Reizigers in 2012

Week 11: Boekenweek

Een nieuwe manier
Van communiceren
Is door de jeugd bedacht:
Schilder je  boodschap
Op een trein
En het verspreid zich,
Volgens het spoorboekje,
Gratis door het land

 

Gedicht: Ivar Wakker


  
Titaantjes

‘Jongens waren we – maar aardige jongens.’ Misschien wel de beroemdste openingszin uit de Nederlandse literatuur. Zelfs de grootste boekenhater kent hem of leert hem kennen als hij deze week zijn jaarlijkse boek koopt, alleen om een dag voordelig te treinen. Nescio’s Titaantjes: opgroeien in de letteren, is dit jaar namelijk het motto van de Boekenweek en zoals gebruikelijk mag met het Boekenweekgeschenk een dag gratis gereisd worden. Dat je met dat geschenk ook nog iets anders kan doen is niet bij iedereen bekend. Toen vorig jaar een conducteur bloedserieus aan een wat oudere vrouw vroeg hem beknopt de inhoud van het boek te vertellen, keek ze hem verschrikt aan: ‘Je hoeft het boek toch niet te lézen?’

Jong zijn en opgroeien staan dus centraal in de 75e Boekenweek. Maar daarbij gaat het vooral om boeken die het kind of de overgang van jeugd naar volwassenheid als thema hebben. Jongeren zelf hoef je niet zoveel over de letteren te vertellen. Die schilderen ze zelf wel op de trein. Liefst zo groot mogelijk op de buitenkant, maar ook balkons en bekleding worden niet ontzien. Meestal zijn dat zogenaamde Tags, Doodlings, Throw Ups of Latrinalia, maar soms ook complete nieuwsberichten. Ik las voor het eerst over de dood van Michael Jackson over de hele lengte van een stelletje Mat 64!

Met de NS als hoofdsponsor van zowel de Boekenweek als de jaarlijkse actie Nederland Leest, vraag ik me wel af waarom er altijd van die nostalgische boeken als uitgangspunt gekozen worden. De aardige jongens van Nescio zaten ook in ‘De gelukkige klas’ van Theo Thijssen. Wil de NS graag terug naar de tijd dat de jeugd nog ontzag had voor leraren en andere gezagsdragers? Een mooi initiatief maar het lijkt me wat naïef. Ik zie in Almere al twee conducteurs voor de trein staan die hardop roepen: ‘Jongens zijn we – maar aardige jongens.’ Afhankelijk van hun postuur worden ze uitgelachen of van het perron gejaagd. Maar ook in dat laatste scenario is voorzien, want het Boekenweekgeschenk van Joost Zwagerman heet: Duel!

 

 



Deze column is tevens gepubliceerd in oNS kent oNS van maart 2010.
De muziek is van het Cabaret Ivo de Wijs. Van het programma Formule 2 een fragment uit De Nederlandse letteren.

 

De graffiti-artiesten die bezig waren met de SLT op onderstaande foto, werden waarschijnlijk tijdens hun werkzaamheden betrapt. De tags zijn slechts half ingekleurd. Mocht een tag aan een kunstenaar gekoppeld kunnen worden, dan draait hij op voor de schoonmaakkosten van alle treinstellen waarop de tag is aangetroffen. Er geldt dan een omgekeerde bewijslast: de schilder dient aan te tonen dat hij de tag niet zelf gezet heeft.
 

 


 

De afstand tot de voorruit is enorm. Als een frietzak waarvan de punt is afgeknipt.

Nachtblind

Dinsdag 9 maart 2010. Een jaar na de cursus dan eindelijk mijn eerste echte ritje in de nieuwe Sprinter Light Train, kortweg SLT. De toekomst van de NS op de korte baan, al zijn de kinderziektes er nog niet helemaal uit. Het werd geen prettige, op sommige momenten zelfs een enigszins angstaanjagende ervaring.

Het rijden op zich ging prima. Het stel trok vlot op, de remmen waren prima afgesteld en de vriendelijke mevrouw in de omroep vertelde keurig welk station ik naderde en waar ik naartoe ging. Maar het zicht! Of beter gezegd; het compleet ontbreken van zicht, dat was verschrikkelijk. Het rijden van een SLT in het donker is te vergelijken met het rijden van een auto op de snelweg terwijl de binnenverlichting aan is. Dat komt ten eerste omdat er slechts een glazen cabinewand aanwezig is waardoor de eersteklas reiziger naar de verrichtingen van de machinist kan kijken. Maar daardoor stroomt ook de treinverlichting de cabine binnen. Ten tweede wordt de machinist van voren verblindt door een vrij fel beeldscherm dat niet te dimmen of te doven is.

Nu hoef je in een trein over het algemeen niet bang te zijn dat je een voorganger raakt, zoals op de snelweg, maar het ontbreken van zicht op het spoor veroorzaakt wel een aantal specifieke problemen. Zo kun je de stand van de wissels niet meer zien. Je ziet pas in welke richting een trein wordt geleid op het moment dat je ernaartoe gaat. Vooral in de buurt van grote stations erg vervelend. Ook de kilometrering is niet meer te zien. Als je bijvoorbeeld vanwege mist je oriëntatie kwijt bent, kun je nu ook niet meer afgaan op borden langs de baan. Ze zijn simpelweg onleesbaar geworden. Dat wordt dubbel zo lastig als je van de treindienstleider een aanwijzing krijgt een bepaald baangedeelte voorzichtig of met aangepaste snelheid te berijden. Als hij daarbij slechts de kilometeraanduiding noemt en niet een duidelijk zichtbare constructie, zit er niets anders op dan te stoppen om buiten te gaan kijken waar je je precies bevindt. Enorme vertragingen zullen het gevolg zijn.

En wat gebeurt er als er iets op het spoor ligt? Het komt voor dat onverlaten een winkelwagentje of een blok beton op de rails leggen. Op tijd stoppen is nu ook onmogelijk, maar je ziet in ieder geval waar je overheen rijdt. Bij de SLT hoor en voel je alleen de klap en moet je vervolgens maar raden wat het was. Als ik nu een hertje, kat of fazant raak, is dat zielig. Hoor ik in een SLT een doffe dreun, gevolgd door geluid van iets dat onder de trein doorstuitert, dan moet ik op onderzoek uit. Dat wil zeggen: dan stuur ik de hoofdconducteur naar buiten met de mededeling dat ik iets geraakt heb. Deze hc mag dan met lood in zijn schoenen 600 tot 800 meter teruglopen om te gaan kijken of het geen mens was. Verdachte personen langs de baan zijn vanuit de SLT sowieso onzichtbaar, dus je collega’s waarschuwen voor een mogelijke zelfdoding is ook onmogelijk geworden.

 

Welke schoonmaker zal hier inklimmen?

Tijdens mijn eerste ritje, had de treindienstleider wat problemen met de seinen rond Gouda. Ik reed steeds op geel sein naar Gouda Goverwelle. Als een machinist op geel rijdt, zal hij zich er steeds van vergewissen dat het volgende sein geen rood toont. Meestal doet hij dat door de sporen te tellen en te vergelijken met het aantal seinen dat er boven hangt. Ik rijd op het derde spoor van rechts, het derde sein van rechts staat veilig, ik kan veilig doorrijden. Een kind kan de was doen. In de SLT is sporen tellen er niet meer bij. Iets dat je niet ziet, kun je immers niet tellen. Als het spoor een bocht maakt, is dus vooraf niet te bepalen op welk sein je afrijdt. Gevolg: de rem gaat erop.

Voor zover ik weet is autorijden met binnenverlichting aan, levensgevaarlijk en verboden. Wat mij betreft mag de Inspectie van Verkeer en Waterstaat dit op het spoor ook zo snel mogelijk invoeren. Want het is toch vreemd dat er geen muziek in de cabine mag klinken omdat dat af zou leiden, terwijl je een machinist wel zijn zicht mag ontnemen. Een machinist die nota bene elke paar jaar gecontroleerd wordt op nachtblindheid.

 



 

Stad in angst

Het is stil op straat. Vanaf het spoor kijk ik naar beneden in vrijwel uitgestorven wijken. Waar mogelijk zijn rolluiken neergelaten. Anders heeft men de gordijnen dichtgetrokken of zie ik slechts het flakkerende beeld van een televisie in halfverduisterde kamers. Er waait een vreemde wind door de stad. Een wind van verandering, maar niet ten goede. De sfeer is dreigend. Een enkeling laat gehaast zijn hond uit. De riem in de ene hand, met de andere wordt de kraag van een jas stevig om de keel geknepen. De wandelaar kijkt behoedzaam om zich heen. De hond tilt af en toe zijn kop op om aan de lucht te snuiven. Het dier ruikt de spanning in de wind.
Ik rijd het volgende station binnen. Er staan nauwelijks mensen op de perrons. Men reist alleen als het strikt noodzakelijk is. Stapt in en uit zonder iets te zeggen en zonder geluid te maken. Pas als men thuis is achter de gesloten voordeur, kan er weer rustig ademgehaald worden. Een politiewagen draait een hoek om, op zoek naar het gevaar en klaar om op elk moment in actie te komen.
Boven de stad straalt Orion als een nachtwaker. Aan de kracht van het sterrenbeeld is niet te zien dat de winter op zijn retour is en de lente voor de deur staat. Er bewegen lichten in het duister van de hemel. Probeert men via de luchthaven de stad te ontvluchten of worden de straten vanaf grote hoogte in de gaten gehouden?
Ik kijk bedachtzaam rond als ik het laatste station nader. Maar ook hier staat niemand te wachten. Voor mij ligt slechts de verlaten polder. Is het de stilte voor de storm? Een stad die zijn adem inhoudt voor wat er binnenkort komen gaat? Of is het gewoon een koude zondagavond aan het einde van de winter en valt het met die stadscommando’s van Geert Wilders in Almere eigenlijk wel mee?

 

 

 

 

Soap

De soap over de OV-chipkaart is in volle gang en dat zal nog wel even zo doorgaan. Daarom heeft de NS besloten er een videofeuilleton van te maken: een soap!
Ik mag dat wel, deze vorm van zelfspot. Voor de serie is Maarten Spanjer weer eens van stal gehaald, die na zijn KPN-periode alleen nog in het schnabbelcircuit werkzaam was. Ook voormalig Flodder-onderdeurtje Horace Cohen, die tegenwoordig vaker het slachtoffer is in Gehaktdag dan de gast waarom het programma draait, speelt een rolletje mee.

Aardig detail is dat Jacques Huberts, directeur NS Reizigers een gastrol in de eerste aflevering heeft. Hij staat er wat stijfjes bij in zijn machinistenuniform, maar dat zal de nieuwigheid zijn. Bovendien prikken de pantalons nogal. Maar het is in ieder geval een directeur die zich op de werkvloer begeeft. Veel tekst hoefde hij niet te onthouden. Zou het zo’n slechte acteur zijn of heeft hij juist erg goed naar zijn voorbeeld gekeken? Een machinist is een echte behaviourist. Hij obeserveert, analyseert en neemt vervolgens de juiste beslissing. Een man van weinig woorden. Zeker geen persoon voor small-talk. Dat beeldt Huberts perfect uit.

De eerste aflevering eindigt nog met een kwinkslag van onze directeur. Op de vraag: ‘Ze zijn toch niet gek daar bij de directie?’ antwoordt hij met een peinzende zucht: ‘Nou…’
Is dat slechts humoristisch bedoeld of zit er meer achter? Ik krijg ook wel eens een reactie van iemand die hardop heeft moeten lachen om een van mijn schrijfsels. Dat ligt dan aan de vertelmanier, want alles wat ik schrijf is uiteindelijk autobiografisch en wel degelijk gemeend. Huberts heeft nog wat uit te leggen.

Woensdag 17 maart gaat overigens een nieuw hoofstuk uit de OV-chipsoap in premiere, maar dit keer niet via de NS-site. Het programma Labyrint laat zien hoe je de chipkaart moet kraken. Dat belooft nog wat voor de toekomst…

 


 

 

Des Duivels

In REVU nummer 10 van 10 maart 2010 - wat betekent 10-10-10? - beschrijft Maarten van Rossem de elite als ‘een vrij overzichtelijke groep in Nederland:

De abonnees van NRC, de Volkskrant en Trouw, de mensen die kijken naar NOVA, academisch geschoold, kennen het verschil tussen Mozart en Beethoven: je kunt ze zo uittekenen. De bovenkant van de Pauw & Witteman-kijkers, dus een man of 800.000, zo’n 5 procent van de bevolking.

Nu heb ik weleens een proefabonnement op NRC Next, zap ik zo nu en dan voorbij NOVA en zie ik geregeld de herhaling van Pauw & Witteman tijdens een nachtdienst. Ik heb diverse certificaten aan de Open Universiteit gehaald en hoewel dat niet direct tot een diploma heeft geleid, is de aanspreektitel van een machinist nog altijd: meester. De laatste keer dat ik Het Brabants Orkest zag, speelden ze Mozart, op 13 maart Beethoven. Ik mag mij dus met recht tot de elite van Van Rossem rekenen. Met opgeheven hoofd stapte ik zaterdagavond dan ook Muziekcentrum Frits Philips in Eindhoven binnen, niet wetend dat ik daar de geest van de duivel zou ontmoeten.

Lees hier het complete verslag.

 

 







< Terug naar week 10          Verder naar week 12 >



 

Machinistlog.nl | info@machinistlog.nl