Bijbelse sonates in de serie Zalig op zondag. De Nederlandse Bachvereniging in samenwerking met Nico ter Linden. Muziek van Johann Kuhnau (1660-1722) en Heinrich Ignaz von Biber (1644-1704). Zondagmiddag 25 oktober in Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven.
Nico ter Linden was jarenlang predikant van de Westerkerk in Amsterdam, maar ik ken hem vooral als schrijver van de zesdelige serie Het verhaal gaat… waarin hij Bijbelse verhalen hervertelt, van hun dogma’s ontdoet en in een historische context plaatst. Telkens wijst Ter Linden erop dat de tekst vooral niet letterlijk genomen moet worden. Dat zou hij ook vanmiddag weer doen. Hij laat de evangelisten Lucas en Matteüs overleggen hoe ze het beste Pinksteren op een verantwoorde manier in hun teksten kunnen verwerken, hij beschrijft prachtig hoe David de zieke koning Saul met zijn verkwikkend harpspel geneest, maar vooral vertelt hij hoe David geen held werd door de reus Goliath te verslaan, maar gewoon die simpele jongen met vijf stenen in zijn herderstas bleef.
Zalig op zondag? Ik betwijfel of de huidige paus, die graag terug wil naar oude kerkelijke waarden, het overal met de symbolische interpretatie van Ter Linden eens is. Een zaligverklaring lijkt me niet waarschijnlijk. Als Nico ter Linden zijn Bijbelvisie in de tijd van Biber en Kuhnau hardop had uitgedragen, was het zeker slecht met hem afgelopen. De kerkelijke verhoudingen lagen toen heel anders en de letterlijke uitleg was de enige goede. Ter Linden zou er een flinke kluif aan hebben gehad de inquisitie te ontlopen. Je kunt dus gerust stellen dat we ruim drie eeuwen hebben moeten wachten op deze unieke samenwerking. Maar het was het wachten waard. De zaal in Eindhoven was dan ook goed gevuld.
Als eerste de strijd tussen David en Goliath. Zoals gezegd beschouwt Ter Linden deze niet als de strijd tussen een reus en een dwerg, maar als de strijd tussen geloof en heidenen. Meerdere malen benadrukt hij dat David slechts een eenvoudige herdersjongen is en dat ook na het verslaan van Goliath zal blijven. De strijd die volgt vindt hij minder belangrijk. Ter Linden blijft bij het kleine. Dat staat in schril contrast met de muziek van Kuhnau. Barok wil per definitie zeggen dat elk nootje versierd is. Elke aanslag op klavecimbel of orgel wordt omspeeld en daardoor groter gemaakt dan hij in werkelijkheid is. Maar ook hier geldt: opposites attract. Vooral door de prachtige manier waarop de stukken gespeeld worden. Er zit geen volumeknop op de instrumenten, dus dynamiek kan niet worden aangebracht, maar aan de manier waarop Leo van Doeselaar achter het orgel beweegt, valt af te lezen welke de zachte en welke de sterke passages zijn. Zijn gezichtsuitdrukking spreekt boekdelen.
Als introductie op Sonate 10 uit Bibers Rozenkranssonate, haalt Ter Linden opnieuw een kerkelijk twistpunt aan. Hij laat Jezus niet het hele kruis, maar slechts de dwarsbalk – historisch verantwoord – naar Golgotha dragen. Het orkest wordt uitgebreid met viool, viola da gamba en lirone. De viool speelt scordatura, dat wil zeggen in een andere stemming. Omdat de muziek wel normaal genoteerd staat, hoort de violiste dus iets anders dan ze van papier speelt. Dat lijkt me uiterst moeilijk, vooral omdat sommige tonen nu op open snaren gespeeld worden. Aan het gezicht van Antoinette Lohmann valt af te lezen dat ze niet helemaal gelukkig is met de stemming van haar viool en een kleine onzuiverheid is soms ook wel te horen. Gelukkig krijgt ze nog een herkansing. Vóór ze Sonate 13 inzet, stemt ze haar instrument even opnieuw met hulp van het orgel en nu klinkt het geheel haarzuiver.
Al met al een aangenaam inspirerend begin van de wintertijd. Grootse barok, klein gehouden door de meesterlijke vertellingen van Nico ter Linden. Ik heb thuis de passage over David en Goliath nog eens opgezocht in deel drie van Het verhaal gaat… Welbeschouwd is een machinist toch ook een soort herder. Ik kan me dus wel vinden in die jongen met slechts vijf gladde stenen in zijn herderstas. Zalig op zondag, inderdaad. Maar met een ketters randje, dat wel.
De muziek is van Biber: Rozenkranssonate nr. 10: De Kruisiging, deel 1 Preludium. Gespeeld door Andrew Manze en Richard Egarr.