De trein rijdt! Het is onze eigen schuld. We hebben er zelf om gevraagd. We hebben Koning Winter tot het uiterste getergd met ons geklaag over de opwarming van de aarde. Nu heeft hij wraak genomen. En daar hadden we niet op gerekend. Sneeuw zien we uitsluitend nog tijdens de wintersport. Hoe ga je daar op het spoor ook alweer mee om?
En dus lag het treinverkeer vrijwel stil. Tot verbazing en misschien zelfs wel een beetje leedvermaak van de landen om ons heen. Nou begrijp ik best dat hevige sneeuwval problemen kan veroorzaken. Ik heb ploegen met gasbranders wissels ijsvrij zien maken, midden op het Centraal station van Utrecht, om begrip bij de reizigers te kweken. Maar zelfs toen het dooide en er weinig aan de hand leek, reed slechts vijftien procent van de treinen. Hoewel we personeel en materieel genoeg klaar hadden staan en de toestand van het spoor het toeliet, werden te korte treinen niet verlengd en werden er ook geen extra treinen ingelegd. Schijnbaar durfde niemand de beslissing te nemen een ruimere dienstregeling te gaan rijden, bang om daarmee de verantwoordelijke te worden als er toch iets fout zou gaan.
In 1961 beloofde president John F. Kennedy de Amerikanen dat ze vóór het eind van het decennium een man op de maan zouden hebben. Een groot struikelblok daarbij was de vraag of er stof lag op de maan. De helft van de wetenschappers dacht dat een maanlanding onmogelijk was omdat de maanlander in een metersdikke laag stof weg zou zakken. Er mocht geen risico genomen worden. Een aap of een hond kon je nog wel aan zijn lot overlaten, met mensen lag dat toch wat gevoeliger. Uiteindelijk gaf raketdeskundige Wernher von Braun de wetenschappers nog één uur de tijd tot een beslissing te komen. Toen ze er na dat uur nog niet uit waren schreef hij op een stuk papier: Er ligt geen stof op de maan! Het Apollo-programma kon daarmee doorgaan. Hij bleek gelijk te hebben.
Zo iemand kunnen we bij het spoor ook gebruiken. Een ijskoud persoon die bij min tien nog zonder muts naar het werk fietst. Die zonder handschoenen over het perron loopt en niet klaagt als de verwarming een keer niet werkt. Iemand die onaagekondigd een vergadering van besluitvormers op hoog niveau binnenloopt en zonder een woord te zeggen op een stuk papier schrijft: De trein rijdt!
***
Deze column is tevens gepubliceerd in Ons kent oNSvan januari 2010. De muziek is van Antony and The Johnsons: Dust and water van de cd The crying light.
Nog even de winter verlengen:
Een wintervertelling
- Mama, mama, mag ik al naar beneden? - Nog even wachten tot je wat groter bent, jongen. - Waarom, mama? - Dan gaan we allemaal samen en heb je er veel meer plezier van. - Duurt het nog lang, mama? - Niet lang meer, het wordt al kouder. - Waarom moet het koud zijn, mama? - Als het koud genoeg is, verander je in een fonkelend ijskristal. En samen met je broertjes en zusjes, word je dan sneeuw. - Wat is sneeuw, mama? - Sneeuw is een prachtige deken die het hele landschap wit kleurt. - Ik begin het al koud te krijgen, mama. - Houd de anderen dan maar goed vast. We laten ons vallen. - We zweven, mama! - Ja jongen, geniet er maar van. - Wat zijn die strepen daar beneden, mama? - Dat is het spoor. Zie je daar die grote, gele slinger? Dat is een trein. Die rijdt over het spoor. - Gaan we daar naartoe, mama? - Ja, maar let op! Zie je die kale plekken? Dat is wisselverwarming. Daar moet je niet neerkomen, want dan is het feest voorbij. Dan smelt je meteen. - Waar gaan we dan heen, mama? - Het mooiste is om precies op de trein te landen. Die neemt je dan mee door het hele land. En als we genoeg gezien hebben, laten we ons gezamenlijk in de wissels vallen. Dan kunnen die treinen niet meer rijden. - Wow, kan ik daar als druppeltje water voor zorgen? - Zo sterk kun je zijn, jongen. - Maar hoe weet jij dat allemaal, mama? - Ik heb het al vaak meegemaakt. Als het warm wordt, smelten we. Dan stromen we allemaal naar de zee en slapen heel lang. Als de Zonnekoning ons weer wakker maakt, gaan we naar de hemel. Daar begint alles opnieuw. Reïncarnatie heet dat. - Oh, wat mooi, mama. Maar vinden die treinen dat dan niet erg? - Verschrikkelijk! Maar of ze het ooit van ons zullen winnen…
Zonsverduistering
10 januari, een reuze gezellige bookcrossersmeeting in Best. Zoals gebruikelijk nam ik weer veel meer boeken meer naar huis dan aanvankelijk de bedoeling was. Terwijl ik deze via het internet aan het melden was, trof ik een verstekeling in mijn tas aan.
- Hé, hoe ben jij in mijn tas terecht gekomen? - Je hebt me er zelf in gedaan. - Een boek over een zonsverduistering uit 1999? Dat lijkt me sterk. - Misschien heeft iemand anders me in jouw tas gestopt. - Waarom zou iemand dat doen? Je gaat direct weer de straat op! - Nee, niet doen! - Geef me één goede reden. - Heb je ooit gehoord van serendipiteit? - Serendipiteit? - De gave om door toevalligheden en intelligentie iets te ontdekken waar je niet naar op zoek was? - Dus jij bevat mogelijk verborgen geheimen? - Er gebeuren vreemdere dingen…
Dat verborgen geheim bleek later een eclipsbrilletje te zijn. In ieder geval handig voor de volgende zonsverduistering. Het boek vermeldt op de voorkant zelf al wanneer die plaats zal vinden: in 2081. Als ik die nog me zou mogen maken, is dat zeker goed nieuws. Dan ben ik zal zo oud dat ik mijn leeftijd niet eens meer uit kan rekenen. Maar het woord ‘zonsverduistering’ roept – behalve voor astronomen – toch voornamelijk donkere associaties op. Ik ben benieuwd wat ik door toeval en intelligentie nog ga ontdekken.
Tot zover voorlopig (?) de winterse weersomstandigheden en astronomische uitspattingen. Van mij had de sneeuw nog best even mogen blijven liggen. Dat leidt in ieder geval niet tot een bore-out, met kans op hartklachten of een andere vorm van biologische oorlogsvoering.