Specht
‘Lang geleden, stond er in een groot bos, in een land hier ver vandaan, een magische boom. Een boom die zoveel ontzag wekte, dat de mensen die er langs kwamen, er een diepe buiging voor maakten. Zelfs de dieren in het bos hadden respect voor hem, geen specht heeft ooit met zijn snavel in zijn bast getikt.’
Vol verwachting keek een rij oogjes me aan, helemaal klaar voor een spannend verhaal.
‘Op een dag liep er een man het bos in, die voor de boom ging staan, hem aankeek en een blinkend mes omhoog stak.’
Bij het uitspreken van mes kwam ik een stukje voren. De kinderen deinsden achteruit.
‘De dieren van het bos hielden hun adem in.’
De kinderen ook en hun ogen werden groot.
‘Wat denk je dat er gebeurde?’
Even was het stil. ‘Hij wurgt hem met zijn takken,’ opperde een jongetje, druk met zijn handen gebarend.
‘Nee,’ riep ik, ‘de boom boog voor de man en brak voor zijn voeten af.’
Een zucht van ongeloof ging door de groep.
‘Maar die man was dan ook de beroemde vioolbouwer Vuillaume!’
Ik sprak de Franse naam langzaam uit en de kinderen reageerden met een blik van herkenning alsof ze de naam al jaren kenden uit Harry Potter.
‘Uit het hout van deze boom sneed hij drie violen met tonen zo zuiver als glas, en een cello met de warmte van een vuur in de winter. Vier prachtige instrumenten die alleen door betoverende muzikanten bespeeld mochten worden. Maar die zijn zeldzaam. Toen Vuillaume stierf, had hij ze nog niet gevonden. Denken jullie dat de magische violen in de vergetelheid zijn geraakt?’
De kinderen schudden beslist hun hoofd. Ons maak je niks wijs, experts in sprookjes, kom nou.
‘Natuurlijk niet,’ zei ik. ‘Op een dag passeerden vier jongens zijn huis en de geest van de oude instrumentenbouwer blies een heel klein beetje stof van het hout in hun richting. De jongens namen de instrumenten ter hand en vanaf die dag maakten ze muziek die de mensen betoverden en ze hun zorgen liet vergeten. Denk je nou dat de mensen in lange rijen stonden te wachten om de muziek te horen?’
Ja, knikten de kinderen eensgezind.
‘Nee,’ riep ik uit. ‘De mensen kijken liever naar Geer en Goor en So you think you wanna be a dancing star!’
Ongeloof ging door de groep. Lippen begonnen te trillen en een enkel traantje verscheen.
‘Maar,’ zei ik troostend, ‘jullie hebben geluk. Want die jongens zijn niet veel ouder dan jullie en ze zijn hier.’
Kinderen geloven nog in zulke verhaaltjes.
En terecht, want er is geen woord van gelogen. Vuillaume sneed in 1863 een compleet strijkkwartet uit het hout van één boom. Anno 2008 worden deze instrumenten bespeeld door de jonge muzikanten van het Quatuor Amedeo Modigliani. Hun spel is zo magisch, dat ze sinds hun oprichting in 2003, zo’n beetje elke prijs gewonnen hebben die er te winnen viel. Als er iemand pijnlijk kijkt na afloop van een concert, is dat omdat hij zich de blaren op zijn handen heeft geklapt.
Als we allemaal weer in sprookjes gaan geloven, wordt 2009 vast een fantastisch jaar. En is die hele crisis ook zo weer voorbij.
***
De muziek is van W.A. Mozart: Stijkkwartet in C groot, KV 465, 'Dissonantenkwartet', tweede deel: Andante cantabile, uitgevoerd door het Amadeus Quartet.