Een stukje over de snaartheorie, blaasmuziek en de dirigent. Luister tegelijk naar Gé Reinders en Fanfare Eendracht uit Nieuwenhagerheide.
Tevens geplaatst in Koppeling nr. 1864 van 10 oktober 2008.
Klik op de afbeelding voor een filmpje.
De Dirigent
“Even mijn gitaar stemmen. Dit, dames en heren, is de G-snaar, echt waar. Vroeger gaf ik les op een school. Dan zei ik tegen die leerlingen: Als je goed oefent, wordt er later ook een snaar naar jou vernoemd. Die leerling heette Jan-Peter. Hij schijnt wel wat bereikt te hebben, maar een snaar is er nooit naar hem vernoemd.”
Een anekdote die nergens op slaat, tenzij je Gé Reinders heet. Deze vriendelijke Limburgse zanger treedt op met een compleet harmonieorkest als begeleiding. Dat lijkt in eerste instantie onmogelijk. Een zanger die tientallen blazers en slagwerkers de baas kan zonder overstemd te raken, daar is een perfecte samenwerking voor nodig. Reinders doet dat door zich volledig ondergeschikt te maken aan de dirigent van de harmonie. Voortdurend bevindt het dirigeerstokje zich binnen zijn blikveld. Hij weet dat het publiek voor hém komt, dat híj de artiest is, maar dat hij niets kan zonder de muzikale leiding uit handen te geven. Heerszucht is hem vreemd.
Eigenlijk is dat iets dat we op het spoor ook dagelijks laten zien. Zonder mij als machinist, zal de trein geen meter rijden. Maar omdat ik het overzicht mis, geef ik de regie uit handen aan de Hoofdconducteur. Als team geven wij ons weer over aan het spoorboekje, dat slechts één van de regels in de partituur vormt waar de treindienstleider over beschikt. Ik vraag me weleens af wie de chef-dirigent is van het geheel. Is er al een snaar naar hem of haar vernoemd?