Je speelt in een orkestje en je wilt weleens wat anders. Dan begin je met twee collega’s een trio. Maar dat is soms ook wel weer erg kaal, dus besluit je een paar vrienden uit te nodigen. Je gooit een lijntje uit en als je de hengel weer ophaalt blijk je topviolisten Vadim Repin en Pekka Kuusisto aan de haak geslagen te hebben. Als je ze voorzichtig met je schepnetje binnenhaalt, komt ook het voltallige Britten Sinfonia boven water, samen met een aantal glasaaltjes dat pas net kleur begint te vertonen (maar waarvan ik over tien dagen toch wel een paar namen hoop te noemen) en tussen de snaren van de harp van Lavinia Meijer is blijven hangen. Je bent je verbazing nog maar nauwelijks te boven als je in de verte niemand minder dan de hottest composer around, Nico Muhly, aan ziet komen zwemmen, driftig zwaaiend met een stapel partituren. ‘Hé, deze zijn in Nederland nog nooit uitgevoerd. Interesse? Als je wilt componeer ik gelijk even een Triple Concerto!’
Menig festivalorganisator zit zich nu knarsetandend te verbijten: ‘Wat hebben zij wel dat ik niet heb?’ Bart van de Roer, Wouter Vossen en Marc Vossen, ook wel: Storioni Trio, hebben het haast ondenkbare verwezenlijkt. Om vast in de stemming te komen, heb ik wat stukjes over de componisten en uitvoerenden verzameld die ik eerder geschreven heb.
***
Vrijdag 23 januari, het Vrijdagavondconcert van het Storionifestival in het muziekcentrum van Eindhoven. Optredens van het Storioni Trio, het Aviv Quartet en tal van solisten die in diverse gelegenheidsbezettingen optreden. Een goed gevuld programma dat ruim 2 uur en 45 minuten duurde. Verrassende werken, zoals Contrasts, Sz111 van Béla Bartók. Een soort duel tussen klarinet en viool met pianobegeleiding. Met veel enthousiasme en humor gebracht. Vlak voor de uitvoering van Hommage à Hilding Rosenberg van Ligeti kon violist Wouter Vossen het niet nalaten zich het volgende even hardop af te vragen: ‘Dit stuk is geschreven als verjaardagscadeautje. Zouden de gasten meegezongen hebben?’ Een retorische vraag, want je zou wel heel goed geschoolde zangers moeten hebben om deze ‘oefening’ in het oplossen van dissonanten te kunnen zingen.
(23-01-2009)
***
Als opwarmertje bracht Britten Sinfonia, aangevuld met de Finse violist Pekka Kuusisto (*1976) het Duet van Steve Reich. Maar het hoogtepunt van de avond was toch wel de wereldpremière van Impossible things van ‘composer in residence’ Nico Muhly, bijnaam: ‘One of the hottest composers around’. Impossible things is een driedelige liederencyclus rond het werk van de Griekse dichter Konstantin Kavafis (1863-1933). In het Engels noemde deze zichzelf Cavafy, en zo is hij in dat taalgebied ook bekend, vandaar Cavafy-project. Of het aan de naam van het gezelschap Britten Sinfonia lag, aan de stem van de tenor Mark Padmore of dat het bewust door Muhly zo gecomponeerd is, het begin van het werk deed me direct denken aan het begin van de opera The turn of the screw van Benjamin Britten: It is a curious story, I have it written in faded ink.
Deze zinnen passen ook perfect bij de gedichten van Kavafis. Prachtige, vurige, donkere gedichten vol verlangen en weemoed. Zoals het volgende uit Part lll:
27 June 1906, 2 p.m.
When the Christians brought him to be hanged, the innocent boy of seventeen, his mother, who there beside the scaffold had dragged herself and lay beaten on the ground beneath the midday sun, the savage sun, now would moan, and howl like a wolf, a beast, and then the martyr, overcome, would keen ‘Seventeen years only you lived with me, my child.’ And when they took him up the scaffold’s steps and passed the rope around him and strangled him, the innocent boy, seventeen years old, and piteously it hung inside the void, with the spasms of black agony- the youthful body, beautifully wrought- his mother, martyr, wallowed on the ground and now she keened no more about his years: ‘Seventeen days only,’ she keened, ‘seventeen days only I had joy of you, my child.
Opvallend is wel dat Muhly het in zijn eigen beschrijving van het werk heeft over de twee liefdesgedichten uit het tweede deel. (Klik hier voor de volledige teksten.) Volgens hem begint het derde deel (zie tekst hierboven) met een misdrijf en is de kern van het verhaal een moeder die treurt om haar zoon. Kavafis was homoseksueel in een tijd waarin dit nog niet geaccepteerd was, ook al leefde hij in Griekenland. Dat laat weinig te raden over de ‘misdaad’ van de jongen en ik weet dus ook niet zo zeker of de treurende moeder wel werkelijk de kern van het gedicht is. Dat doet overigens niets af aan de prachtige muziek. Kort na de introductie verdween Benjamin Britten steeds meer uit beeld. Muhly heeft een heel eigen manier van componeren en instrumentgebruik. Solist Pekka Kuusisto kreeg ruimschoots de gelegenheid alle facetten van zijn vioolspel tentoon te spreiden. Van ingehouden strijken, tot slaan op de snaar, krassen, plukken en zelfs zacht meefluiten met een wegstervende toon. Zelden heb ik een zaal zo muisstil gehoord. Zelfs tussen de delen door vergat men te hoesten. Pas na afloop konden Muhly - zelf aanwezig - Kuusisto en Padmore een daverend applaus in ontvangst nemen. Ik zou Nico Muhly kunnen toevoegen aan mijn lijst met favoriete componisten, ware het niet dat hij daar na de Confessions-tour al hoog op stond.
De avond werd afgesloten met de Shaker Loops van John Adams. Kuusisto speelde nu geen aparte solostem maar dezelfde partij als één van de violisten van Britten Sinfonia. De bescheiden Fin wilde op een gelijkwaardige manier met zijn collega op het podium staan. Maar Kuusisto heeft een vrij klein, gedrongen figuur, terwijl de Brit lang en slank was. Nu zou het geheel in stijl van het bovenstaande gedicht zijn geweest als Kuusisto hem een kopje kleiner had gemaakt. Door zijn blozende uiterlijk en lange, golvend bruine jaar had de jongen beslist de uitstraling van een zeventienjarige. Maar dit inlevingsvermogen ging de Finse violist schijnbaar toch te ver. Om zichzelf op gelijke hoogte te brengen, ging hij - tot grote hilariteit van de zaal - op een verhoging staan. De jonge Brit genoot er zichtbaar van en nam ook de lichaamstaal van Kuusisto over. Regelmatig keken ze elkaar breed glimlachend, liefdevol in de ogen. Als er iemand die avond in stand verhoogd werd…
En nog was de avond niet ten einde. Een wat chauvinistische toegift van Kuusisto. Het tweede deel uit Rakastava van de Finse componist Jean Sibelius in een ietwat aan de stijl van de avond aangepaste versie. Tenor Mark Padmore maakte, verscholen achter het orkest, zijn debuut als triangelspeler. ‘A man of many talents,’ aldus Kuusisto. Met een bos tulpen voor de hoofdrolspelers - de enige Nederlandse inbreng - werd een fantastische avond na twee uur afgesloten. Een bijna Impossible thing was werkelijkheid geworden. Of in de woorden van Kavafis:
A poet has said: “The loveliest music is the one that cannot be played.” And I, I daresay that by far the best life is the one that cannot be lived.
(27-01-2010)
***
Na een opkomst in slow-motion, geheel in de stijl van moderne componisten, was het de beurt aan de hoofdact. Nico Muhly, tevens bekend van de soundtrack van de film The Reader, had eerder samengewerkt met Philip Glass en Antony Hegarty. Hij was verantwoordelijk voor de prachtige arrangementen op de cd The Crying Light van Antony and the Johnsons. Maar bovenal had hij goed naar Philip Glass geluisterd. Dat was deze avond goed te horen. De muziek in combinatie met de veelal absurde teksten – I love the smell from the printer in the morning - deed me onmiddellijk denken aan Songs from liquid days. Het geluid van het barokgezelschap was minstens zo karakteristiek als het eigen geluid van het Philip Glass Ensemble. Neem daarbij het warme stemgeluid van Teitur en je hebt een topavond. Elke letter werd duidelijk gearticuleerd uitgesproken. Alsof de zanger slechts een paar meter van je af stond. De lang aangehouden noten werden helder gezongen en eindigden niet in een brei van vibrato. Soms werd er gelachen om een absurde tekstwending, soms werd bij enkele toeschouwers enige irritatie hoorbaar. If you wait a little longer stelde de zaal dan ook flink op de proef.
If If you If you wait If you wait a little If you wait a little longer
Uiteindelijk bleken we op niets te wachten. Philip Glass had dat trucje al eerder uitgehaald in Einstein on the beach:
Would Would I Would I get Would I get some Would I get some wind Would I get some wind for Would I get some wind for the Would I get some wind for the sailboat.
Helaas is er nog geen cd opname van de Confessions-tour beschikbaar. Liefhebbers van Antony and the Johnsons maar vooral van Philip Glass’ Liquid days kunnen hem zodra die beschikbaar is ongehoord kopen. Tot die tijd zullen we het met een paar YouTube-filmpjes moeten doen.
(26-11-2009)
Dinsdagmorgen 7 december stonden er ijsbloemen op het raam van mijn slaapkamer. Prachtige symmetrische figuren, opgebouwd uit de teerste kristallen. Een enkele ademtocht van mij zou ze vernietigen. Het was tekenend voor die dag, want ’s avonds begon violist Pekka Kuusisto - op z’n Fins uitgesproken als: Pekka Kuusisto - het Andante Cantabile uit het eerste strijkkwartet van Pjotr Iljitsj Tsjaikovski op precies dezelfde manier: uiterst breekbaar. Ingehouden alsof één te sterk aangezette toon het hele werk kon verpesten. Toch slaagde Kuusisto erin al spelend de overige leden van het Amsterdam Sinfonietta op het podium uit te nodigen. Hij liet ze daarbij wel letterlijk en figuurlijk op hun tenen lopen.
Een mooie introductie, maar toch een wat vreemde eend in de bijt. De rest van de avond draaide namelijk volledig om de Symfonie nr. 45 ‘Abschiedssymphonie’ in fis van Joseph Haydn. In de winter van 1772 was het orkest van Haydn in dienst van prins Esterhàzy, die zo opging in zijn muziek dat hij vergat de musici af en toe naar hun familie te laten terugkeren. Als stille hint componeerde Haydn een symfonie die eerst gehaast klinkt en waar tegen het einde de muzikanten één voor één hun instrument inpakken en het podium verlaten. De muziek gaat als een nachtkaars uit als de laatste twee violisten hun duet beëindigen. Gelukkig voor Haydn en zijn collega’s begreep de prins de hint.
De Russische componist Alfred Schnittke was zeer gecharmeerd van het werk van Haydn. Zo erg zelfs, dat hij de totaalcompositie van Haydn vermengde met elementen uit werk van Wolfgang Amadeus Mozart. Moz-Art à la Haydn begint letterlijk in het duister en als eindelijk het licht dan aangaat, blijkt dat de musici de weg totaal kwijt zijn. Ze bladeren muziek om aan de ene lessenaar om vervolgens te gaan spelen van de bladmuziek die achter hen staat opgesteld. Een soort stoelendans, maar dan zonder stoelen. Amsterdam Sinfonietta staat in stereo opgesteld, bassist in het midden geflankeerd door twee cellisten enzovoort, maar het linkerkanaal weet vaak niet wat het rechter doet en omgekeerd. Tegelijk houdt Pekka Kuusisto zijn musici in een ijzeren greep. Schijnbaar nonchalant begeeft hij zich over het podium. Een violiste die per ongeluk wat luidruchtig met de strijkstok tegen de klankkast tikt, kijkt hij lachend aan. Hij maakt zelfs grapjes met de zaal die, totaal in verwarring gebracht, klapt tussen de delen van het werk door en hoest tijdens de zachte passages in de muziek. Zoals ik hem eerder heb zien doen tijdens een optreden met Britten Sinfonia, speelt Kuusisto met de verhoging die hij vanwege zijn geringe lengte nodig heeft om op gelijke hoogte met de andere musici te komen. Als die voor aanvang van het laatste werk niet klaarstaat, zorgt hij er met een hoop bombarie voor dat die plaatsverheffing alsnog gebracht wordt. Mijn kop eraf als dat niet bij het toneelspel hoort.
Pekka Kuusisto is één van die muzikanten die je live in de concertzaal moet zien. Bovendien is hij als geen ander in staat de musici om hem heen in zijn enthousiasme mee te sleuren. In het geval van Amsterdam Sinfonietta niet echt nodig, maar hier blijkt het samenspel de som der delen ver te overtreffen. Als een volleerd zwaardvechter neemt Kuusisto die avond afscheid door zijn strijkstok als een degen voor zijn neus te houden en met de andere orkestleden een daverend applaus in ontvangst te nemen. Daarbij neemt hij ook nog stelling tegen het Nederlandse cultuurbeleid. ‘Vroeger moesten componisten de raarste capriolen bedanken om uit de handen van hun machthebbers te ontsnappen, tegenwoordig weet de overheid niet hoe snel ze cultuurdragers kwijt moeten raken.’
(07-12-2010)
***
Harpiste Lavinia Meijer was de enige die moeite had een fan van zich weg te houden. ‘Mag ik jou een tip geven voor als je weer eens een verre reis maakt?’ zo begon hij tegen haar. Wat volgde was een heel verhaal over de totaal mislukte bestrijding van muggen in de Verenigde Staten met een levensgevaarlijk middel. Een mengeling van een horrorverhaal en een complottheorie. De muzikante bleef vriendelijk lachen maar wist duidelijk niet wat ze met de man aan moest. Maar kun je van een harpiste dan verwachten dat ze geïnteresseerd is in de bestrijding van insecten, alleen omdat ze het werk Mosquito Massacre van componist Paul Patterson heeft uitgevoerd? Ik heb haar maar van haar belager verlost door een cd te kopen en die door haar te laten signeren.
(27-06-2010)
***
Opvallende nieuwkomer dit jaar was de Jong Talentklas van het Centrum voor de Kunsten Eindhoven (CKE). Ik heb zelf lang geleden in diverse orkestjes van de muziekschool gespeeld, maar toen was er nooit iets op dit niveau. Eindelijk wordt cultuur ook in Eindhoven weer serieus genomen. Ondanks het warme weer en het feit dat er in een tent werd gespeeld, viel zelfs op de stemming niets aan te merken. Jammer alleen dat deze jonge talenten helemaal aan het eind van de middag waren gepland. Om 17:15 uur waren veel mensen alweer op weg naar huis. Helaas was toen ook de geheugenkaart van mijn camera vol, zodat ik alleen beelden heb van het eerste en een heel klein stukje van het tweede optreden. Ik hoop dat het CKE volgend jaar een betere plaats toebedeeld krijgt, want jong talent is er in Eindhoven zeker aanwezig.