De Leidtoon
In de westerse muziekwereld is de leidtoon een begrip. Wie een eenvoudige toonladder zingt of speelt, merkt dat de voorlaatste toon onherroepelijk omhoog wil naar de slotnoot, als een trein naar zijn bestemming. Terug naar beneden is geen optie, je wordt één richting op geleid.
De Oostenrijkse componist Arnold Schönberg vond dat niet eerlijk. Met dit systeem werden bepaalde tonen immers belangrijker dan andere. Hij ontwikkelde een muzieksoort waar alle twaalf tonen van de toonladder even vaak in voor kwamen: de dodecafonie, of twaalftoonsmuziek. Geen enkele toon had nu nog iets te klagen, ze waren allemaal even belangrijk. Je zou Schönberg de Karl Marx van de muziek kunnen noemen.
Veel mensen vinden twaalftoonsmuziek echter saai. De muziek kabbelt voort zonder oplossing te vinden. Muzikale spanning hangt voor een groot deel af van het gedrag van de leidtoon. In marxistische landen hadden ze dat snel begrepen. Daar stonden nieuwe leiders op. Niet tot ieders genoegen, maar het maakte de zaak wel weer spannend.
In de westerse wereld is de leidtoon nooit helemaal weg geweest. Sterker nog, tegenwoordig krijgt hij een steeds grotere rol. Componisten choqueren hun publiek door de leider een kant op te laten bewegen die het niet verwacht, soms afschuw oproept, om vervolgens tot een briljante oplossing te komen.
Dat maakt me wel nieuwsgierig naar de muzikale voorkeur van onze nieuwe president-directeur, Bert Meerstadt. Er zijn componisten waarvoor ik door het vuur ga…
< Terug naar week 3 Verder naar week 5 >