Reizigers in 2012

 

Jaap van Zweden

De door Jaap van Zweden, voor de uitzending van Zomergasten op 30 augustus 2009, gekozen fragmenten waren zo boeiend en zijn commentaar zo inspirerend, dat hij een eigen pagina op deze site verdient. Hierop zijn de stukjes die ik naar aanleiding van de uitzending op mijn weblog schreef, samen met veel videobeelden, verzameld.

 

Zomergasten: Jaap van Zweden

Ooit de jongste concertmeester van Nederland, nu vooral bekend als dirigent. Ik heb hem regelmatig in die functie aan het werk gezien. Hij werkt gedetailleerder dan Haitink, van wie hij zelf zegt dat ze zo close waren dat er geen sprake meer kon zijn van een meester – leerling verhouding, maar minder noot voor noot dan Bernstein, die hij als zijn grootste leermeester beschouwd.

Ik heb altijd gedacht dat Jaap van Zweden een heel evenwichtig persoon was die weloverwogen keuzes maakte. Het tegendeel bleek tijdens de uitzending waar. Van Zweden was een wonderkind en alle clichés blijken op hem van toepassing: De verstoorde vader – zoonrelatie, de eenzaamheid van het uren alleen repeteren, het gevoel niet te voldoen en de onrust die ontspannen onmogelijk maakt.
In zijn hele doen en laten blijkt Van Zweden tegendraads: Zijn familie wil dat hij voor de zekerheid van het Concertgebouworkest kiest, Jaap kiest voor het onzekere van de vrijheid. Popmuziek binnen de klassieke wereld is in die tijd nog volledig not-done, Jaap neemt een singletje op met Berdien Stenberg. Betekent voor de meerderheid van de gezinnen de geboorte van een autistisch kind het einde van de relatie, Jaap en zijn vrouw besluiten er extra de schouders onder te zetten en komen juist dichter tot elkaar.
Het is alsof voor Jaap van Zweden hetzelfde geldt als voor de patiënten die Oliver Sacks in Musicophilia beschrijft: Muziek lijkt op de een of andere manier de plaats van verstoorde hersendelen of –verbindingen over te nemen. De hersenen anders te ordenen, taken te verrichten die ‘normale’ mensen niet kunnen. Maar misschien geldt dat wel voor alle wonderkinderen.

Mooi is in dit opzicht wel het grootste streven van Jaap van Zweden. Van eenzaam wonderkind naar de ultieme éénwording met het orkest. Het orkest dat eigenlijk geen dirigent meer nodig heeft, het orkest als één enkel instrument. Van superego naar de (Boeddhistische) egododing van Krishnamurti. Alsof muziek niet alleen in zijn eigen hersenen de juiste verbindingen heeft gelegd, maar die ook met de overige muzikanten in het orkest heeft verbonden.

Verder een uitzending met wondermooie fragmenten en voor de verandering een uiterst prettig presenterende en integere Margriet van der Linden. Als afsluiting nog de prachtige documentaire Tales of Music and the Brain. Is het overigens iemand opgevallen hoezeer Oliver Sacks op Robin Williams is gaan lijken?

***

“Het hebben van een autistische zoon is een baksteen op je rug. En dan blijkt ineens na vele jaren, dat die baksteen vleugels zijn geworden.”
(citaat Jaap van Zweden)

 

 

Shine

Cinema.nl beschrijft de film als volgt:

Fraaie filmbiografie over David Helfgott, een jongen die door zijn goedwillende maar tirannieke vader (een Poolse jood die Auschwitz overleefde) wordt beschouwd als ”a very lucky boy”, immers een klavierleeuw in de dop voor wie een glanzende carrière lijkt te zijn weggelegd. In homeland Australië wint de jonge Helfgott de ene muziekprijs na de andere, maar tijdens zijn studie aan het Britse Royal College gaat het mis. Na afloop van een openbare uitvoering van Rachmaninovs schrikwekkend moeilijke Derde pianoconcert, stort hij in. Volgen jaren van verwarring, in en buiten inrichtingen. Geoffrey Rush, die de volwassen Helfgott vertolkt, won een Oscar. De film werd op het Filmfestival van Rotterdam met de publieksprijs bekroond.

Het moet voor Van Zweden een herkenbaar maar ook afschrikwekkend beeld zijn geweest. Ook hij heeft een vader gehad die alles voor zijn wonderkind over had en hem verweet er te weinig voor terug te krijgen, die zijn kind een week kon doodzwijgen na een enkele fout tijdens een uitvoering. Ongetwijfeld weet Jaap van Zweden ook heel goed dat genialiteit en waanzin slechts door een hele dunne lijn gescheiden worden. Misschien kent hij voorbeelden uit zijn eigen omgeving.

Van Zweden geeft in de uitzending te kennen dat hij en de relatie met zijn vrouw gered zijn door de komst van een zwaar autitische zoon en dat het jaren heeft geduurd voor het besef kwam dat die zoon niet als een last op zijn schouders drukte maar hem juist vleugels gaf.

Ik ben niet zo religieus en ik wil autisme zeker niet gelijk stellen met een vorm van waanzin, maar zou het niet mogelijk zijn dat die zoon gezonden is om Jaap van Zweden niet hetzelfde lot te laten ondergaan als David Helfgott? Een zoon die eigenlijk zijn beschermengel is?

Toeval is het allemaal beslist niet. Kijk alleen al eens goed naar de naam Helfgott! En hoe noem je het dan dat ik al ruim voor de uitzending beschikte over kaartjes voor een uitvoering in het Frits Philips Muziekcentrum in Eindhoven van het derde pianoconcert van Rachmaninov, het werk dat Helfgott fataal werd?
Alles heeft met elkaar te maken. Dat heeft Van Zweden zelf ook goed in de gaten gezien zijn belangstelling voor Krishnamurti’s non-dualiteit. Maar dat was weer een ander fragment.

 

 

 

Het testament van Kirill Petrovitch

Nog een indrukwekkend fragment van Zomergast Jaap van Zweden. De dirigent Kirill Petrovitsj Kondrasjin aan het werk. ”Zacht, zachter, bijna onhoorbaar.” Volgens van zweden heeft hij daarmee het orkest een nieuwe, transparante klank gegeven.

Hij vertelde nog een vermakelijke anekdote over de dirigent. Kondrasjin zou tijdens een repetitie een groep cellisten zó tot wanhoop hebben gedreven door te eisen dat ze steeds zachter speelden, dat één van de getergde muzikanten besloot de zaak te saboteren en zijn strijkstok slechts in de lucht heen en weer te bewegen zonder de snaren te raken. De dirigent was echter niet onder de indruk en blafte naar de cellist dat hij nog steeds te hard speelde.

Het mooiste dat Van Zweden over deze dirigent vertelde vond ik echter zijn manier van klankopbouw. In een orkest zitten doorgaans de eerste violisten, eerste trompettisten, eerste cellisten en ga zo maar door, vooraan. Daarachter de tweede en eventueel derde en vierde groep. De eerste hebben de belangrijkste, vaak hoogste partij en klinken daardoor het hardst. Kondrasjin wilde een ander soort klankopbouw. De achterste rij moest het hardst klinken. Naar voren toe moest steeds zachter gespeeld worden. Daardoor ontstond een muur van geluid met het fundament stevig onderaan, in de laagste tonen, aan de basis. De meest ondergeschikte instrumentgroepen moesten als het ware meer gas geven, terwijl de belangrijkste partijen in moesten houden. Zo klonk de groep als één enkel instrument.

Denk eens aan het spreekwoord: De ketting is zo sterk als de zwakste schakel. In de praktijk betekent dat, dat de druk zo hoog wordt opgevoerd dat de zwakste schakel net niet breekt. Kondrasjin maakt van die zwakste schakel echter de basis. De leider moet zich ondergeschikt maken aan de zwakste van de groep!Niet echt een vreemde houding natuurlijk voor in een 1914 geboren rus. Misschien wel één van de goede eigenschappen van het communisme en iets waar ook moderne leiders nog iets van zouden kunnen leren. Ongelooflijk hoeveel wijsheid die Jaap van Zweden in zijn fragmenten heeft gestopt. En dat in slechts vier uur televisie. Daar doet de Jan Smit-omroep veertig jaar over!

 

Namida to warai no happî kurasu

Namida to warai no happî kurasu,

Of de Engelse titel van de film: Children full of life. Tijdens de uitzending van Zomergasten vertaald met Learning to care. Hoe dan ook een boeiend fragment van Jaap van Zweden en het laatste waar ik iets over schrijf.

Wat je ziet is de leraar van een klas die één kind bestraft en vervolgens dat de hele klas het – aanvankelijk aarzelend en geëmotioneerd – voor die buitengesloten eenling opneemt. Weliswaar een staaltje van vooropgezette psychologische oorlogsvoering, maar toch een indrukwekkend stukje film.

Waar het mij nu vooral om gaat, is de houding van die leraar. Hij zegt zijn leerling de wacht aan en luistert vervolgens met gesloten ogen, zonder onderbreking, naar de tegenargumenten uit de klas. In het westen kennen wij dat wel als ‘eerst even tot tien tellen’, maar dat gebeurt in de praktijk helaas maar weinig.

Onlangs is er bij de NS een machinist ontslagen omdat hij na een aanrijding – een poging tot zelfdoding buiten zijn schuld en niet door hem te voorkomen – positief testte op het gebruik van alcohol de avond ervoor. Nog vóór deze machinist over de schrik van de aanrijding heen was, buitelde het management al over elkaar heen om maar de eerste te zijn die het NOS journaal kon vertellen dat de machinist op staande voet ontslagen was. Zero tolerance, regels zijn regels.

Nu weet elke machinist dat hij bij aanvang van zijn dienst vrij moet zijn van geestbeïnvloedende middelen en wat de sancties daarop zijn. Maar stel dat het management even had gereageerd zoals de leraar op deze Japanse school. Gewoon met de ogen dicht luisteren naar argumenten.
Het betrof een machinist van 58 jaar oud van onberispelijk gedrag. Iemand die gezien zijn leeftijd nooit meer aan een baan geholpen zou kunnen worden. De rest van zijn leven zonder inkomen en zonder recht op een uitkering. Eigenlijk dus een levenslange straf. In Nederland heeft zelfs een moordenaar recht op een eerlijk proces met advocaat. Zelfs als er sprake is van moord met voorbedachten rade, krijgt zo iemand van de maatschappij een tweede kans. Bovendien wordt in dit geval niet alleen de machinist, maar zijn hele gezin gestraft. Is ontslag op staande voet wel proportioneel? Welke misdaad is nodig voor de sancties die deze machinist opgelegd krijgt?

Als je dit enige tijd met je ogen dicht overdenkt, kan ik me niet voortstellen dat je niet tot tenminste de conclusie komt dat er enige tijd voor nodig is om een definitief oordeel te vellen. Een menswaardige behandeling van deze machinist en zijn familie is belangrijker dan het stellen van een voorbeeld.

Ik heb op diverse fora collega machinisten gezien die zich opstelden als de kinderen uit die Japanse schoolklas. Helaas nog geen enkele manager die zich opstelde zoals die leraar.

 
De wereld draait door

Op 9 september werd in het VARA-programma De wereld draait door zijdelings nog aandacht besteed aan het optreden van Jaap van Zweden in Zomergasten. Oud-collega Theo Olof was daar samen met zijn kleinzoon Johan te gast en sprak nog enkele lovende woorden over hem. Beslist een man die zélf als Zomergast niet zou misstaan.

 

Verder
Machinistlog.nl | info@machinistlog.nl