Reizigers in 2012

Week 27

 

In de naam van de vader

 

Mijn vader en ik zijn beiden nooit grote praters geweest. Zelfs toen het emfyseem driekwart van zijn longen had lamgelegd, werden onze gesprekken nooit persoonlijk. Ook niet in het ziekenhuis, waarin hij met steeds kortere intervallen werd opgenomen.

Voor hun veertigste trouwdag namen mijn ouders het hele gezin mee naar een vakantiepark in Vaals. Mijn vader verborg dapper dat een nieuwe longontsteking zich aandiende en deed zoveel mogelijk mee. Op donderdagmiddag, terwijl de rest van de familie Valkenburg aan het verkennen was, vroeg hij me of ik zin had een tochtje te gaan maken langs een paar dorpen in Zuid-Limburg. Hij had een route uitgestippeld in wat ik nog steeds zijn Bijbel noem: een tientallen jaren oud exemplaar van Het Beste Boek van de weg. Ik hielp mijn vader vanuit zijn rolstoel de auto in en we reden het park af. Via smalle bergweggetjes reden we naar Vijlen, Mechelen, Wahlwiller en Nijswiller. Af en toe stapte ik uit om een foto van het uitzicht of van een oud kerkje te maken.
 

Al die tijd hing er een bijna onwerkelijke spanning in de auto, alsof deze tocht een veel grotere betekenis had dan slechts een toeristisch ritje. Maar beiden hielden we zorgvuldig onze dekking gesloten zodat woorden geen kans kregen. Pas helemaal op de terugweg, en ik kan de pijl op het wegdek nog aanwijzen waar het gebeurde, zei mijn vader vanuit het niets: ‘Voor je moeder wordt in ieder geval gezorgd.’ Ik ging ervan uit dat hij daarmee doelde op de onlangs gesloten hypotheekconstructie die mijn ouders ten minste twintig jaar lang een uitkering zou bezorgen. Ik wist geen antwoord te geven op deze opening van mijn vader en het werd weer stil in de auto.

De volgende morgen was mijn vader niet eens meer in staat zijn armen op te tillen. Met spoed werd hij per ambulance vervoerd naar het Atrium in Heerlen waar hij een maand moest blijven voordat zijn lichamelijke conditie het toeliet hem – eveneens per ambulance – naar een ziekenhuis in Eindhoven te transporteren. Daar is hij een paar maanden later, zonder dat er iemand bij was, eenzaam aan een longbloeding overleden.

Hoewel er binnen de familie nog altijd over dat laatste autoritje wordt gesproken, weet niemand precies wat er die middag is gebeurd. Ik vertel er ook niets over, ik zou het toch niet kunnen verklaren. Wel ben ik steeds meer naar mijn moeder toegegroeid. Niet dat we diepzinnige gesprekken hebben, daarvoor lijk ik te veel op mijn vader, maar we gaan samen op vakantie, bezoeken musea en gaan naar het theater. Mijn moeder accepteert daarbij mijn gesloten karakter en de lange stiltes die soms kunnen vallen. Als mijn vaders laatste woorden in de auto als verzoek waren bedoeld, dan probeer ik daaraan te voldoen. In die zin lijkt dat ritje zijn betekenis te hebben gehad.

En toch, soms, midden in de nacht, als de tijd andere wetten hanteert, schrik ik wakker met een bedrukt gevoel op mijn borst. Radeloos besef ik dat ik een onherstelbare fout heb gemaakt. Dan kan ik de aandrang nauwelijks weerstaan om hardop om mijn vader te schreeuwen. Geef me alsjeblieft een teken dat je er nog bent. Geef me een kans om te praten, om afscheid te nemen. Wat wilde je vijf jaar geleden in die auto nou echt zeggen? Pas als ik weer wat rustiger word vertrouw ik hem toe: maar voor mijn moeder wordt in ieder geval gezorgd. Dankzij jou en je Bijbel.

Dit verhaal is gepubliceerd op blz. 60 van het zomernummer van Vrij Nederland. Nr. 26/27, 3 juli 2010, jaargang 71. De muziek is van Antony & The Johnsons, een fragment uit Rapture. Heeft het ook nog iets met treinen te maken? Jawel, onderstaande stoomtrein is de laatste trein geweest waarin mijn vader een ritje heeft gemaakt. Maar het vertelt natuurlijk vooral iets over de machinist. Diep in zijn hart, was mijn vader dat ook.
 


 

Red de Postbode

Jazz II

 

In mijn column van vorige week schreef ik dat de jazz een beetje van het spoor verdwenen was. Dat is natuurlijk niet alleen bij de NS het geval. Sinds de marktwerking heilig werd verklaard, is de muziek uit veel bedrijven verdwenen. Letterlijk. Denk alleen al aan TNT. Het vak van postbode, ooit door een beroemde schaatser nog als hoogst haalbare vereerd, bestaat binnenkort niet meer. Postbestellen wordt een bijbaantje. Een extraatje waar je niet van kunt leven.

Dat in TNT vroeger muziek zat, weet ik nog heel goed. Meer dan vijftien jaar heb ik me met hart en ziel ingezet voor de Eindhovense PTT-harmonie. Mijn vader werkte bij de afdeling Telefonie, en huisgenoten telden als volwaardig lid mee. Met het verzelfstandigen van het bedrijf en de verkoop van het postgedeelte werd dat anders. Er moesten grote concessies aan kwaliteit en muzikale inhoud worden gedaan. KPN trok zich terug als sponsor waardoor goede concertlocaties onbetaalbaar werden. Ik vraag me af of er voor een TNT-harmonie nog wel een toekomst is als er 15.000 mensen bij het bedrijf ontslagen worden.

Niet alleen TNT zorgt hiermee voor een stuk cultuurverlies. Philips deed dat al eerder. Vrijwel het hele culturele leven in Eindhoven werd vroeger bepaald door Philips. Als sponsor van tientallen verenigingen en eigenaar van het Philips Ontspannings Centrum (POC), een prachtige concert- en theaterzaal en expositieruimte. Toen het POC werd gesloten, bleef alleen de stadsschouwburg over. Het heeft tientallen jaren geduurd voor Eindhoven een beetje over het verlies van Philips heen was. En nog steeds heeft het Beursgebouw lang niet de allure die het POC ooit had.

Helaas zal het nog wel even zo door gaan. Hoewel er tegenwoordig iets minder magische krachten aan worden toebedeeld dan voorheen, zal marktwerking ons leven de komende tijd wel blijven bepalen. In Limburg rijden treinen van Veolia omdat ze goedkoper diensten kunnen leveren dan de NS. Daarbij dient dan wel aangetekend te worden dat Veolia zonder conducteur rijdt. Wrang is in dit geval dat op het prikbord in het personeelsverblijf in Amsterdam brieven hangen van schoolkinderen die geschopt, geslagen en bedreigd worden op de Flevolijn tussen Amsterdam en Lelystad. Kinderen die elke dag bang zijn om naar school te gaan. De enige oplossing zou zijn: meer personeel op de trein. Maar in 2015 wordt het hoofdspoornet in Nederland aanbesteed. Waar zal dan de voorkeur naar uitgaan? De maatschappij die het goedkoopste levert of de maatschappij die met driemaal zoveel personeel op de trein het veiligste voor de reizigers is? Als Konig marktwerking tegen die tijd nog net zo vast op zijn troon zit als nu, vrees ik het ergste.
 

Overigens maak ik me over het vak als machinist ook geen enkele illusie. In De Technologiekrant stond onlangs een artikel over de toekomst van het spoor. De rails zaten daarin onder de trein gemonteerd, de wielen op grote portalen die hoog boven de grond stonden. Zeer energiezuinig en veilig. En perfect te rijden zonder personeel, alleen om de zoveel kilometer een controlepost. Gelukkig kost het een waar vermogen om het bestaande spoor te vervangen door nieuwe technologie en dat zal de eerste decennia dus ook niet grootschalig gebeuren. Maar over (minder dan) een eeuw zal de aanspreektitel ‘meester’ nog uitsluitend voorbehouden zijn aan juristen. De machinist staat dan op jaarmarkten naast de mandenmaker, de hoefsmid en de middeleeuwse beul, nostalgisch over zijn beroep te vertellen.

Gelukkig houd ik voor noodgevallen een speciaal koffertje achter de hand. Hoewel ik hem al jaren nauwelijks gebruikt heb, worden de buizen beschermd door een flinke laag vaseline en bewegen de ventielen nog net soepel in de olie als tien jaar geleden. Ik kan altijd terugvallen op mijn trompet. Want, zoals ik ook de vorige keer eindigde: je kunt de muziek wel weren uit de cabine, maar de jazz niet uit de machinist. Nooit.

 

ENKA, vanaf het spoor bij Ede-Wageningen   Klik op de afbeelding voor een vergroting.

Een bedrijf dat zijn cultuur verloren heeft.

 

De holle gevel van de marktwerking.

 

 


 

 

Begin van het einde

 

Jaren geleden zag ik een optreden van het Willem Breuker Kollektief tijdens het North Sea Jazz Festival in Den Haag. Bij binnenkomst was het al druk in de zaal. Geen stoeltjes, enkel staanplaatsen. Daardoor kon eigenlijk alleen het publiek dicht bij het podium iets zien. Maar Breuker persoonlijk maakte er korte metten mee. Het concert begon niet voordat iedereen op de grond zat. Aanvankelijk klonk er nog wat gegrom uit de zaal, zittend zou iedereen immers meer ruimte innemen, maar Breuker hield voet bij stuk. Uiteindelijk zakte het volk massaal door de knieën en kon iedereen genieten van een bijzonder spektakel. Ik herinner me nog dat tijdens een Frans melodietje het voltallig Kollektief opkwam met een alpinopetje op en een stokbrood onder de arm. Groot was de consternatie toen Willem een solo gaf op een casio-instrumentje en er zelfs geluid uit kreeg zonder erop te blazen, of toen hij een trombone pardoes in tweeën trok.

Hetzelfde ik-publiek was ook aanwezig tijdens Kamermuziek in het groen, zondag 27 juni 2010 in het Stadswandelpark in Eindhoven. Helaas had Carel Kraayenhof niet het postuur van een Willem Breuker en konden dus alleen de voorste rijen iets van zijn optreden zien. Ik heb nog wel een plaatje van hem kunnen schieten bij de cd-verkoop, waar hij rustig een ijsje stond te eten. Erg veel handtekeningenjagers waren niet op hem afgekomen.
 

Kamermuziek in het groen is al enkele jaren zowel een afsluiting als een begin in Eindhoven. De afsluiting van een muzikaal seizoen in het Muziekcentrum met artiesten die het volgend seizoen - dan in het Muziekgebouw - weer zullen optreden. ‘Het Collectief’ - niet dat van Willem Breuker - speelde enkele werken van componisten uit de Tweede Weense School. Ik zie hen volgend seizoen opnieuw in de serie Scherpdenkers. Harpiste Lavinia Meijer was de enige die moeite had een fan van zich weg te houden. ‘Mag ik jou een tip geven voor als je weer eens een verre reis maakt?’ zo begon hij tegen haar. Wat volgde was een heel verhaal over de totaal mislukte bestrijding van muggen in de Verenigde Staten met een levensgevaarlijk middel. Een mengeling van een horrorverhaal en een complottheorie. De muzikante bleef vriendelijk lachen maar wist duidelijk niet wat ze met de man aan moest. Maar kun je van een harpiste dan verwachten dat ze geïnteresseerd is in de bestrijding van insecten, alleen omdat ze het werk Mosquito Massacre van componist Paul Patterson heeft uitgevoerd? Ik heb haar maar van haar belager verlost door een cd te kopen en die door haar te laten signeren.


 

Opvallende nieuwkomer dit jaar was de Jong Talentklas van het Centrum voor de Kunsten Eindhoven (CKE). Ik heb zelf lang geleden in diverse orkestjes van de muziekschool gespeeld, maar toen was er nooit iets op dit niveau. Eindelijk wordt cultuur ook in Eindhoven weer serieus genomen. Ondanks het warme weer en het feit dat er in een tent werd gespeeld, viel zelfs op de stemming niets aan te merken. Jammer alleen dat deze jonge talenten helemaal aan het eind van de middag waren gepland. Om 17:15 uur waren veel mensen alweer op weg naar huis. Helaas was toen ook de geheugenkaart van mijn camera vol, zodat ik alleen beelden heb van het eerste en een heel klein stukje van het tweede optreden. Ik hoop dat het CKE volgend jaar een betere plaats toebedeeld krijgt, want jong talent is er in Eindhoven zeker aanwezig.
 


 

Zoals gezegd luidt Kamermuziek in het groen ook een periode van stilte in. Geen voorstellingen in Muziekgebouw of Parktheater tot september. Ontwenningsverschijnselen dus. Maar hopelijk - en dat weet ik eigenlijk wel zeker - wordt het een stilte voor de storm.
 




< Terug naar week 26       Verder naar week 28/29 >




 

Machinistlog.nl | info@machinistlog.nl