Sinds kort zijn in de metro in Londen opmerkelijke omroepberichten te horen. Machinisten citeren beroemde denkers en filosofen. Een project van de kunstenaar Jeremy Deller. Hij heeft er wel op aangedrongen rekening te houden met de plaats waar ze een filosofische tekst uitspreken. De hel, dat zijn de anderen, van de Franse filosoof Jean-Paul Sartre is misschien minder geschikt als de trein vastzit in een tunnel. Er is meer in het leven dan het verhogen van de snelheid, van Mahatma Gandhi, kan in tal van situaties uitkomst bieden.
Het lijkt me een fantastisch project en ik kan bijna niet wachten op een Nederlandse pilot. Wat te denken van de volgende uitspraak van Indiase spiritueel Krishnamurti: Geweld is niet alleen moord en doodslag. Ook een scherp woord is geweld, een gebaar om een persoon af te doen als waardeloos is geweld, gehoorzaamheid uit angst is geweld.
Uit ‘De kunst van het oorlogvoeren’ van de Chinese krijgsheer Sun Tzu: Als we de bomen zien bewegen, is de vijand in aantocht. Geschreven in de vierde eeuw voor onze jaartelling en dus waarschijnlijk niet voor het spoor bedoeld, maar minstens zo duidelijk als Wacht tot het rode licht gedoofd is.
Waarschijnlijk zal ik me niet kunnen beheersen en ook iets van mezelf toevoegen: De machinist leidt, maar wie leidt de machinist? Welbeschouwd de kern van de filosofie. Maar ik zou toch beginnen met William van Ockham: Verdedig mij met het zwaard, dan zal ik u verdedigen met de pen.
*****
Deze column is ook geplaatst in Koppeling 1885van 4 september 2009. Samen met een aantal reacties op het oorspronkelijke nieuwsbericht.
Opvallend was dat een aantal van de in de column geciteerde personen deze week ook door anderen op de televisie aangehaald werden. Jaap van Zweden sprak in het programma Zomergasten o.a. over Krishnamurti. Dat gedeelte is te zien door op de afbeelding hierboven te klikken. Van Zweden bleek een dergelijke inspirerende man dat ik de losse stukjes die ik over hem heb geschreven naar aanleiding van de door hem gekozen fragmenten, achter elkaar heb gezet en er een aparte pagina van heb gemaakt. Klik hier voor vele videobeelden en commentaren die regelmatig ook terugvoeren naar het spoor. Eén van die stukjes gaat over een met een te hoog alcoholgehalte betrapte machinist, waarover ook in de Koppeling een boze ingezonden brief verscheen.
Nog meer toeval: In een documentaire over professionele gamers bleken de spelers van het spel World of Warcraft allemaal te kunnen citeren uit De kunst van het oorlogvoeren van Sun Tzu.
Into the matrix
Net de documentaire Beyond the game gezien. Professionals uit de cyberwereld die niets liever doen dan gamen. Er zijn spelers die je geen groter plezier zou kunnen doen dan ze opsluiten in een couveuse en ze vervolgens als cyborgs met het internet verbinden. Vergelijk dat eens met de film The Matrix. Neo vocht om uit de Matrix te komen, deze spelers doen alles om er binnen te treden.
In 1986 schreef ik voor mijn eindexamen Nederlands een opstel over een puber die bezeten was van een – fictief – fantasyboek. Hij had zelfs een eigen karakter bedacht: Haigar-Rak, als ik het me goed herinner. Tijdens het voor de zoveelste maal herlezen van het boek, komt hij er plotseling achter dat zijn karakter meespeelt in het verhaal. Fictie en werkelijkheid wisselen van plaats. Zijn lichaam reageert nu fysiek op wat er in het boek met hem gebeurt en uiteindelijk sterft hij als zijn geliefde held.
Mijn leraar begreep er niet veel van en beoordeelde het opstel met een magere 6. Nu zie ik in een documentaire dat het allemaal werkelijkheid is geworden. Alleen gaat het niet om literatuur maar om spelletjes in de cyberwereld. Een Zweedse jongen (MaDFroG, zie video) uit de documentaire komt inderdaad na een spelverblijf van iets minder dan een jaar in Azië, meer dood dan levend terug in zijn vaderland. Zijn ouders beschrijven zijn huidskleur als lijkwit en door gebrek aan beweging is zijn spiermassa sterk afgenomen.
Het is jammer dat ik geen kopie van mijn opstel heb. De school bestaat niet meer. Mijn toenmalige leraar Nederlands publiceert nog wel met de regelmaat van de klok taalkundige boeken. Veelal op de jeugd gericht. Over SMS-taal en dergelijke. Jammer dat hij in 1986, ruim vóór het cybertijdperk, nog niet zo’n vooruitziende blik had. Eén van zijn laatste boeken gaat over zijn uitstervende voornaam. En terecht, Wim Daniëls!
Tot slot deze week nog een paar foto's over onze informatievoorziening. Trek de stekker er maar uit...
De muziek bij deze column is een fragment uit hetzelfde liedje uit de musical Tsjechov als vorige week.