Boy in the Bubble
Op 30 oktober verscheen een opmerkelijk nieuwsbericht in De Pers: een Japanner wilde met een stripfiguur trouwen. Niet omdat hij verliefd was op een plaatje uit een of andere manga, maar omdat hij genoeg had van drie dimensies. Het leven in de hoogte werd hem te ingewikkeld en daarom wilde hij verder in het platte vlak. Trouwen met een stripfiguur zou daarvan het begin zijn.
Eén strijd zou hij daarmee alvast gewonnen hebben. Die tegen de vierde dimensie. Velen sparen kosten noch moeite om zich daar met zalfjes, poeders en pillen tegen te bewapenen, maar een stripfiguur wordt per definitie nooit oud.
Hoewel ik wel waardering heb voor deze Taichi Takashita, wil ik mijn universum voorlopig juist uitbreiden. Ademloos kan ik luisteren naar een natuurkundige als Robbert Dijkgraaf, die niet alleen de eerste drie, maar ook de vierde, vijfde en zesde dimensie op een beeldende manier duidelijk weet te maken. Oneindig veel belletjes van drie dimensies gaan er in de grote bel van de vierde, die op zijn beurt slechts een stipje is in de vijfde en ga zo maar door. Ik wil zo graag mijn eigen zeepbelletje doorprikken om te kijken wat daarachter ligt.
Helaas wordt de dimensie van mijn ruimte sterk beperkt door het ‘rondje rond de kerk’, dat steeds meer machinistendiensten binnen lijkt te sluipen. Bovendien maakt de bewaking van de immer groeiende groep managers het er niet bepaald gemakkelijker op om mijn zeepbel door te prikken. Ik voel me vaak de ‘Boy in the Bubble’ waar Paul Simon over zong:
These are the days of miracle and wonder
This is the long distance call
The way the camera follows us in slo-mo
The way we look to us all
The way we look to a distant constellation
That’s dying in a corner of the sky
These are the days of miracle and wonder
And don’t cry baby, don’t cry
Don’t cry
Goed, ik zal er niet om huilen. Maar wat mistroostig maakt het me wel…
< Vorige Volgende >