Reizigers in 2012

Week 48
 

   

Stuurstroomsleutel Mat 64

 

Remkraan Mat 64


 

De parabel van de stuurstroomsleutel en de remkraan

Een belangrijk onderdeel om een trein van het type Mat 64 te rijden, is de stuurstroomsleutel. In elk treinstel is er slechts één aanwezig, dus als de trein van richting verandert, moet de machinist deze sleutel meenemen van de ene naar de andere cabine. Dit in tegenstelling tot de remkraan, die aan beide zijden van een trein aanwezig is.

Nu is een remkraan van nature een wat jaloers object. Steeds als de trein omgebouwd moest worden, keek de remkraan met scheve ogen naar de stuurstroomsleutel die lekker warm in de jaszak van de machinist verdween en ging vervolgens zitten mokken tot hij eindelijk weer aan de beurt was om in actie te komen.
Op zekere dag barstte de bom. De bond van remkranen riep op tot actie. Men zou de rem vergrendeld houden totdat de eis was ingewilligd. Voortaan nog maar één remkraan per trein, zodat die net zo belangrijk zou worden als de stuurstroomsleutel.
Doordat alle treinen in het hele land nu stil stonden, kon de directie weinig anders doen dan toegeven. De machinist moest nu niet alleen de stuurstroomsleutel meenemen, maar ook de remkraan.

Dat leek aanvankelijk even goed te gaan, maar al snel begonnen de remkranen in te zien dat ze een vergissing gemaakt hadden. Je de hele dag verzetten tegen de vaart der volkeren was toch wel erg vermoeiend. Ze verlangden terug naar dat rustpuntje van de onbemande cabine. Maar hoe konden ze zonder gezichtsverlies terugkrabbelen?
Gelukkig brachten de machinisten onverwacht uitkomst. Die klaagden namelijk steen en been over het gesleep met die zware remkraan. Dat ging ten koste van hun rug. Al snel werd er een overeenkomst met de bond van remkranen bereikt. Men ging terug naar de oude situatie en alleen de stuurstroomsleutel hoefde tussen twee ritjes door nog verplaatst te worden.

De moraal van dit verhaal: Soms is het noodzakelijk je snelheid te verminderen en desnoods even tot stilstand te komen. Maar laat je af en toe ook eens meevoeren met de stroom der verandering, want altijd in verzet komen is op den duur véél te zwaar.

 

*******

De oplettende lezer had dit verhaal al herkend. Het werd eerder geplaatst in week 44. Nu is het echter ook gepubliceerd in oNS kent oNS nummer 3 van 20 november 2009.
Van een aantal collega's had de moraal er niet zo nodig onder gehoeven, die hadden ze liever zelf bedacht. Het is maar hoe je het bekijkt. Denk aan The Borg: 'Resistance is futile!'

De muziek is van Bram Vermeulen. Het is een fragment uit Het gaat goed zo.


 

*******

 

Het einde van een sprookje

De Sneeuwwitje-actie van Albert Heijn is weer voorbij. Mijn verzameling voldoet echter niet helemaal aan het beeld dat de Gebroeders Grimm voor ogen hadden. Sneeuwwitje bevindt zich eenzaam tussen vijf stiefmoeders, waarvan er één zich vermomd heeft als oude heks. Van drie slapende dwergen en twee die flink lijden onder de Mexicaanse griep hoeft ze weinig steun te verwachten, evenals van de vijf anderen die liever hun voorraad alcohol bewaken dan een vinger uitsteken om het bleke meisje te helpen. De Prins op het witte paard is in geen velden of wegen te bekennen.

Misschien is dit symbolisch voor de huidige toestand in de wereld. Het tijdperk van sprookjes is voorbij. We moeten wennen aan de keiharde realiteit. De prins op het witte paard is vervangen door een zwaarbetaalde topmanager die niet verder denkt dan een vijfjarenplanning. ‘Ze leefden nog lang en gelukkig,’ gaat er bij zo iemand niet in. Grote veranderingen aanbrengen in de organisatie, dat is het enige doel. Als ik Sneeuwwitje was, wist ik het wel: Snoep verstandig, eet een appel. Slaap lekker!

Over topmanagers gesproken:  

 

 

 Vrouwen aan de top

Boukje Bügel-Gabreëls, commercieel directeur NS Reizigers. Deze zomer kwam ze in het nieuws met een ingezonden brief in dagblad Metro. Ze reageerde op een discussie over stiltezones in de trein. Volgens haar moest het daar absoluut stil zijn.
Al snel bleek dat ze zich niet helemaal goed had laten informeren. Absolute stilte werd namelijk nergens in de regelgeving vermeld. Maar een directeur kan natuurlijk nooit ongelijk hebben, dus zouden de huisregels en het het handboek voor de hoofdconducteur aangepast worden. Vervolgens werd het stil rondom de stiltecoupes.
Tot in oktober dagblad De Pers er een artikel aan wijdde. Veel reizigers bleken het idee achter de speciale zones niet helemaal goed te begrijpen en belden en praatten er lustig op los. De directeur liet ditmaal wijselijk het woord aan haar woordvoerder en die zei dat over fluisteren niet al te moeilijk gedaan moest worden. Een conducteur reageerde: 'Mijn baas zegt stil is stil, maar die zit op een kantoor en snapt het niet.'

Opnieuw heeft Boukje Bügel de pers weten te halen. Nu staat ze op de cover van het weekblad Elsevier, nr. 46 van 14 november 2009. 50 vrouwen op weg naar de top. Het blijkt dat ze Technische Natuurkunde heeft gestudeerd, waardoor ze sterk in mijn waardering stijgt. Volgens psycholoog Simon Baron-Cohen getuigt dat van sterk mannelijke hersens, wat in dit verband dan weer wel vermakelijk is. Over de weg naar de top zegt ze zelf: 'Een combinatie van duidelijke visie, analytisch vermogen, creativiteit en daadkracht heeft mij zover gebracht.' Jammer dat contact met haar ondergeschikten in dit rijtje ontbreekt, het had haar de misser met de stiltezones kunnen besparen.
Over haar ambities zegt de verder nog het volgende: 'Over tien jaar zit ik bij een organisatie waar ik grote veranderingen kan realiseren.'

Hierin staat ze niet alleen. Slechts enkele van de 50 vrouwen uit Elsevier denken over tien jaar nog bij hetzelfde bedrijf of instelling te werken als waar ze nu werkzaam zijn. In tegenstelling tot het personeel op de werkvloer, zijn ze dus niet primair gericht op de belangen van het bedrijf, maar op persoonlijk gewin. Elke tijdelijke functie zorgt voor een nieuw regeltje in hun Curriculum Vitae en vergroot de kans op een baan met nóg meer status en invloed.

Leg meer macht bij de werkvloer,’ zei directeur NS Reizigers Jaques Huberts vorig jaar. Wijze woorden waaraan helaas tot nu toe geen invulling aan gegeven is. Een gemiste kans, want er is veel kennis op de werkvloer aanwezig. Kennis van materieel, regelgeving en misschien wel het belangrijkst: de reiziger, onze klant. Bovendien heeft het personeel van de werkvloer hart voor het bedrijf. De meesten willen tot hun pensioen aan het spoor verbonden blijven. Alle voorstellen tot verbetering die van de werkvloer komen, zijn gericht op het bedrijf, niet op persoonlijk gewin.

Maar waar zou nou de klant het meeste bij gebaat zijn? Die eenvoudige machinist, conducteur of kaartjesverkoper die zich extra wil inzetten om de reis zo soepel mogelijk te laten verlopen en dat vaak kan doen met slechts een kleine aanpassing in materieelinzet of dienstregeling, of die duurbetaalde topmanager die in een paar jaar de hele organisatie overhoop haalt om vervolgens naar een nog beter betaalde functie te vertrekken, de puinhopen achterlatend voor de volgende manager op weg naar de top?

'We moeten beter naar de klant luisteren,' roept het management in koor. Maar gelukkig voor hen heeft de reiziger geen enkele invloed op de samenstelling van de directie.

 

*******

Nog een einde van een sprookje: 



Vrijwillig Levenseinde 

Ik ben lid geworden van de nvve, de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig Levenseinde. Niet vanwege de website die ze onlangs gelanceerd hebben met methodes om op een humane manier – met behulp van medicijnen – een einde aan je leven te maken, maar omdat ik vind dat zelfdoding niet tot het takenpakket van de machinist gerekend mag worden.

Zelfdoding voor de trein kwam onlangs weer uitgebreid in het nieuws door de dood van de Duitse doelman Robert Enke. Na jaren van depressiviteit en faalangst zag hij geen andere uitweg meer dan voor de trein te springen. Zijn begrafenis werd een nationale aangelegenheid. Geen woord over de machinist die het voor zijn ogen zag gebeuren. Zou hij bij de plechtigheid aanwezig geweest zijn? Waarschijnlijk niet. De meeste mensen beschouwen deze zelfmoord als een bewuste daad van Enke. Toch zijn er altijd weer personen die de schuld in de schoenen van de machinist proberen te schuiven. Vaak is dat familie van het slachtoffer, of dader, hoe je het bekijkt.

Kan de NVVE daaraan veel veranderen? Ik denk het niet. Voor zelfdoding door middel van medicijnen is veel meer planning noodzakelijk. Bovendien kan er veel meer fout gaan. Te vroeg gevonden worden of wakker worden in een nog ernstiger conditie als daarvoor. Voor een trein springen vraagt maar een heel kort moment van daadkracht. De kans dat het mislukt is vrijwel nihil.
Wat de NVVE wel kan doen, is zelfdoding bespreekbaar maken. Binnen de NS rust op het onderwerp nog altijd een taboe. Ten onrechte, want informatie over aanrijdingen met treinen is overal op het internet te vinden. Zelfs Prorail doet er niet moeilijk meer over.

Dit neemt natuurlijk niet weg dat de aandacht in eerste instantie uit moet gaan naar hulpverlening. Maar als iemand alle hulp weigert of de klachten niet wil erkennen tot het te laat is en de dood verkiest boven het uit handen geven een stukje eigen wil, dan hoop ik toch dat hij of zij zich tot de NVVE wendt. Want elke zelfdoding die op een humane wijze plaatsvindt, zorgt voor één traumatische ervaring minder bij machinist en conducteur van een trein. Dat zijn mensen die niet gekozen hebben voor een dodelijke aanrijding en wél graag verder willen met hun leven. Daar wordt door tegenstanders veel te gemakkelijk aan voorbij gegaan.

Ondanks alles kan dit zware onderwerp ook met humor te lijf gegaan worden. Kijk naar dit fragment uit Draadstaal.
 

 

Depressie
 

Het klimaat verandert. Daar is iedereen het wel over eens. Of dat voor Nederland betekent dat het warmer wordt, is niet helemaal duidelijk. Wat me wel opvalt, is dat mensen vooruitlopend op de opwarming van de aarde al ander gedrag gaan vertonen. Bizar gedrag dat absoluut niet past bij het jaargetijde waarin we ons bevinden.

Op een kille zaterdag, ergens aan het einde van november – het was zo’n 17 graden in de schaduw – reed ik de intercity van Sittard naar Eindhoven. Kort na vertrek werd ik door de treindienstleider gewaarschuwd dat er een verdacht persoon langs de baan was gesignaleerd. Ik minderde vaart tot ongeveer 40 km/uur. Vlak voor Echt zag ik haar lopen. Ze bevond zich in een nu kaal maïsveld, te ver weg om haar aan te spreken. Haar hond liet echter nog net op tijd zijn visitekaartje achter op een dwarsbalk tussen de rails.
Vlak voor binnenkomst te Weert werd ik verrast door een luchtig geklede vrouw met een fotocamera. Ze stond niet netjes bij een overweg, maar was over een hekje geklommen en stond nu pontificaal boven op een voor voetgangers ontoegankelijke spoorbrug. Ik was te verbouwereerd om zelfs maar te bedenken de tyfoon te gebruiken.
Bij Maarheeze zag ik nog net op tijd een in camouflagepak gestoken jager die zijn geweer richtte op iets dat zich op een smalle strook bos bevond tussen het spoor en de rijweg. Zijn hond danste wild om hem heen. Die had de prooi wel gezien die zijn baasje over het hoofd zag. Dat blauw/geelgestreepte gevaarte was nog eens iets anders dan een lullig konijntje.

Kijk, op zich heb ik niets tegen bovenstaand gedrag. Dat houdt het leven op het spoor spannend. Maar het past bij lentewaanzin en beslist niet bij een winterdepressie. In de lente halen mensen de vreemdste capriolen uit. Dat is soms even schrikken voor de machinist, maar ze bedoelen er niets kwaads mee. In de winter is het uitkijken geblazen. Degene die zich dan te dicht op het spoor bevindt heeft meestal niet veel meer te verliezen. Als we deze twee dingen door elkaar gaan halen, raakt de machinist het overzicht kwijt. Als ik voortaan van iedere persoon die zich onbevoegd op het spoor bevindt als potentiële zelfmoordenaar moet beschouwen, dan is de lol er snel af. Laten we dus één ding duidelijk afspreken: Onverantwoord uitgelaten gedrag is voor de lente, een depressie is voor de winter. Dat houdt het voor iedereen leuk en overzichtelijk.


 

< Terug naar week 47       Verder naar week 49 >

Machinistlog.nl | info@machinistlog.nl