Een paar jaar geleden heeft onder het perron van Eindhoven Beukenlaan een dakloze man gewoond. Hoewel men wist waar hij zich verborg, liet het Eindhovens treinpersoneel hem met rust. Hij lette zelf ook heel goed op waar en wanneer hij uit zijn schuilplaats tevoorschijn kwam. Ik heb in ieder geval nooit geschrokken reacties gehoord van collega’s uit andere standplaatsen die hem onverwacht over het spoor zagen kruipen. Net zo plotseling als hij was gekomen, is hij ook weer verdwenen. Of hij door bevoegde instanties verwijderd of uit eigen vrije wil is gegaan, weet ik niet. Hij leek tevreden met die krappe ruimte tussen het perron en de ballast. Iemand die met minimale middelen weet te overleven en domweg gelukkig is.
Hij deed me denken aan de oude filosoof Diogenes. Zoals bekend woonde deze in een ton - waarschijnlijk een Griekse amfora want de regenton was in die tijd nog niet uitgevonden - en bezat niet meer dan een bord, een beker en een mantel om zijn lichaam te bedekken. Toen hij een kind met zijn handen had zien eten en drinken, gooide hij ook zijn beker en bord weg, uitroepend: ‘Een kind is me in eenvoud van leven de baas gebleken.’ Als een hond dronk hij vanaf die dag uit de rivier. Dat is meteen een mogelijke verklaring voor de term cynisme als filosofische stroming. Kuoon is immers het Griekse woord voor hond.
Van oorsprong verafschuwden cynici alle vormen van bezit. Bovendien diende het individu alle banden met de samenleving te verbreken, zich van alle traditionele waarden en normen te bevrijden, om terug te keren naar de natuur. Als de natuur iets toestaat, kan geen wet of gewoonte verbieden. Dat verklaart het schaamteloze en choquerende gedrag van Diogenes in het openbaar. De bekendste anekdote over hem vertelt dat hij, terwijl hij op de markt stond te masturberen, tegen verontwaardigde omstanders zei: ‘Ach, was het ook maar mogelijk je honger te stillen door over je maag te wrijven.’
Noch door achterdocht, noch door vrees word ik gekweld, want ik ben bereid alle hinderlagen van het lot te ondergaan. Dwazen echter, die alles vrezen en voor alles achterdochtig zijn, leiden een leven in angst.
(Diogenes van Sinope)
Ook de machinist doet - op de koffie na - tijdens zijn dienst afstand van alle aardse genoegens. Stil sluit hij zich op in zijn cabine en laat wat er gebeuren moet over zich heen komen. Niemand om tegenaan te praten, zelfs geen muziekje op de achtergrond. Maar in tegenstelling tot Diogenes, levert dit de machinist zelden de ultieme vrijheid op. Integendeel! Zijn dienstkaartje bepaalt van minuut tot minuut waar hij zich dient te bevinden, waar hij even de benen mag strekken, zelfs waar en wanneer hij een sanitaire stop mag maken.
Logisch dat de machinist zich in de loop der jaren steeds meer tegen de leer van Diogenes is gaan verzetten. En ook de conducteur, voor de zoveelste keer bespuwd en vernederd door baldadige zwartrijders, voelt er steeds minder voor alle hinderlagen van het lot lijdzaam te ondergaan. En zo is in de laatste twee decennia de betekenis van het woord cynisme langzaam veranderd van een onderdanig, honds leven, in de meest sombere kijk op het bestaan. Alles wat fout kan gaan, gaat ook fout. De mens is per definitie kwaadaardig en uiteindelijk loopt het met ons allemaal even slecht af. Zinloos je daartegen te verzetten.
En toch…
Elke keer als ik voorbij Eindhoven Beukenlaan rijd, kijk ik opnieuw even onder het perron in de hoop een glimp van een filosoof-in-de-regenton op te vangen.
Deze Diogenes van Eindhoven Beukenlaan inspireerde dichter Ivar Wakker tot de volgende regels:
Diogenes
Eindhoven heeft Zijn filosoof gekend Hij woonde in een doos Tussen de rails Heen en terug Hij had genoeg Aan zichzelf En wat de natuur Hem bood Dronk water uit de hemel En knaagde op Randjes van ideeën Bij twijfel Werd het donker Om hem heen Totdat hij het wist: Daar ging hem Een licht op! Het is duister Waar hij gebleven is Wellicht Heeft hij Zijn leven Op de rails gekregen En is hij Op weg gegaan…
Kijk ook eens op de website Wakkers Gedichten voor meer prachtige, betekenisvolle poëzie van deze Zwolse dichter.
De kleine treinreiziger droomde ervan eens in zijn leven God te ontmoeten. Hij besefte dat het een verre reis zou worden, dus stopte hij zijn rugzak vol met koekjes en pakjes sap. Zo ging hij op weg naar het station. Te voet, want geld voor de bus had hij niet. Op het perron aangekomen, moest hij nog tien minuten wachten op de trein die hem het verste weg zou brengen. Hij ging op een bankje zitten, naast een oude vrouw die wat somber naar een paar duiven staarde. De kleine treinreiziger deed zijn rugzak open en haalde er wat te drinken uit. Toen viel het hem op dat de oude vrouw er hongerig uitzag. Daarom bood hij haar een koekje aan. Ze nam het dankbaar aan en glimlachte naar hem. Een glimlach die zo betoverend werkte dat hij die nog eens moest zien en dus hij gaf haar ook een pakje sap. Opnieuw lachte de vrouw haar tanden bloot. De kleine treinreiziger was helemaal vertederd en verrukt. Treinen kwamen en gingen, maar de jongen en de vrouw bleven de hele middag op het bankje op het perron zitten. Ze aten, dronken en glimlachten, maar er werd geen woord gewisseld.
Toen het begon te schemeren, voelde de jonge treinreiziger de vermoeidheid door zijn kleine lichaam trekken. Hij stond op om naar huis te gaan. Maar na een paar stappen draaide hij zich om, rende terug naar de oude vrouw en omhelsde haar heel stevig. Voor de laatste maal schonk ze hem die stralende lach.
Toen de kleine treinreiziger even later thuis kwam, verbaasde zijn moeder zich over de vreugde die over zijn altijd wat peinzende gezicht lag en ze vroeg: ‘Wat heb jij vandaag uitgevoerd dat je zo blij bent?’ De jongen antwoordde: ‘Ik heb met God gepicknickt.’ En voor zijn moeder daarop iets kon zeggen, vervolgde hij: ‘En weet je, zij had de mooiste glimlach die ik ooit gezien heb!’
Intussen was ook de oude vrouw stralend van vreugde thuisgekomen. Haar zoon was verbluft toen hij de vredige uitdrukking op haar gezicht ontwaarde. ‘Moeder, wat heb jij vandaag beleefd, dat je zo gelukkig maakt?’ Ze antwoordde: ‘Ik wilde vandaag een laatste verre treinreis gaan maken. Maar op het perron heb ik koekjes gegeten met God. En weet je, hij is veel jonger dan ik dacht.’
***
De bron van dit eeuwenoude verhaal - hier in iets gewijzigde vorm genoteerd - heb ik niet kunnen achterhalen. Wel dat het dit jaar in diverse parochies gebruikt wordt als onderdeel van de Paasviering. Zoals in Moergestel en Overloon.
***
Treinreis naar God
Ik ontmoette Hem Terloops op een station Waar ik eigenlijk Niet moest zijn Er was niemand Die op mij wachtte Ik was er eigenlijk Nog niet Moest beslist Nog een stuk verder Hij hielp me Uit de trein En leidde me naar Een ander perron Om verder te komen Moest ik eerst Weer terug De hulp kwam van boven Gebracht door die man Hij wenste me: “Prettige reis verder” Ik glimlachte terug Maar ik zou er komen Al was het wat later
De Finse violist Pekka Kuusisto (*1976) is behalve een begenadigd solist in klassieke muziek, ook een meesterlijk improvisator in jazz en cross-over. Bovendien schuwt hij het gebruik van elektronica en effect-apparatuur niet. Op zondag 16 april 2011 gaf hij in Muziekgebouw Frits Philips Eindhoven een masterclass.
De eerste gelukkige die haar vioolspel mocht laten beoordelen was Aleksandra Stadniczenko, een van oorsprong Poolse studente aan het conservatorium van Maastricht. Ze speelde een zuivere, duidelijk geaccentueerde, door piano begeleidde uitvoering van Meditation van Tsjaikovski. Kuusisto had duidelijk moeite zijn bezwaren tegen het spel van Stadniczenko onder woorden te brengen. Het kwam erop neer dat hij minder articulatie en dynamiek van papier wilde horen en meer van het gevoel dat de uitvoerder zelf bij het werk had. De titel van het werk doet immers vermoeden dat het gaat om introspectie, je zit in de knoop met jezelf en je wil die knoop ontrafelen. Toen hij goed naar de partituur keek moest Kuusistio lachend bekennen dat Tsjaikovski zelf bij het componeren wel heel erg met zichzelf in de knoei moest hebben gezeten.
Hoewel Aleksandra begreep wat de jonge Fin bedoelde, lukte het haar nauwelijks de noten en vooral de aanwijzingen daarbij van papier los te laten. Kuusisto probeerde haar over te halen meer tijd te gaan besteden aan improvisatie. Verplaats je eens in de componist van dit werk en probeer op een andere manier te zeggen wat deze bedoelde. Gebruik je viool alsof het je stem is. Denk in klanken, praat met muziek. Ik denk dat het een leerzame middag was voor Stadniczenko en een fantastische ontmoeting met een aimabele Fin, maar dat ze nog een lange weg moet afleggen wil ze zich van orkestmuzikant naar zelfverzekerde, eigenwijze solist ontwikkelen.
De tweede kandidate, Pauline Koning, was een ervaren violiste met een gemengd repertoire die diverse eigen ensembles onder haar hoede heeft. Ze heeft onder andere opgetreden met het Kyteman’s Hip Hop Orkest en met Metropole Orkest. Ze kwam eigenlijk alleen om feedback te krijgen op haar improvisaties omdat ze die nu alleen kreeg van jazzmusici. De spraken echter altijd in termen van akkoorden en akkoordschema’s en daar had ze als melodie spelende violiste geen kaas van gegeten.
Kuusisto wilde echter niet zomaar in het wilde weg wat gaan improviseren en vroeg haar als basis een stukje uit het klassieke repertoire voor te spelen. Koning speelde enkele maten uit het vioolconcert van Mendelssohn, maar moest tot haar schaamte toegeven dat ze niet goed uit haar hoofd kon spelen. Gelukkig had de Fin een ruim assortiment uit zijn speelgoedverzameling meegenomen - zijn eigen woorden, niet denigrerend bedoeld van mijn kant - zodat Pauline Koning haar tijd naar voldoening vol kan maken met een klankfestijn dat haar eigen fantasie te boven ging. Van echte feedback op improvisaties kwam niet veel terecht. Zonder stevige - lees: klassieke - basis bleef het leuk experimenteren met technische vooruitgang. Hierbij stal Pekka Kuusisto zelf de show met zijn variaties op een Fins volksliedje, inderdaad: improvisaties met een stevige basis. Pauline Koning straalde toen ze de elektrische viool even mocht bespelen.
De belangrijkste les voor zowel beide violisten als het handjevol toeschouwers in de zaal, moet geweest zijn dat je niet kunt improviseren zonder gedegen technische en theoretische basis, maar dat je pas echt kunt musiceren als je zo ver bent dat je die basis los durft te laten zonder bang te hoeven zijn het begeleidende orkest - er stond slechts een piano maar Kuusisto sprak steeds over het orkest - van je te vervreemden. Echte improvisatie is vrijheid nemen binnen bepaalde grenzen. Als je die grenzen niet respecteert wordt het een zelfbedacht kunstje, waarmee je weliswaar een carrière kunt opbouwen, maar dat je voor altijd als zonderling op een zijspoor zet.
Ik zie dagelijks mensen die niet kunnen of willen improviseren. Een machinist die als misdadiger door de Inspectie Verkeer en Waterstaat van de trein wordt gehaald omdat hij zijn portefeuille met daarin zijn rijbevoegdheidsbewijs is vergeten. De trein loopt vervolgens drie kwartier vertraging op terwijl de identiteit en bevoegdheid van de man ook op een andere manier vastgesteld hadden kunnen worden, zonder vertraging voor de reizigers.
Op carnavalszaterdag reed ik een trein met voornamelijk dronken feestvierders. De hoofdconducteur zat volledig over haar toeren bij mij voorin. De reizigers hadden de trein overgenomen en deden in de overvolle SLT alles wat volgens de reisregels nu juist niet was toegestaan. Het lukte deze hc niet zich over het feit heen te zetten dat ze de controle over de trein kwijt was. Als chef van de trein was ze gekomen, als chef van de trein zou ze naar huis gaan. Ze kon de regels niet vrijer interpreteren, niet improviseren op haar voorgeschreven muziek. Nu was het de vraag wie als eerste door zou slaan en daarmee werd het ook voor mij een zenuwslopende rit.
De andere kant is zo mogelijk nog gevaarlijker: improviseren zonder basis. Marion Gout, de nieuwe directeur van ProRail kreeg een golf van kritiek over zich heen toen ze in een interview met NRC Handelsblad duidelijk maakte dat de reiziger haar niets interesseerde. Ze was aangenomen om 70 miljoen te bezuinigen en aan die opdracht zou ze zich houden. Ze deed geen enkele moeite enige affiniteit met het spoor of openbaar vervoer te tonen. Ze had altijd al de beschikking gehad over een auto met chauffeur. Logisch dat de kleinerende uitspraken van deze mevrouw zowel personeel als klant van NS en ProRail in het verkeerde keelgat schoten. Zoals Pekka Kuusisto al zei: Improviseren zonder basis is een aangeleerd kunstje, maar het zal nooit muziek worden.
Helaas vormt de directrice van ProRail geen uitzondering. Als je een managementopleiding hebt gevolgd, kun je zonder problemen instromen bij welk bedrijf dan ook. Nadeel van deze beroepsmanagers is dat ze voortdurend het wiel opnieuw willen uitvinden, vaak zonder het bedrijf eerst door en door te leren kennen. Niet zelden leidt dat tot onrust en geldverslindende blunders. Denk aan de aanschaf van de nieuwe sprinters SLT. Ik denk niet dat alle kinderziektes voorkomen hadden kunnen worden, maar als er bij de aanschaf geluisterd was naar opmerkingen van het rijdend personeel - de enige echte deskundigen op het gebied van het rijden van een trein - hadden veel missers niet achteraf hersteld hoeven worden, zouden er tientallen miljoenen bespaard zijn en hadden de nieuwe treinstellen waarschijnlijk al veel eerder gereden.
Bij de NS werken heel veel mensen in heel veel verschillende functies. Behalve de gemeenschappelijke 'klant', hebben al die functies een andere basis. Aan die basisopleiding wordt elk jaar opnieuw, middels herinstructies, werkoverleg en cursussen, veel tijd besteed. Maar laat het personeel ook eens improviseren en luister naar die improvisaties. Het maakt de muziek gevarieerder en kan zo veel toevoegen aan de basismelodie. Neem ze desnoods op band op en laat ze op je inwerken. En doe er dan iets mee! Pas dan benutten we de volledige capaciteit, vakmanschap én door ervaring verworven inzichten en kunnen we sporen zoals Pekka Kuusisto musiceert.
Het heeft iets langer geduurd dan gepland, maar dat komt omdat ik op het punt heb gestaan mijn computer van vier hoog van het balkon te gooien. Dinsdag ben ik vier uur bezig geweest mijn website te updaten, en toen was ineens alles weg. Had iets te maken met 64-bits en 32-bits verwerking van Uitzending Gemist in Firefox. Geen idee wat het allemaal precies betekent, maar het heeft me wel weer duidelijk gemaakt dat je af en toe je werk moet opslaan voordat je gaat experimenteren.
Gisteren is er ook niets van gekomen omdat er allemaal vervelende familie rondliep die ik niet uitgenodigd had. Ondanks mijn aandringen zijn ze de hele dag blijven hangen omdat ik zogenaamd jarig zou zijn.
Maar goed, je eerste drie filosofie-gedichten staan nu eindelijk op mijn website: http://bit.ly/dQJ9HV. Ik ga de overige zeker ook nog gebruiken, maar ik weet nog niet precies wanneer en waarbij. Ik kom nog bij je terug voor werk over - al dan niet zelfverkozen - eenzaamheid en Diogenes, de filosoof in de regenton. Maar ik moet vandaag nog gaan werken, dus dat zal vrijdag of in het weekend worden.
Alvast bedankt tot zover en filosofeer ze in april!
Groetjes, Geert.
Eenzaamheid
Ik ontvlucht de nabijheid der mensen niet, maar het is de eeuwige verre afstand tussen mens en mens die mij in de eenzaamheid drijft.
Is er een betere uitspraak denkbaar om de eenzaamheid van de machinist te beschrijven dan dit citaat van Friedrich Nietzsche? Ik weet Nietzsches ‘verre afstand’ steeds weer te overbruggen, maar het lukt me telkens niet om aan de andere kant contact te leggen omdat daar de volgende groep reizigers alweer staat te wachten hun eigen afstand tot de medemens te bekorten. Gelukkig is het in mijn geval een zelfverkozen eenzaamheid. Ik weet me geen raad als ik gedwongen wordt langere tijd op één en dezelfde plaats te blijven. Eenzaamheid is ook een vlucht. Gelukkig kan ik hoop putten uit een citaat van de Franse literair criticus en dramaturg Etienne Rey:
De eenzaamheid is het vaderland der grote geesten.
Woensdag 13 april, heel toevallig mijn verjaardag, deed ik samen met mijn moeder boodschappen in een grote supermarkt. Toen we op de zuivelafdeling stonden, parkeerde een oude, krom over haar levensmiddelen gebogen vrouw haar winkelwagentje pal naast mijn moeder en vroeg haar iets over de in de koelvitrine uitgestalde waren. De oude vrouw zat blijkbaar dringend om een praatje verlegen, want ik hoorde haar tegen mijn moeder vertellen dat ze op woensdag altijd met haar dochter boodschappen ging doen omdat dat de enige dag was dat deze tijd voor haar had. Hoewel ik zeker wist dat het woensdag was, was die dochter echter in geen velden of wegen tussen groenten en fruit te bekennen. In de woorden van de Vlaamse dichter Clem Schouwenaars, bleek mijn moeder even een klaproos tussen het puin:
In de grootste eenzaamheid wordt zelfs een nutteloze stem belangrijk. Een bloem op de puinhopen, een klaproos tussen al dat grauw.
De oude vrouw kwam de volgende twintig minuten nog diverse keren toevallig op mijn moeders pad en het viel me op dat de sombere stand van haar mond was veranderd in een glimlach en ze haar wagentje met rechte rug voortduwde. Niet alle eenzaamheid is van het door filosofen bejubelde soort. Of zoals de Franse cartograaf Joseph Roux het uitdrukte:
Zoals er zowel goed als slecht gezelschap is, zo is er ook zowel goede als slechte eenzaamheid.
Voorlopig beschouw ik mijn eigen eenzaamheid maar als een warme pantoffel, hoewel ik dat type schoeisel eigenlijk nooit draag. Maar zo kan ik tenminste luchtig en enigszins absurdistisch afsluiten met de beroemde Belgische filosoof Kamagurka:
Eenzaamheid is als een pantoffel op een verlaten naaktstrand.
Ja, ja. De filosofie…
Eenzaamheid?
De machinist Bevond zich Op een plekje apart Afgezonderd Bracht hij De passagiers Van station Naar station Het werd Steeds drukker Tot het eindpunt en… Iedereen verdween Kon hij Zonder anderen Wel terug? Hoe eenzaam Kon je zijn.