallen dat het haar een heel indrukwekkende voorstelling leek. En aangezien het door mijn toedoen was dat mijn ouders jarenlang dag in dag uit met de muziek van Queen geconfronteerd werden, besloot ik toch maar kaartjes te bestellen. En ik moet toegeven, op het moment dat de zaallichten doofden en de eerste klanken van Innuendo vanaf het podium klonken: kippenvel over mijn hele lichaam. En dat bleef zo tot de laatste minuut, ruim twee en een half uur later.
Het verhaal is een briljante sneer naar de moderne samenleving. Alles wat we nodig hebben downloaden we van internet. Muziek is gedegradeerd tot een simpel akkoordenschema dat door een computer in een hit wordt omgezet. Op de planeet e-Bay, geregeerd door de Killer Queen en Globalsoft, zoekt een groepje wanhopige Bohemians naar een relikwie dat een harige Rock ‘n Roll legende heeft verborgen. De gitaar van Brian May staat symbool voor echte muziek van echte muzikanten. Kortom de ouderwetse analoge wereld tegenover de digitale, maakbare wereld. Klinkt somber, maar de musical zit vol humoristische verwijzingen die door Martine Bijl op een absoluut briljante wijze naar het Nederlands zijn overgebracht. Jammer voor Dries Roelvink, die het weer eens een keer moet ontgelden, maar een geluk voor de Tilburgse Henny Vrienten die een ware revival op het toneel beleeft.
De Queen-muziek werd briljant vertolkt door een orkest dat met recht de naam rockband mag dragen. Heel listig werd op enkele momenten de echte stem van Freddy Mercury door het geheel gemixt, zodat je echt het gevoel had bij een ouderwets Queen-optreden aanwezig te zijn. Alleen het nummer Under Pressure vond ik enigszins een mislukking. De stemmen van Mercury en David Bowie zijn zo uitzonderlijk, daar kan geen enkel duo bij in de buurt komen. Maar toen er op het toneel gesproken werd over te jong gestorven muzikanten: Jimi Hendix, Kurt Cobain, Janis Joplin, Freddy…, en vervolgens No-one but you werd ingezet: ‘One by one, only the good die Young’, was ik toch wel even blij dat het donker was in de zaal zodat ik stiekem een zakdoek tevoorschijn kon toveren.
En dan de zangers. Nooit geweten dat Pia Douwes zo’n strot had. Een Killer Queen waardig. Marjolijn Teepen was als Scaramouche aan de fandango gewaagd. John Vooijs had de (on)dankbare taak Galileo te mogen vertolken. Een eer om in de huid van Freddy Mercury te mogen kruipen, maar met het risico dat iedereen zijn stem met die van de legendarische Queen-voorman gaat vergelijken. En dat is natuurlijk niet helemaal eerlijk. Niemand kan in de buurt komen van deze grootheid, die in de musical overigens soms wel een beetje teveel als een Michael Jackson-achtige god werd verheerlijkt. Maar zo nu en dan had ik het gevoel dat de geest van Freddy Mercury vlak achter John stond en hem voorzichtig onder zijn oksels kietelde. Je zult zien, voor dit theaterseizoen voorbij is, heeft hij hem bij zijn ballen! Mama mia, let me go..!
Een gemiste kans: de intro van Love of my life werd wel even gespeeld. Helaas kreeg het publiek niet de kans er een meezinger van te maken zoals Freddy Mercury dat steevast elk concert deed.
Bohemian Rhapsody
Ging ik in We will rock you terug naar een tijd waarin muziek nog door echte muzikanten gemaakt werd, met het bezoeken van de film City Lights schoof ik nog enkele decennia verder richting 1930. De beroemde maker van de film, Charlie Chaplin, had namelijk een hekel aan geluidsfilms. Een strijd die hij uiteindelijk jammerlijk verloren heeft. Maar zoals de gitaar van Brian May de acteurs en bezoekers van de musical We will rock you weer terugbracht naar het tijdperk van de rockmuziek, zo bracht het Brabants Orkest het publiek dat afkwam op de live begeleiding van de film City Lights weer terug naar de tijd van de stomme film.
Het was nog een hele reis naar het Muziekgebouw. Weliswaar heet het voormalig Muziekcentrum in Eindhoven tegenwoordig óók Muziekgebouw, maar omdat de verbouwing nog niet klaar is moest ik nu helemaal naar Amsterdam. Aardig detail is dat het Muziekgebouw Frits Philips in Eindhoven in het programmaboekje van het Muziekgebouw aan ‘t IJ nog altijd Muziekcentrum Frits Philips wordt genoemd. Die verwarring was natuurlijk te voorzien, maar helaas heeft men in Eindhoven niet op mijn aanbod de naamsverandering vrijblijvend in goede banen te leiden, gereageerd. Tegen het volgende denigrerende zinnetje uit het programmaboekje zou ik als Eindhovens Muziekgebouw zeker bezwaar aantekenen: ‘Inmiddels is het orkest ook geregeld in de belangrijkste concertzalen van Nederland te horen.’ Eindhoven heeft akoestisch gezien één van de mooiste zalen van Europa, daar kan het Muziekgebouw in Amsterdam nog een puntje aan zuigen. Het Brabants Orkest zal er niet wakker van hebben gelegen, de zaal was uitverkocht. En dat maken ze in Eindhoven niet ieder concert mee.
Op de uitvoering viel werkelijk niets aan te merken. Gastdirigent Timothy Brock, die de muziek op verzoek van de familie Chaplin zelf had gerestaureerd, hield het orkest strak in de hand en de timing was werkelijk perfect. Ik denk dat Chaplin gelijk had zijn film niet van een geluidsband te voorzien. Ik ben bang dat het project in clichés gestrand zou zijn. Nu was de film bij vlagen hilarisch en de muziek imposant. Als beiden tegelijk geprobeerd hadden grappig te doen, was het effect waarschijnlijk sterk ‘overdone’ geweest. Nu versterkten de afzonderlijke disciplines elkaar ver boven de som van de twee delen.
Volgens het programmaboekje - en film en muziekliefhebber Tijl Beckand - behoort de slotscène van de film tot de allermooisten uit de filmgeschiedenis. Een bloemverkoopster geeft zwerver Chaplin een roos en herkent in hem haar weldoener. Chaplin heeft de scène keer op keer opnieuw laten spelen, maar was geen enkel keer tevreden. Hij heeft er tegenspeelster Virginia Cherrill zelfs korte tijd om ontslagen. (Hij was in werkelijkheid iets minder menslievend dan op het witte doek.) Ik vind het einde echter redelijk voorspelbaar en niet echt op een bijzondere wijze verfilmd. Maar ja, We will rock you en City Lights ten spijt, ik heb pas een Blue Ray-speler met bijbehorende 7.1 Dolby True Surround versterker aangeschaft. Je denkt toch niet echt dat ik me nu werkelijk in stomme films ga verdiepen?